Lc. 12, 32 – 40

Leonie van Straaten
Lezing
Jesaja 65, 17 - 25

Beleggen in de hemel Is heel wat anders dan in aardse zaken!

Op de radio hoorde ik een bericht over de afhaalpunten in Nederland, waar je een pakje kunt ophalen als je iets besteld hebt: een Primera of Jumbo of bij mensen thuis. Er zijn zoveel pakketten dat deze afhaalpunten soms dichtgaan omdat er geen pakje meer bij kan. Iets bestellen is de gewoonste zaak van de wereld geworden, onze bezittingen zijn belangrijk voor ons en het gemak om daar iets aan toe te voegen is dankzij internet heel groot geworden. Daar doe ik zelf ook aan mee, al is het met mate.

Dit radiobericht riep bij mij in combinatie met de lezingen van vandaag wel vragen op: waar is jouw hart? Waar wordt mijn hart door bezet? Waar ben ik met mijn hart op gericht? Vragen die mij deze week bezighielden en die wel wat dieper gaan dan een bericht over de volle afhaalpunten. Want onze oren en ogen worden vertroebeld door de beelden die dagelijks zien, de berichten die we horen. De ontmenselijking, het geween en de jammerklachten zijn aangrijpend. Zuigelingen die maar kort leven, vluchtelingen die geen thuis meer vinden, mensen die ervan dromen om in de verwoeste gebieden huizen te bouwen en waar zij zelf in mogen wonen… Een perspectief dat steeds verder weg lijkt te raken. Dichterbij huis zijn ervaringen in ons werk, hoe we kunnen verzuren door miscommunicatie, door de gerichtheid op eigen belangen. Nog dichterbij huis kennen we ook miscommunicatie in onze eigen gemeenschap, het ontwijken van liefdevolle eerlijkheid, het gericht zijn op eigen belang onder het mom dat we het beste voor de gemeenschap willen. Ideaal en werkelijkheid botsen regelmatig, het is een kunst om in dat spanningsveld te vertrouwen en perspectief open te houden.

Dat is wat Jesaja doet: in de werkelijkheid van zijn dagen een vergezicht aanbieden, dat troost en bemoedigt. Wat nu gebeurt, zo lijkt hij te schrijven, is niet het einde. Er komt een nieuwe tijd, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Dat had hij niet hoeven schrijven als alles toen goed was, maar hij wilde de kleine kudde die in de ballingschap trouw bleef aan Gods bedoelingen, troosten en bemoedigen.

Ook Jezus spreekt in zijn tijd een kleine kudde aan met troost en bemoediging: Wees niet bang! Een welkome boodschap, nu er alle reden is om bang te zijn, door wat er in de wereld groot en klein gebeurt. Ga niet ten onder in de angst, zegt hij ons, maar laat je verlangen naar een nieuwe tijd wekken, houdt je hart gericht op die nieuwe hemel en die nieuwe aarde waar Jesaja al over profeteerde. Vandaag mogen wij ons bij die kleine kudde aansluiten en ons hart keren naar Gods bedoelingen.

Want gelukkig ben je, als je je hart kunt openen en toekeren naar God. Gelukkig is die knecht, die wakker is: gelukkig ben je als je in verbinding leeft, als je leven perspectief heeft, als je beseft dat jouw inzet niet voor niets was, vruchtbaar zal zijn. Gelukkig ben je als je je geliefd weet, gezien. Het is een kleine kudde die dit beseft: het is het kleine groepje dat bij Jezus blijft, dat zich niet enkel aan het aardse hier en nu hecht maar leeft met het oog gericht op het Koninkrijk.

Leven met het oog op het Koninkrijk veronderstelt dat we wakker leven. Gelukkig de knecht die wakker is als dit Koninkrijk zich aandient – als de Heer komt, als de liefde opgerekt wordt tot voorbij de menselijke maat. Je weet nooit wanneer en hoe dit gebeurt. Mij overkwam het gisteren nog, dat ik luisterde naar het verhaal van Rie die met een moeder en drie kinderen van een vluchtelingengezin een dag naar zee ging om dit gezin kennis te laten maken met de zee, de getijden, de dijken. De moed om zoiets te ondernemen, er te zijn voor mensen die zelf niet veel mogelijkheden hebben, erbij te blijven en te vertrouwen dat het mogelijk is. Dat verhaal werd voor mij een verhaal van liefde: omdat Rie haar hart heeft geopend en zich laat raken, werd ik ook geraakt en geopend. Onverwacht, een moment van herkenning dat het Koninkrijk zomaar kan aanbreken.

Maar het kan ook uitblijven. We weten het nooit. En daarom is wachten een belangrijke kwaliteit, die om vertrouwen vraagt. Het vraagt oefening om te kunnen wachten, geduld om in de leegte te blijven vertrouwen. Jezus leert ons dat we altijd een kompas hebben tijdens het wachten en dat is ons eigen hart. Maar om ons hart goed te kunnen gebruiken als kompas, wordt wel een voorwaarde gesteld: verkoop alles wat je bezit en bezet! Maak je hart vrij van het aardse. Jezus wijst hiermee een radicaal andere weg dan we in onze westerse wereld kennen, een wereld die voornamelijk bestaat uit bezit opbouwen en bezet raken door het aardse. Vorige week hoorden we nog over de broer die schatten verzamelt op aarde en zich daarmee verrijkt. Die broer overwoog grotere schuren te bouwen voor al zijn bezittingen, wat doet denken aan de noodzaak van grotere afhaalpunten voor al onze pakketjes… Jezus wijst dus een radicaal andere weg, waarmee we schatten zullen verzamelen in de hemel. Wat zou dat kunnen betekenen? We verzamelen hemelse schatten door te investeren in zaken met eeuwigheidswaard, zoals: Leven vanuit je hart, leven met liefde die de menselijke maat kan overstijgen. Energie inzetten voor meer dan jezelf, die Bijbelse halve mijl extra lopen voor een ander. Omzien naar een ander, je buur, je collega, een oudere die eenzaam is. Je naaste vergeven, ook al heb je zelf gelijk of is het pijnlijk– toch die ander vrij maken. Zo investeren we in Gods Koninkrijk. Beleggen in de hemel is heel wat anders dan in aardse zaken!

Want, zo zegt Jezus ons: waar je schat is daar zal je hart zijn. Ons hart volgt onze investeringen. Investeren we in bezit, een huis, een auto, kleding: dan is ons hart daarbij. Dat gaat niet om een auto nodig hebben of af en toe iets kopen – het gaat veel meer om de hechting aan deze spullen en de mate waarin wij erin opgaan. Hechting daaraan gaat gepaard met zorgen over de dag van morgen, of je dan nog wel iets kunt kopen. En overmorgen, wat er dan gekocht moet worden… Investeren we echter in het Koninkrijk en

verzamelen wij schatten in de hemel, dan is ons hart daar. Want ons hart volgt alles waar we vol van zijn. Met deze uitspraken stelt Jezus ons steeds opnieuw voor de vraag: waar wil ik met mijn hart zijn? Dat is een vraag om mee te leven, om vandaag en de komende dagen te overwegen. Het antwoord op die vraag geeft ons de mogelijkheid zelf ons kompas bij te stellen.