Lc. 16 : 1 – 17
- Lezing
- Amos 8, 4-7
Start Vredesweek
Overweging door: Jan Renkema
Dat wij allen ‘econoom’ mogen zijn Dit is de rode draad in deze overweging: dat wij allen econoom mogen zijn. Maar dan wel econoom in die andere zo belangrijke betekenis van ‘eco’. Daarom vieren wij ook deze maand de maand van de Schepping, waarin ecologie centraal staat
De lezing van Amos gaat over geld en de misdadigheid die het oproept. Het evangelie gaat over een rentmeester die op staande voet ontslagen wordt wegens ‘creatief boekhouden’. Geld stinkt niet, zegt men, maar geld is wel de oorzaak van schrijnend onrecht, armoede en afwezigheid van vrede.
In een oud wijsheidsverhaal vraagt een vrouw waarom geld zulke vreselijke uitwerkingen kan hebben, waarom het mensen zo destructief en egoïstisch kan maken. Een wijze stelt daarop een tegenvraag: Wat zie je als je uit het raam kijkt? De vrouw antwoordt: Dan zie ik mensen. De wijze vraagt daarop: En wat zie je als je in een spiegel kijkt? De vrouw zegt: Dan zie ik mezelf. De wijze zegt: Dat is wat geld, of goud of zilver, kan doen met mensen. Wanneer je door een raam kijkt zie je anderen, maar zodra je een laagje zilver achter het glas plakt, zie je alleen jezelf nog.
De ‘kleine’ profeet Amos
Eerst terug naar de profeet Amos. Hij is een van de zogenoemde kleine profeten. Hij leefde rond 750 voor Christus in een plaatsje vlak bij Betlehem. In zijn tijd ziet Amos de wereld veranderen van een agrarische samenleving naar een stadscultuur. Daardoor neemt de economische ongelijkheid toe, waardoor er allerlei frauduleuze praktijken ontstaan. Amos mag dan een kleine profeet heten, maar zijn boodschap is groot en krachtig, 750 voor Christus en door alle eeuwen heen ook nu: Mensen, zie wat geld doet! Berooide immigranten voor een slavenloon te lang laten werken in barre omstandigheden; nonnieuws als echt nieuws verkopen opdat bedrijven nog meer kunnen adverteren. Hou daar mee op!
De rentmeester regelt frauduleus zijn toekomst
De rentmeester uit het nieuwe testament– er staat in de tekst ‘econoom’ – , die hield er wel mee op, met zijn kwalijke praktijken. Maar hij moest wel, hij werd op staande voet ontslagen, zonder wederhoor, omdat hij met de boekhouding had geknoeid.
Met zijn ontslag verliest hij zijn maatschappelijke positie. Maar hoe anders reageert hij dan de ‘verloren zoon’, die uiteindelijk zegt: ‘Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan.’ De verloren zoon durfde het aan om met lege handen te rekenen op vergeving en barmhartigheid. Maar deze econoom probeert zijn toekomst in eigen hand te houden. Hij is
‘rentmeester’, en heeft geen ander vak geleerd dan omgaan met geld. Hij neemt maatregelen, opdat hij ergens terecht kan als hij op straat wordt gezet.
We lezen dat hij enorme schulden kwijtscheldt. In plaats van honderd vaten olie nu de helft: vijftig vaten olie. Dat is een fors bedrag, het is de jaaropbrengst van wel zeventig olijfbomen. En een schuldsanering van twintig balen graan, dat is de oogst van tien hectare. Met zo’n genereus gebaar rekent hij erop dat hij wel een tegenprestatie krijgt als hij arm en berooid om eten en onderdak moet vragen.
Waarom wordt de rentmeester geprezen?
En dan komt er iets dat ik altijd onbegrijpelijk heb gevonden, maar waar ik toch meer inzicht in heb gekregen. Zijn heer, die grootgrondbezitter prijst hem! Slimme actie, heel strategisch. De heer prijst hem omdat hij als geen ander weet hoe je met geld iets kunt kopen. Maar hoe kan dat! Die rentmeester geeft toch zomaar het geld van zijn opdrachtgever weg?
