Lc. 17 : 1 – 19

Els Vis

Geloven: een hele kunst

Waarom nu nog geloven? Op theologie.nl wordt deze vraag wekelijks gesteld aan jonge denkers. Wat bedoelen we eigenlijk als we zeggen 'ik geloof'? Spreken over geloof in deze tijd. Een jonge vrouw zei onder andere: “Het geloof is iets anders dan religie: het is niet het moeten opvolgen van praktijken, maar het geeft richting aan het leven.”

Dat deed mij denken aan het evangelieverhaal waarin tien mensen met een huidziekte Jezus om zijn hulp roepen. Nu schrijft de wet voor dat men bij een huidziekte naar de priester moet gaan. Alleen een priester kan iemand genezen verklaren. Jezus kent de wet en maant de tien zich aan de priester te laten zien. Negen van hen doen precies wat hen is opgedragen. Zij volgen de regels, de religieuze voorschriften. Maar zij lijken blind voor wat er werkelijk met ze gebeurt.

In het op weg gaan worden ze genezen. Maar er is er slechts één die dit ziet: een Samaritaan. Van de anderen horen we niets meer. Waarschijnlijk doen ze wat van hen wordt verwacht en – vul ik zomaar in - dan kan het leven weer zijn oude gang gaan. Maar de Samaritaan breekt met oude gewoonten, hij keert zich om. Geen daad van verstand, maar een daad van geloof. Hij weet zich als door God aangeraakt en weer op weg gezet. Op een andere weg dan daarvoor.

Geloof geeft richting aan het leven. Het bepaalt in welke richting wij kijken, welke kant wij opgaan. De koningen in het Noordrijk Israël geloofden vooral in macht en politiek gewin. Afgoderij heeft geleid tot de val van hun koninkrijk. Afgoderij. Ze vereerden niet alleen beelden van stieren die de plaats van God innamen, maar hun afgoderij manifesteerde zich ook in een levenshouding waar geen ruimte was voor God. Zo nam in dit letterlijk godvergeten Noordrijk het sociale onrecht toe: zwakken werden onderdrukt, de rijken werden rijker en er vonden voortdurend staatsgrepen plaats.

Uiteindelijk werd het rijk door de Assyriërs ingelijfd en het grootste deel van de bevolking gedeporteerd. Er worden, zoals we lezen, uit allerlei streken kolonisten naar het verlaten land gestuurd. Ze nemen hun eigen goden mee die ze vereerden, zoals deze mensen uit verschillende culturen van generatie op generatie hebben gedaan. Het geloof in de God van Israël is voor de nieuwe bewoners een soort bijgerecht van hun veelgodendom.

We geloven allemaal verschillend. En als we zeggen te geloven in Gód, is het niet eenduidig waar we dan precies in geloven. Ook wíj maken ons beelden van God, gedachten, ideeën. Ze bieden ons een houvast, een kijkrichting. En als het gaat om geloven, dan is dat kijken een bijzonder soort kijken. Want geloven is zien wat er nog niet is. Het is uitkijken naar een betere toekomst.

De Franse filosoof Jacques Dérrida noemt het messianiteit. En hij heeft daarmee niet zozeer de Messias met persoonlijke eigenschappen voor ogen. De komst van de Messias verwachten, dat is voor hem een levenshouding, waarin we blijvend uitzien naar een betere, rechtvaardigere en vreedzamere wereld. Het is ook een levenshouding waarin we ons leven zo inrichten dat we voor die betere wereld ook klaar zijn. Geloof in de toekomst, dat het morgen beter zal zijn dan vandaag, gaat gepaard met verantwoordelijkheid voor die toekomst.

Dat is wat een andere jonge theoloog antwoordde op de vraag wat voor hem geloof is: “Geloven is niet de wereld naar je toetrekken, ook niet van je afduwen, maar het loslaten van je eigenbelang.” Ik vat dat samen als: Je hoeft niet de hele wereld op je schouders te nemen, maar je moet wel mens in die wereld zijn. En ieder van ons neemt zijn of haar plaats in die wereld in. Heeft iets unieks aan die wereld te geven. Om die wereld een beetje mooier te maken. Een mooi geloof!

Tenslotte die laatste zin “Je geloof heeft je gered”. Die bleef mij maar puzzelen. De andere negen zijn tenslotte ook genezen. Hoezo is die Samaritaan gered? Waarvan dan precies? Harrie schoot mij te hulp. Hij las in het evangelieverhaal een groei in menswording. De Samaritaan wordt niet alleen uiterlijk, maar ook innerlijk geheeld. Hij aanvaardt zichzelf als een kwetsbaar mens dat afhankelijk is en zich toevertrouwt aan God. Hij wordt daarmee gered van innerlijke verdeeldheid. Ik las daarin: gered worden van alles wat mij weghoudt van mijn bedoeling. Van alles wat mij op afstand zet van anderen ver weg en dichtbij. Onverschilligheid, ergernis, geen aandacht, en zo meer uit dit rijtje.

Al met al is het een hele kunst om te geloven. Om te midden van onze weerbarstige werkelijkheid te kunnen zeggen: “En toch ...” Om te blijven geloven in de ander, in onszelf. Om met ogen van verwondering te kijken. Om te blijven uitzien naar die wereld anders. Om de afgoden die overal op de loer liggen van ons af te houden.

Dat kunnen we niet alleen. Daar hebben we gemeenschap voor nodig. En ook al is ons geloof voor ieder van ons verschillend, we hebben elkaar nodig om ons daarin te bemoedigen en vast te houden. Laten we dat doen in een eenvoudig gebaar.

Ik wil jullie vragen te gaan staan. En een arm om je buurman of buurvrouw te slaan. Geef elkaar echt houvast. Laten we, zo, in verbondenheid met elkaar, stilstaan bij ons geloof. Waar geloof ík in? Wat betekent geloven voor míj? En weet je daarbij gesteund door de ander.