Joh. 16, 16 – 24

Leonie van Straaten
Lezing
Jesaja 41, 17-

Deze tijd van transformatie biedt nieuwe vergezichten!

Gisteren zat ik in de trein naar Rotterdam en het landschap trok aan mij voorbij. Steeds nieuwe vergezichten, dat is dan letterlijk zo. Maar figuurlijk verliep mijn dag ook zeer wisselend en dat leverde een paar bijzondere vergezichten op. In Rotterdam was ik bij de priesterwijding van een van onze jonge collega’s. De Oud Katholieke kerk staat midden in het centrum van de stad en daar stonden we met ruim 30 personen in liturgische kleding in de zon op straat. Want de processie verliep van buiten naar binnen: de kerk midden in de wereld, mensen op terrasjes bekijken het schouwspel, toevallige voorbijgangers blijven staan. Dit doet iets met ons en met de omstanders, de verwondering en het plezier waren groot. Tijdens de viering liep er een oudere, zo te zien wat verwarde man door de bomvolle kerk naar voren. Een blikje drinken in de hand. Een van de gasten uit de oecumene biedt hem een plaats aan, vooraan. De laatsten zullen de eersten zijn… Na een half uurtje schuifelt hij weer naar buiten. Zo komt de wereld midden in de kerk. Een ander vergezicht, waarbij werelden elkaar raken.

Eenmaal terug in Eindhoven rijd ik naar Mierlo, waar onze oudste parochiaan op sterven ligt. Ik zit een tijdje aan zijn bed. Ik bid en zing. Er is geen merkbaar contact, maar ik voel me verbonden. Dit samen zijn geeft weer een nieuw vergezicht., hemel en aarde raken elkaar. Vanmorgen hoorde ik dat hij enkele uren later rustig overleden is.

Wisselende vergezichten kunnen ons verwarren. Het vraagt tijd om te zien, waar te nemen en te begrijpen wat er gebeurt. Het is een tijd van overgang, waarin God een stille rol speelt. Over die overgangstijd gaat het vandaag in beide lezingen.

Jesaja profeteert over het landschap dat zal veranderen: de woestijn wordt een waterplas, op kale heuvels ontspringen rivieren. De steppe zal bloeien! Deze profetie is een troost en bemoediging voor de ballingen, een onderdrukte groep. Het land smacht naar water, de ballingen smachten naar leven. Zij zullen leven ontvangen in de woestijn en in de wildernis. Woestijn en wildernis: beelden die helaas heel goed terug te zien zijn in onze wereld. De woestijn is daar waar mensen lijden aan tekort, dorsten naar voedsel en water, dorsten naar vrede en gerechtigheid. Er zijn veel van zulke plaatsen. En we zien een wildernis van meningen die over elkaar heen buitelen en tot besluiten leiden die de machtigen der aarde nemen en waarmee zij vaker chaos veroorzaken dan het leven ten goede doen keren.

Juist op die plaatsen, in de woestijn en in de wildernis, zullen bomen groeien. Wie goed geluisterd heeft en mee kon tellen heeft het gehoord: het zijn zeven bijzondere bomen. De scheppingsdagen zijn terug te zien in dit zevental. Het is het teken van een nieuwe

schepping. Zo zullen de mensen zien en beseffen, begrijpen en erkennen dat de hand van de Enige dit aan het werk is. Het vraagt tijd, om in een benarde situatie van woestijn en wildernis – te zien en te beseffen, te begrijpen en te erkennen dat er een transformatie plaats vindt. En dat dit niet enkel mensenwerk is. Zien, beseffen, begrijpen en erkennen zijn vier woorden die iets zeggen over tot inzicht komen, bewust worden. Vier: de hele aarde, van noord naar zuid en van oost naar west is erbij betrokken. Wij zullen sámen zien. Het vraagt tijd om je persoonlijk bewust te worden van je situatie en hoe die mogelijk verandert – het vraagt minstens zoveel tijd om je dit samen bewust te worden.

In het Evangelie horen we hoe Jezus in gesprek is met de leerlingen, een gedeelte van de afscheidsrede – een fase in hun relatie waarin alles verandert en er een nieuw vergezicht komt. het is verwarrend en benauwend, dat Jezus zijn lijden en dood aankondigt. Het contrast tussen het geleefde ideaal van Jezus met zijn leerlingen en de reactie van de wereldse machten hierop is groot. Hoe moeten de leerlingen daarmee omgaan, als Jezus er niet meer zal zijn. Jezus vraagt niet van de leerlingen dat ze zich alles helemaal bewust zijn en begrijpen. Hij erkent hun verdriet en verwarring, die is echt. Maar er komt een dag waarop ze in zijn naam zullen vragen én zullen ontvangen wat nodig is. Er zal een overgang zijn van verdriet en verwarring naar volkomen vreugde. De vrouw die zwanger is en een kindje baart: de pijn en de moeite is er, dat is de werkelijkheid, maar de vreugde die erop volgt is groot. Je zou het kunnen zien als een lichamelijk beeld van de hoop, dat ons mag bemoedigen in tijden van dorheid en verdriet, van verwarring en wachten. Zo krijgen onze moeders, uit wie wij geboren zijn, ook nog een plaats op deze moederdag.

In dit evangelie gaat het dus ook over bewustwording. De leerlingen stellen vragen die cirkelen rond het letterlijk wel of niet zien van Jezus. Wat betekent die korte tijd? We kunnen zeggen: de paastijd is zelf een kleine tijd, waarin wij nu bijna aan het einde zijn: vijftig dagen waarin de Paasvreugde overgaat naar Pinksteren. De paasvreugde is geen verdoving van verdriet, maar een transformatie van het verdriet en de rouw. Want de wereld is blij dat deze lastige Messias is gedood, maar de leerlingen huilen en weeklagen over zijn dood. De laatsten zullen de eersten zijn: als tot hen doordringt dat hen gegeven wordt wat ze nodig hebben, zal hun vreugde volkomen zijn. Hier klinkt de gave van de Heilige Geest in door, die andere Helper. Want met die Helper kunnen de leerlingen - en kunnen wij – leven in de geest van Jezus.

Jezus vertelt de leerlingen dat zij hem zullen weerzien. Dat is een ander zien dan het letterlijke zien waar zij naar vragen. Een dieper zien, een kennen en weten met het hart dat Hij er is.

Wij kijken uit naar het feest van Pinksteren. Wat wij zien en ervaren aan dorheid of verwarring in de wereld, in onze gemeenschap en in ons eigen hart: het zal transformeren als wij ons openen voor de kracht van de heilige Geest.

Voor ons, die hier samenleven in deze gemeenschap: we zijn ons de urgentie aan het bewust worden om ons dagelijks leven te veranderen. Het is een tijd van transformatie, er groeien nieuwe vergezichten. We mogen hopen en bidden dat de heilige Geest aan het werk is, en dat wij persoonlijk en samen gaan zien en beseffen, begrijpen en erkennen, dat de hand van de Enige aan het werk is. Mogen we ons hart openen voor de stille werking van die hand.