Lc. 7 : 11 – 15
Allerzielen
Een dierbare is veel meer dan een persoon 100% zeker is het nog niet: welke partij wordt de grootste? Wie heeft net die paar stemmen meer dan z’n concurrent? Wat zit er in de enveloppen van de mensen die in het buitenland hebben gestemd? En wat gebeurt er met de restzetel?
Nederland schijnt te snakken naar een stabiele regering;
− als het niet Links is dan maar rechts, of:
− als het niet Rechts kan, dan moet het maar linksom –
− als het maar stabiel is.
We leven in een risicovolle wereld, en dat hebben we eigenlijk altijd al gedaan. Ik vat de afgelopen 300.000 jaren op dat punt even samen met deze vergelijking: toen, ooit, vormden dieren en de onvoorspelbaarheid van de natuur levensgrote risico’s. In de jaren daarna hebben we dat aardig in de knip gekregen met gebouwen, kunstmest, steden, wapens en apparaten – die op hun beurt weer risicovol en levensbedreigend kunnen zijn: − De stroom kan uitvallen waardoor winkels vanzelf sluiten en voedsel onbereikbaar wordt; want wie verbouwt nog zelf voedsel? − Of: een hacker neemt de controle over de watervoorziening over en eist losgeld. Drinkwater wordt onbereikbaar; want uit welke rivier of meer kun je nog zomaar drinken? − Dan sta je niet meer oog in oog met een leeuw, maar zie je een drone van de Russische beer op je afkomen.
Onvoorspelbaarheid en risico’s: hoe relatief wordt dat als een dierbare sterft. Dan komen de verkiezingen in een heel ander daglicht te staan, dan vraag je je af: hoe heb ik me daar zo druk over kunnen maken? Daarom vieren we Allerzielen: om ons dat te realiseren. Om nog eens extra bij die ene lieve, leuke, dierbare te verwijlen, en om je te realiseren wat er echt toe doet in je leven. Wie er voor jou echt toe doet. Een dierbare is veel meer dan een persoon. Een dierbare kan schuren, maar is toch vooral een aanvulling; niet om gaten die je laat vallen te vullen, maar om daar niet van weg te lopen. Een lach of bemoediging, op het moment dat jij dat nodig hebt. Een licht, als het even duister is, om van daaruit weer de draad op te kunnen pakken.
Dat moet Jezus ook gezien hebben toen hij met zijn stoet de begrafenisstoet kruiste. Twee kolonnes, twee files, die elkaar onderweg tegenkomen. Eens en daarna nooit weer. En in dat passeren ziet, voelt, ervaart Jezus de liefde van de moeder voor haar zoon – en het risico voor haar als vrouw zonder man, uit welke generatie ook. Overgeleverd aan de
onzekerheid van wat er dan op haar pad gaat komen; wat zal er van haar terecht komen? Jezus geeft haar een nieuw, een ander leven dan ze tot dan toe geleefd heeft. Er is weer perspectief op leven, op toekomst.
En daar staan we dan; we staan stil bij aller zielen die ons hier, zoals we hier bij elkaar zijn, zijn ontvallen. Misschien is het er één, misschien zijn het er meerdere, misschien nog geen maar ben je verbonden met iemand die dat wel is overkomen en zie je, voel je, ervaar je de liefde en verbondenheid die daar ooit was.
Laten we daarom nog één keer al die namen noemen, waardoor we weer oog in oog komen met de volheid van het leven en het verlies in dit, ons, mijn risicovolle bestaan.
Nog één keer, in het licht van deze Paaskaars, die dat plekje in ons raakt waar zij, hij, nog voortleeft.