Ex 3 : 1 – 15
Lezing Exodus 3 : 1 -15
Datum: 16 november 2025 Overweging door Tineke C.M. Renkema-Boersma
De plaats waar je staat is heilige grond Wat vooraf ging: Mozes is ver van huis. We kennen het verhaal. Opgegroeid, als Hebreeuws kind, in Egypte, in het huis van de farao . Volwassen geworden, zag hij, dat het volk - waarvan hij wist dat hij daartoe behoorde - aan slavernij onderhevig was. Zij werden mishandeld, soms zo dat de dood erop volgde. Dat ziende, ontstak Mozes in woede. Het vuur, dat toen in hem oplaaide, bleek een verterend vuur. Hij doodde een Egyptenaar en moest vluchten. Zo kwam hij in de woestijn. Daar bij de bron vond hij zijn vrouw..
Dagelijks trekt Mozes als herder van de schapen van zijn schoonvader door het dorre, droge woestijnland. Dag na dag na dag. Wat er in hem omgaat? Staat hem nog steeds zijn volk voor ogen daar in Egypte? Dag na dag na dag, jaar na jaar, dat volk dat lijdt. Herder zijn lijkt een rustig, vreedzaam bestaan, Maar…. in Mozes is het zo rustig en vreedzaam nog niet.
Wellicht in ons ook niet, zolang wij nog niet bij onszelf zijn, nog geen weg vonden om te gaan, nog niet weten waartoe wij zijn.
Zijn rusteloos hart brengt Mozes ertoe iets anders te doen dan wat hij gewoon is te doen. Hij wijkt af van zijn gewone pad en komt bij de Horeb, de berg van God. En dan is daar die doornstruik die weliswaar in brand staat, maar die wonderlijk genoeg door dat vuur niet wordt verteerd. Juist in die doornstruik, de meest armetierige struik, die er te vinden is, juist in díe struik is er dat vuur. Beeld van Mozes die zelf in brand staat? Ooit zag ik een schilderij waarbij het Mozes zelf was, die in brand stond.
Mozes waagt het dichterbij te komen, dichterbij zichzelf. Al weet hij als geen ander, hoe gevaarlijk vuur is. Immers door dát vuur in hem vond een Egyptenaar de dood. . Maar waar er eerst in Mozes een verterend vuur woedde, is er hier in die doornstruik, sprake van een vuur dat niet verteert.
Al herderend, is er blijkbaar in Mozes iets wezenlijks veranderd. Nee, niet het vuur zelf is veranderd ( dat was er altijd al), maar de werking van het vuur. Het vuur zal niet meer leiden tot dood, maar zal leven brengen. Heilig vuur, heilige woede! Datzelfde vuur, maar dat nu ten goede komt aan….waartoe hij bestemd is. Zijn leven is omgevormd na 40 jaar herderen in een dor en droog land. We herkennen het wellicht: Het kan lang duren voor we op het spoor komen van hoe we bedoeld zijn.
Mozes, Mozes, kom niet dichterbij: de plaats waar je staat is heilige grond. Mozes is aangekomen op de plaats waar hij werkelijk staat, waartoe hij bedoeld is: Een intens bewogen mens, bekommerd om zijn volk. Dát volk staat hem voor ogen.
Mozes, Mozes! Twee maal die naam. Als dat gebeurt is er sprake van een roep van Godswege. Ja, dan moet je je sandalen uittrekken, staan op blote voeten, want het gaat om heilige grond.
Opeens wordt dan duidelijk, hoe héél het leven dat achter je ligt, inclusief die periodes dat je het af liet weten, inclusief de dagen van vreugde en verdriet, pijn, hoe dat alles samenkomt in die roep van Godswege. De plaats waar je dán staat is Heilige Grond. Dat is de plaats waar je je roeping ontvangt. Christian Wiman benoemt, in zijn boek ‘mijn heldere afgrond’, dát moment in zijn leven, het moment waar hij omver werd geblazen. Zo’n moment zal altijd bij je blijven.
Mozes wordt omver geblazen. Hij staat daar op die heilige grond. Hij staat daar: - bewogen om zijn volk, maar ook met een moord op zijn geweten, - geworden tot een eenvoudige herder, - rusteloos - beseffend hoe klein hij is, zoals die armzalige doornstruik. En nu, nu hoort hij : De grond waarop je staat is heilig?
Ja, hij weet God aanwezig ,durft niet te kijken, verbergt zijn gezicht. maar luistert naar wat God zegt:
Hoe God zijn volk ziet,
hoe Hij hun lijden ziet,
om hen bewogen is
En dat Hij, God, zijn volk zal bevrijden uit Egypte,
want ….
het is en het kan niet zo zijn dat mensen bestemd zijn om slaaf te zijn.
Zo is de mens niet bedoeld. Zo zijn wij niet bedoeld!
Mozes hoort, klein als hij is, dat hij, Mozes, niet alleen is met zijn bewogenheid om het volk waartoe hij behoort. Hij maakt deel uit van Gods bewogenheid. Maar dan….. Hij gelooft zijn oren niet. Waar God zei: ‘Ik zal afdalen om het volk uit de macht van de Egyptenaren te bevrijden’, zegt hij nu, een ogenblik later: ‘Ik stuur jou, Mozes, naar de farao. Jij moet mijn volk wegleiden uit Egypte.’
Ik? Ja, jij bewogene, jij met dat vuur in je, dat vuur dat niet meer verterend is, Ja jij! Ik? Ja, jij! Maar niet zonder mij. Ik zal bij je zijn!! De plaats waar je nu staat is heilige grond. Jij, Mozes bent die plaats waar ik, God, gebeur. Jij, mens, jij bent de plaats waar God gebeurt.
Wij, mensen, zoals wij hier zijn, de plaats waar God gebeurt? Wagen wij ons daaraan?
Wat een kostbaar verhaal om in te wonen, om ons kleine persoonlijke verhaal in te bergen. Wat een kostbaar verhaal om als gemeenschap onze roeping te verstaan. Juist nú. Juist nú, nu we binnenkort onze nieuwe kapel in gebruik mogen nemen als plaats waar God aanwezig is, waar God gebeurt, waar we bij wijze van spreken onze sandalen uittrekken, waar we kunnen horen: De plaats waar jij staat is heilige grond, de plaats waar jullie samen staan is heilige grond. Bestemd en bedoeld zijn jullie om -samen te leven, de een en die soms zo vreemde, nabije ander -je leven uit te zuiveren -te onderscheiden wat wel en wat niet, -elkaar en onze gasten te brengen bij hoe ieder bedoeld en bestemd is.
Mag het zo zijn, dat we staan op heilige grond en leven waartoe wij bestemd zijn. En God zegt: Ik zal er zijn! Mag het zo zijn!