Mt. 5, 17 – 26

Annet van Straaten
Lezing
Deut. 30, 15-20

KIEZEN VOOR LEVEN

Op Carnaval lezingen horen over geboden en voorschriften!

En een ‘onvertogen woord’ horen gelijkschakelen met moord!

Waar gaat dit over?

Eerst maar Deuteronomium. Waarin Mozes zijn volk een keus voor dood of leven voorhoudt. Ze staan op de drempel van het Beloofde Land. Op het punt dat binnen te trekken. Mozes wil zijn volk op dat finale moment er nog een laatste keer van doordringen, hoe de ervaringen die zij in de woestijn hadden opgedaan van belang blijven om hun leven in het beloofde land tot een succes te maken, d.w.z.: voorspoedig en welvarend. Hij doet dat door ze voor te houden wat er gebeurt als ze zich er wel aan houden en als ze zich daar niet aan houden. Lang en gelukkig te leven, met groeiend nageslacht, of ten gronde gaan, vervloekt worden. Op het 1e gezicht een simpele keuze. Wie kiest nu met open ogen voor zijn ongeluk? Niemand toch? Maar: voor het goede kiezen, dat vraagt ook wat! Je houden aan de geboden zoals ze gegeven zijn. De weg volgen die God je wijst. God gehoorzamen. Er komt wel wat bij kijken! Wij staan voor de 40-dagentijd. Ook een drempel naar een nieuwe periode. Wat is onze toerusting? Welke bagage nemen wij mee, die 6 weken in? Welke keuze maken wij?

Gaan we naar Mattheüs. Ook hier gaat het over de Wet en de Profeten. Die zijn gegeven aan de Joden. Wij zouden hierbij kunnen denken aan onze 10 geboden. Jezus zegt er daar iets cruciaals over: hij is gekomen om die Wet en Profeten te vervullen! Blijkbaar waren ze niet vervuld. Misschien zijn regels en wetten op zich nooit vervuld; moet dat door mensen gebeuren. Steeds opnieuw. Moeten wij daar de geest in blazen, levend maken, omdat anders alleen de letter van de wet overblijft. Dat kennen wij wel. Regels, voorschriften, die niet vervullen, waarvan we de geest, de echte bedoeling niet meer kennen. Dan is het voor de hand liggend om ze van tafel te doen, ze waardeloos te verklaren, betere regels te bedenken. Jezus zegt echter, dat hij de Wet komt vervullen, vol komt maken. Van betekenis komt voorzien. Ze een verdere, diepere betekenis komt geven. Want dat hoorde ik in het vervolg van zijn betoog. Waar het niet alleen gaat over gerechtigheid, zoals de Farizeeën en Schriftgeleerden die betrachtten, maar waar Jezus veel verder gaat. In de Joodse wet wordt moord voor het gerecht gebracht.

Maar Jezus stelt: al wanneer je woedend uitvalt, kom je voor het gerecht. Als je een familielid voor nietsnut uitmaakt, zal je je moeten verantwoorden voor het Sanhedrin, de hoge Raad. En tenslotte, als je iemand dwaas noemt, zal je voor het vuur van de Gehenna komen te staan. Volgens sommige auteurs verwees dat naar een dal buiten Jerusalem, waar vuilnis werd verbrand, waar vroeger mogelijk mensenoffers werden gebracht. In elk geval een verwijzing naar eeuwige bestraffing en lijden.

Dat is wat je noemt wel heel erg recht in de leer! Hel en verdoemenis! Maar Jezus probeert zijn gehoor, ons nu dus, daarmee te doordringen van de ernst, de echtheid van die voorschriften. Het zijn niet zomaar regels. Ze vormen het hart van het samenleven als volk. Je aan de wet houden, maar er in gedachten je schouders over ophalen…. Dat is het leven uithollen, het dood laten gaan. Daarom legt Jezus zoveel nadruk om hoe je je uitdrukt en hoe je je naaste bejegend. En daarom staan diegenen die de voorschriften onderhoudt én ze aan anderen leert, in hoog aanzien in het koninkrijk der hemelen. Zij geven basiswaarden door van een leven in vrede en rechtvaardigheid. Zij behoeden het spirituele erfgoed, waarmee een volk gelukkig en vredig kan blijven.

Jezus probeert aan zijn gehoor het belang van de voorschriften te léven over te brengen! Vandaar dat voorbeeld van die verzoening, voordat je je offergave doet. Want offers brengen kan ook als je overhoop ligt met een ander. Maar wat voor een waarde heeft zo’n offer dan? Is het dan geen arme, uiterlijke handeling, misschien met een goede intentie, maar los van de werkelijkheid? Daarom: ga je verzoenen, maak het goed, leg de ruzie bij. En ga dán je offer brengen. Wedden dat dat totaal anders voelt? Dan is er reden om God te bedanken. Wie kent niet het gevoel van opluchting, dankbaarheid, vreugde, na een bijgelegde ruzie? ‘Barmhartigheid wil ik, geen offers’ klinkt in Mattheüs, enkele hoofdstukken verderop. Dáár gaat Jezus pleidooi over.

Deuteronomium gaat over kiezen tussen leven of dood. Waarbij trouw aan de voorschriften voorspoed beloofd en ontrouw tot ongeluk en dood leidt. Mattheüs laat Jezus aan het woord over het belang om levend met de regels en geboden om te gaan. Ze niet los te laten, maar ermee te leven. Hij verdiept de geboden en brengt ze dichtbij. Brengt ze tussen ons in. Wanneer volg je de geboden op een leven gevende manier? Wanneer worden ze verstikkend?

Het bracht mij bij ons transformatieproces: wat is leven-gevend in onze gemeenschap? Wat zijn starre regels? Wat moeten we loslaten, wat moeten we behoeden? Het is niet zo makkelijk om in een nieuwe, onbekende situatie de weg te vinden die leven geeft.

Het gaat hoe dan ook niet om strak, wettisch vast te houden aan regels. En ook niet om ze overboord te gooien. Hoe vinden en behouden we de geest in ons samenleven?

Jezus reikt aan: zoek je broeder of je zuster, ga het gesprek aan. Wanneer er iets schuurt, waar het samenleven niet van harte gaat, als niet duidelijk is op basis waarvan een keuze wordt gemaakt of wordt volgehouden: ga in gesprek! Totdat je samen tot overeenstemming bent gekomen.

Dan kan het leven verder groeien. Het is nooit af, nooit klaar. Leven is levend, dynamisch. Het stelt elke keer opnieuw vragen, daagt uit, vernieuwt zich. Als je je daar niet voor open stelt, mis je de boot. Kiezen voor leven is: de buitenkant van de regels onderhouden en de binnenkant, de bedoeling ervan durven doen. Zó durven, dat de regels leven blijven geven. Want Jezus genas zieken ook op Sabbat. En hij liet zijn leerlingen op Sabbat ook aren eten. De wet vervullen is leven! Zo horen deze lezingen toch bij Carnaval. Dat gaat immers over het leven vieren!