Mt. 2, 13 – 18

Annet van Straaten

LICHT DAT OPSTAAT TEGEN DUISTERNIS

Kerstmis en kindermoord. Jezus, een baby tegenover koning Herodes. Herodes, een afstammeling van Ezau, niet van Jacob. Jezus, een afstammeling van Koning David. Twee koningen; één die moord uit zelfbehoud, één die zich laat vermoorden, omwille van zijn boodschap.

Jezus, die de kindermoord overleeft dankzij een vlucht, zoals Mozes overleefde dankzij verborgen te worden in een rieten mandje. Die zijn eerste levensjaren, evenals Mozes, in Egypte doorbrengt, totdat Herodes overlijdt. Pas dan is het veilig genoeg volgens Jozef zijn vader, om terug te keren naar Israël. ‘Opdat in vervulling zou gaan wat de Heer gesproken had door de profeet: “Ik heb mijn zoon geroepen uit Egypte.”

Waarom dit nare, brute verhaal, zo pal op het feest van de geboorte van de Redder van de wereld, vroeg ik mij af? Zo pal na onze feestelijke, vredige Kerstdagen? Er is al zoveel wat ons bezwaard, we hebben het licht zo hard nodig. Waarom dan toch nu dit Evangelie?

Omdat, zo ging het voor mij spreken, die Redder nu juist in deze realiteit komt. In de realiteit van moord en moeten vluchten. Rachels’ huilen echoot door de eeuwen heen: opnieuw worden kinderen van hun ouders losgescheurd en ondergaan zij een vreselijk lot. Het gebeurt nog steeds. Macht, geweld, zij zijn niet uitgebannen met Kerstmis. Er is iets nieuws geboren. In de povere omgeving van een stal bij mensen die ontvankelijk waren voor andere krachten dan macht en geweld. Dromen, het leven aannemen zoals het komt, met álles wat daarin is. Het leven koesteren. Daarin werd Gods’ liefde geboren in onze soms ook zo wrede wereld.

En eenmaal geboren, is die niet meer weg te denken. Zoals een jonge vader onlangs moe én gelukkig zei over zijn zoon toen het ging over de slapeloze nachten die er sindsdien bij hoorden: ‘Hij is er nu eenmaal hè, we moeten het ermee doen.’ Ja, het Kerstkind is geboren en wie het heeft gezien kan daar niet meer langs. Beter gezegd: hoeft nooit meer zonder te doen. Het kerstkind overleefde de kindermoorden van Herodes. Je kunt zeggen: maar al die andere kinderen dan? Ja, verschrikkelijk. Het Kerstkind is volgens dit verhaal zo’n beetje het enige kind dat overleefde. We mogen dat lezen als: het goede wordt niet verslagen in alle ellende die mensen óók overkomt.

Kerstmis is geen sprookje dat eindigt met lang en gelukkig. Het is eerder een ervaring, een gewaarwording om bij je te blijven dragen in de weerbarstigheid van het gewone leven. Want dat gaat weer door. Toen: de herders gingen terug naar hun kuddes, de wijzen gingen met een omweg terug naar het oosten. En Jozef en Maria gingen op de vlucht. Want opnieuw droomt Jozef. Zoals die andere Jozef lang daarvoor, die dankzij zijn dromen onderkoning van Egypte werd en daarmee zijn familie redde van de hongersnood. Zo volgt ook deze Jozef zijn dromen. Wat een geïnspireerde man moet hij geweest zijn! Hij luistert weer naar wat hem in de nacht wordt ingegeven en vertrekt voor 7 jaar naar Egypte. En behoedt daarmee het nieuwe leven, dat daardoor kan uitgroeien naar haar bestemming: dat van het verspreiden van liefde, waarheid en vrede.

We worden met dit Evangelie bevraagd op het behoeden van het nieuwe leven dat wij ontvingen deze Kerstdagen. Want ook óns leven ging verder, sinds donderdag. En, hoor ik als boodschap vandaag: daarin zal het Licht, de vrede of wát we ook ontvingen deze afgelopen dagen, bij ons blijven, terwijl we verder gaan met ons leven. Desnoods verder met moeilijke of verdrietige zaken, verder met de begrafenis voor je vader voorbereiden, een verhuizing organiseren die je liever niet zou doen. En al het andere, dat er bij ieder van ons aan de orde is.

De blijde boodschap vandaag is: het Licht van Gods liefde dat in de wereld gekomen is, trekt met ons mee. Het is gekomen ín de Duisternis, juist om dáár licht te brengen waar het het hardst nodig is. Daarmee ontkomen wij aan die totale duisternis, zoals Jezus ontkwam aan de kindermoord. We mogen het licht koesteren en bewaken. Er beducht op zijn dat het niet dooft.

Het mag ons troosten dat dit licht, dit Onoverwinnelijke licht van Gods Liefde bij ons is gekomen voor álle omstandigheden. Het is er altijd, het is overal bij. Mag het licht van Kerstmis zo in ons blijven branden. Dat we het gaande houden en doordragen.