Lc. 11, 1 – 13

Annet van Straaten
Lezing
Gen. 18, 20-33

BIDDEN? ALTIJD PRIJS!

Kregen we nu zojuist een blanco check toegezegd door Jezus? Wát je maar verlangt, vraag erom en je zult het krijgen! Zoals op de kermis vorige week in het dorp, bij het ballengooien: kinderen altijd prijs!

Ja, dat krijgen we! Bidden geeft altijd prijs. Bidden loont.

Jezus is in de prijzen gevallen en zijn leerlingen zagen het. Dus wilden ze van hem weten, hoe hij dat deed en vragen ze hem: leer ons dat ook! En hij leerde hen het. Ik bedacht me, dat die leerlingen allang hadden geleerd te bidden. Het waren immers Joden, die waren opgegroeid met meerdere keren per dag te bidden. Toch vragen ze aan Jezus: leer ons bidden. Zij zagen iets bij hem dat anders was. Dat hem anders maakte, dat hem iets gaf waar zij ook naar verlangden.

Al in de eerste woorden wordt iets van Zijn geheim blootgelegd. Want uit de aanspreektitel ‘Vader’ blijkt Jezus’ verhouding met degene tot wie hij bidt. Met wie hij zo’n hechte band heeft dat hij hem vader noemt.

De leerlingen, niet zomaar willekeurige mensen, maar degenen die in Hem geloven, die een band met hem hebben, vragen Jezus om hen bidden te leren. In gelijkenissen die we daarna hoorden, gaat het over vrienden die iets voor elkaar over hebben en een vader die zorgt voor zijn kinderen. Bidden gebeurt in relatie. Als je bidt, ga je in op de relatie die God aanbiedt. En dan groeit die relatie. Dat lijkt vanzelfsprekend. De meesten van ons hier zijn waarschijnlijk opgegroeid met gebed. In de kerk, voor het eten, voor het slapengaan. Maar net als bij Jezus’ leerlingen kan het zijn dat toch pas later in ons leven de vraag ontstond, om te leren bidden. Omdat meebidden niet meer voldeed. Of omdat je al heel lang niet meer gebeden had. Want als het meeste goed gaat in het leven hebben we zo’n relatie niet zo nodig. We redden ons wel. Tot er nood ontstaat. Of totdat we iemand tegenkomen die een persoonlijke relatie met God onderhoudt, die het verlangen daarnaar wekt. Dan kan de uitnodiging die God in ons heeft gelegd, ontdekt worden en kan er een persoonlijke omgang groeien.

Jezus leerde zijn leerlingen het Onze Vader. Dat is niet alleen voor beginnelingen. Die Vader is van ons allemaal en dat gebed kan een leven lang spreken. Wij bidden het dagelijks en mij verveelt het nooit. We vragen én we zeggen toe ons in te zetten voor wat

we vragen: laat uw naam geheiligd zijn. Laat uw Koninkrijk komen. Dat gebeurt niet vanzelf. Dat hebben wij te doen.

Bidden doet iets binnenin mij; het doordringt mij er elke keer opnieuw van, dat ik in relatie sta; dat ik niet op mezelf sta, niet alleen ben en er ook niet alleen voor mijzelf ben. Bidden verbindt mij met mijn grond én met mijn omgeving. Bidden brengt mij op mijn eigen plaats en helpt me bij het zoeken naar antwoorden op de dingen die mij bezighouden, waar ik mee worstel, verdrietig, jaloers, boos, of moedeloos over ben. Het helpt me te zoeken naar wat mij erin te doen staat en helpt me soms ook te aanvaarden dat ik iets niet kan oplossen.

