Psalm 127
Bijbellezing: Psalm 127
Datum: 8 februari 2026 Overweging door: Els Vis
Huis van God
“Louter illusie, wanneer je je huis zelf wel bouwt en de Ene niet laat begaan.” Het is even een ontnuchterende boodschap, maar al onze inspanningen om dit prachtige gebouw te realiseren, zijn allemaal tevergeefs. Onze herberg, onze prachtige kapel? Een luchtspiegeling, een waanbeeld. Mits God er geen deel aan heeft. Daarover zingen ook de ballingen in psalm 127. Zij konden uit Babel terugkeren naar hun eigen land en dat weer opbouwen. Maar “wat baat het ons als alles er straks weer staat, maar God er niet wil wonen?” En dus begonnen ze met het huis van God. Want als God niet tussen ons woont, wat is dan de grond van ons samenleven?
‘Huis’ staat symbool voor gemeenschap, zoals een familie, een vorstenhuis, of een volk. Een huis duidt op verbondenheid en eenheid. De gemeenschap die huis wordt genoemd, leeft onder dat ene dak: één in zijn en één in doen. Niet dat we een en hetzelfde zijn – verre van dat zelfs en dat is maar goed ook – maar onder dat ene dak passen eindeloos veel mensen, van alle kleuren, soorten en maten. Hier kun je thuis komen. Dat klinkt mooier dan het soms is. Het Hooge Berkt Huis betekent ook vaak hard werken. “Je afbeulen voor wat geld,” zegt de psalmvertaler. Voor geld doen we het niet en afbeulen is misschien ook wat te zwaar aangezet, maar het is af en toe wel zwoegen. En de boel bewaken, dat doen we ook, ieder op ons eigen stokpaardje. De financiën, de traditie, de vernieuwing, de saamhorigheid, de luchtigheid. Louter illusie, zegt de psalmist weer, louter illusie als je dat niet overlaat aan de Ene.
Dat wil niet zeggen dat we alles uit handen moeten geven en moeten overlaten aan de Voorzienigheid. Dat zou – zo schat ik in – totale chaos betekenen. Maar wel dat we ons bewust zijn van de grond waarop we staan, het fundament van ons huis: en dat is dat we Gods geliefde mensen zijn. Dat God met liefde over ons waakt, dag en nacht. Daar hoeven we niks speciaals voor te doen, alleen maar te ontvangen. God geeft het ons in de slaap: als we stil zijn, als we laten gebeuren wat er gebeurt, niet ingrijpen, niets naar onze hand zetten, maar ons gewillig overgeven. Willen we dan te veel? Proberen we te veel te regisseren, te sturen? Onze toekomst veilig te stellen? Misschien. Maar mensen bouwen nu eenmaal een huis als ze een gezin willen stichten. Een huis bouwen, is bouwen aan toekomst. En dat huis van ons heeft al veel van Gods kinderen mogen verwelkomen, tot op de dag van vandaag. Daaraan werken is goed, daaraan bouwen is goed. Dat doen we al bijna zestig jaar en zo hebben we met elkaar, als collectief, dit prachtige huis gebouwd. Het is ons huis én het is Gods huis. Gebouwd vanuit geloof in onze betekenis, vanuit hoop op ons voortbestaan, vanuit liefde voor God, mens en wereld. Dus laten we verder bouwen aan die toekomst zonder de illusie te hebben dat wij die kunnen maken. Want van God is de toekomst, kome wat komt.