Nee, er is iets anders aan de hand. In de oude Joodse cultuur was het verboden om rente te berekenen. Maar er waren allerlei manieren om die regel te ontduiken. Je kon bijvoorbeeld een hoger bedrag aan schuld opschrijven dan er daadwerkelijk uitgeleend werd; dat was dan eigenlijk rente. Valsheid in geschrifte dus. Je leent iemand het bedrag van bijvoorbeeld vijftig vaten olie met geld van je baas en je schrijft dan in de boeken dat het om een lening van honderd vaten gaat, een woekerrente van honderd procent! En dat geld geef je niet aan je baas, maar dat steek je in eigen zak! Tja, dan gaan slachtoffers klagen, en kun je tegen de lamp lopen.
Dan organiseert de rentmeester zijn bestaanszekerheid voor de toekomst. Hij roept de mensen die zo’n vreselijk dure woekerlening hebben moeten afsluiten bij zich. Hij opent de boeken en zegt dan: Oké, ik zie af van de rente (die hij dus in eigen zak zou steken!). Je hoeft nu alleen de echte lening terug te betalen aan mijn opdrachtgever. Zijn baas heeft natuurlijk door wat er gebeurd is, een dergelijke correctie kan niet onopgemerkt blijven. En zo wordt ook duidelijk waarom de heer zijn rentmeester prijst. Niet alleen heeft deze rentmeester de wet gevolgd en de valsheid in geschrifte ongedaan gemaakt, hij heeft zich ook nog geliefd weten te maken bij de mensen die hij wilde afpersen. Bovendien heeft hij niets weggenomen bij zijn heer, maar datgene waar die heer recht op heeft in de boeken opgetekend. Zo wordt dit een verhaal over de uiteindelijk eerlijkheid en de omkeer van een oneerlijk man?
Doe als de kinderen van de wereld
Maar we zijn er nog niet. We krijgen nog een vervolg waarin Jezus met ironie – en soms denk ik, ook wel een beetje sarcasme – commentaar geeft op deze gebeurtenis, een gebeurtenis die al sinds de profeet Amos indringend aan de kaak is gesteld. Laat de kinderen van het licht eens naar de kinderen van de wereld kijken. Hier staat ‘kinderen’ in de betekenis van ‘zij die behoren tot het licht’, of ‘zij die behoren tot de wereld’. Kinderen van de wereld zijn gericht op hun eigen belang, zien alleen zichzelf in de spiegel. Waarom doen de kinderen van het licht dat niet?!
Als de kinderen van de wereld trouw zijn aan wat zij het belangrijkste vinden, geld en goed, dan kunnen de kinderen van het licht toch zeker wel trouw zijn aan wat door hen het hoogste goed is: vrede voor iedereen, zoals we in deze vredesweek ons extra bewust zijn. Durf, zoals die rentmeester, die econoom, je naderende crisis aan te kijken en met lef te handelen. Daar gaat het om. Wat zou er gebeuren als wij net zo slim en strategisch zouden handelen in het najagen van vrede voor iedereen?
Bestaanszekerheid of een eeuwige tent
Er valt nog veel meer te zeggen, bijvoorbeeld over de tegenstelling tussen de valse mammon, en de ‘eeuwige tenten’. Mammon betekent meer dan ‘geld’. Het gaat om alles wat ons een vaste bestaanszekerheid geeft. Mammon staat voor alles wat de mens vastigheid geeft, en oefent een bovenpersoonlijke macht uit. Je wordt er door bezet. En de ‘eeuwige tenten’? Dat is de plaats van geborgenheid van God. Geeft zo’n tent bestaanszekerheid? Ja, zo wil God ons rentmeester laten zijn. In onzekere maar geborgen vrijheid met een beroep op verantwoordelijkheid om met elkaar in vrede te leven. Deze vredesweek, en alle weken van ons leven. En dat kan alleen wanneer wij ons leven en onze materiële werkelijkheid, onze aarde als ecosysteem ervaren in de ware rentmeester-betekenis van het woord ‘econoom’. Dat wij allen econoom mogen zijn.