Volgens het Evangelie mogen we álles vragen. Voor onszelf en voor anderen. Dus we zouden kunnen bidden om nieuwe aanwas voor onze gemeenschap, zodat er toekomst blijft. We mogen bidden dat het authentieke van ons samenleven niet verloren door de vernieuwingen die we gestart zijn. Toch lijkt mij niet, dat we God een verlanglijstje kunnen sturen en daar per ommegaande de oplossingen van kunnen verwachten. Wat mag ik dan wel verwachten als ik God mijn vragen voorleg? De laatste zin van het Evangelie hielp mij: God zal Heilige Geest schenken aan wie Hem daarom vragen. Dus we mogen alles vragen en als we dat oprecht doen, mogen we vertrouwen op Heilige Geest. De geest van liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Geen oplossingen, geen pasklare antwoorden. Maar gereedschap, om te leren omgaan met onze vragen en noden. De Heilige Geest wordt daarom vast ook de Helper genoemd. Bidden is tenslotte ook: uithouden van vragen waar geen antwoorden op zijn. En dat uithouden, vraagt veel, heel veel geloof en vertrouwen. Vandaar die gelijkenissen. Want daarmee wil Jezus ons overtuigen dat God ons zal helpen, als we tot Hem bidden. Want als wij, onaf als we zijn, onze vrienden of kinderen toch brood en vis zullen geven, al is het maar om van het gezeur af te komen, hoeveel te meer dan mogen wij vertrouwen op God, die enkel liefde is en wil dat we gelukkig leven.

Het verhaal van Abraham laat dat treffend zien. Abraham vraagt veel, hij blijft vragen! Toch krijgt hij ook alles wat hij vraagt! Bij hem zie je een héél vertrouw volle omgang met God. Hoe intiem zijn gebed is. Hij gaat dichter bij God staan, als hij in gesprek wil over de dreigende verwoesting van Sodom en Gomorra. Hij gaat keer op keer de grens van betamelijkheid over door nóg meer te vragen en aan te dringen. Tegelijk blijft hij zich bewust van zijn verhouding met God, waardoor hij zich steeds nederig verontschuldigt voor zijn vrijpostigheid. Maar hij geeft niet op, zijn vertrouwen in Gods liefde is groot genoeg om almaar op te blijven komen voor de onschuldigen, die niet om mogen komen. Dat doet hem steeds weer opnieuw onderhandelen. Hij pleit niet voor zichzelf, maar voor anderen. En God werkt met hem mee, stemt in, laat zich gemakkelijk overhalen totdat er op het laatst bijna niemand meer rechtvaardig hoeft te blijken om twee hele steden te redden waarvan de zonden ongehoord groot zijn. God lijkt maar al te blij met het pleiten

van Abraham. Het verlost hem van de vernietiging van die steden, die God niet wilde, maar die die steden over zichzelf aan het afroepen waren. Want God wil niet vernietigen. God wil ons leven, ons geluk. Hij heeft ons geschapen, niet om weer kapot te maken. Dat is wat wij elkaar en onszelf soms aandoen. Dat is niet Gods schuld. Daar staat God machteloos in. Daarin is God van ons afhankelijk, van onze goed inzet, al of niet. Ik vroeg me nog af, waarom Abraham stopte bij het redden van 10 mensen. Dat was, omdat in de Joodse leer minimaal 10 mensen nodig zijn voor een minjan, een joodse gebedsdienst. Bij het overleven van minder dan 10 mensen kon God niet meer gevierd worden. Daarom stopte Abraham daar.

Bidden lost niet alle problemen op. Er blijft een heleboel ellende in de wereld bestaan, ondanks al het bidden. Misschien dat de Heilige Geest daarom ook wel Trooster wordt genoemd, die troost voor alles waarin we tekort schieten. Bidden kan wel helpen, om de ellende te verdragen, om het gegeven te accepteren dat er nog zoveel niet is wat het zou moeten zijn. En om ons steeds weer opnieuw naar binnen te laten luisteren, wat ons daarin te doen staat. De ingevingen van de Heilige Geest zijn talloos; bidden helpt om ze te verstaan, persoonlijk en gezamenlijk. Misschien kunnen we daar nu even stil mee zijn.