Joh. 10, 22 – 30
- Lezing
- Numeri 27, 12 – 23
Laat jij je kennen?
Vrijdagmiddag werd ik gebeld door een jongere collega, die met mij wat wilde delen over zijn gevoel na een collegiale bijeenkomst op donderdagmiddag. Het gesprek cirkelde rond de vraag in hoeverre je jezelf laat kennen, als je een intuïtie hebt, een onderbuikgevoel dat niet helemaal rationeel te verklaren is. We kwamen er op uit dat het juist heel goed is om naar die intuïtie te luisteren en dat gevoel te delen, mits de setting veilig is. Om jezelf te laten kennen.
Jezus laat zich kennen. Het is winter in Jeruzalem en hij loopt daar rond. Er zijn kritische vragen over hem. Het is het feest van de tempelwijding en dat wordt jaarlijks gevierd als een hernieuwingsfeest: de tempel was ontwijd en de Makkabeeën hebben dit hersteld. Op dit feest over zuiverheid klinkt de vraag aan Jezus: ‘Ben jij de Messias of niet?’ Het antwoord van Jezus is niet rechtstreeks. Hij benadrukt dat degenen die hem kennen ook bij hem horen, want zij herkennen de klank van zijn stem, het woord dat hij spreekt én is. Een voorwaarde voor dit ‘kennen’ is de intieme relatie met Jezus, die hij vergelijkt met de relatie van een herder met zijn schapen. In een kudde lijken de schapen op het oog allemaal hetzelfde, maar zo is het niet voor de herder: hij heeft met ieder van hen een speciale relatie. Hij kent hen ieder afzonderlijk en zij herkennen hem aan zijn stem.
Toch blijft het voor de joden de vraag wat voor herder hij is: is Jezus van God of niet? Ja, zegt de schrijven van het evangelie: hij is zuiver – een antwoord dat past op het feest van tempelwijding. De herder is een beeld voor God dat we kennen uit het Oude Testament: het is de goedheid die ons leidt en behoedt. Jezus laat zichzelf kennen als herder, niet op eigen kracht maar vanuit zijn intieme relatie met God die voor hem als een vader is: deze intimiteit biedt hij ons aan. Deze herder kent ons bij name en schenkt ons eeuwig leven: niets kan ons scheiden van de liefde van God. Als we hem volgen, bij hem willen horen, dan is er veiligheid en houvast in alle twijfel en angst die er in ons leven vanwege de misstanden in de wereld.
Dat Jezus zichzelf als herder positioneert, doet mij nadenken over leiderschap. Juist nu we met leiders worden geconfronteerd die ons grote zorgen baren. Wat zijn de kwaliteiten van goed leiderschap? Er zijn allerlei cursussen over dienend leiderschap en dat is zeker goed. Een goede leider zet anderen in hun kracht, geeft anderen ruimte, luistert goed, houdt niet alles in eigen hand maar delegeert, werkt met passie samen met anderen aan een gemeenschappelijk doel en geeft daarbij richting. Om maar een paar
eigenschappen te noemen, want er zijn er nog veel meer. We mogen hopen dat de nieuwe paus Leo XIV er een paar van heeft!
Mozes had er zeker een paar van deze lijst. Hij was niet perfect, maar wel groots. Want juist nu hij zijn imperfectie onder ogen moet zien, inclusief de consequentie dat hij het beloofde land niet zal binnentrekken, houdt hij het oog op het gemeenschappelijke doel. Hij klaagt niet bij God over zijn eigen lot, maar vraagt wat nodig is voor het volk nu hij uitvalt. Zijn hart is dus bij het volk en de toekomst van God met het volk. Hij kent zichzelf, hij kent Jozua en legt hem de handen op – een ontroerend gebeuren van overdracht.
Jezus is als de tweede Mozes een goede herder: ook hij zet niet zichzelf centraal maar houdt het oog op Gods toekomst, Gods rijk van menslievendheid, een waardige wereld. Hij weet zich gekend en geliefd door God. Hij herkent de klank van Gods stem en Gods woord is in hem – hij leeft met dat woord en is dat woord in persoon.
Goede leiders laten zich kennen. Dat klinkt plausibel en gemakkelijk, maar het is het tegendeel van wat wij in de wereld veelal zien. Er zijn nogal wat leiders in de wereld die spreekwoordelijk uitgedrukt zich niet laten kennen. Zij gebruiken spierballentaal en zetten grove middelen in om hun woorden waar te maken op een wijze die anderen schaadt, die mensen doodt. Leiders die zich daarentegen laten kennen, zijn kwetsbaar omdat zij hun hart laten spreken. Misschien zelfs hun onderbuikgevoel, zoals mijn collega het noemde. Zij spreken en handelen altijd met het oog op een gemeenschappelijk doel.
De vraag die ik vandaag versta is de vraag naar goed leiderschap, maar ook de vraag aan wie ik mij toevertrouw. Herken ik Jezus stem? Herken ik zijn stem in jou, of jou, als jij me gezagvol aanspreekt? Vertrouw ik op de hand die mij vasthoudt en behoedt als ik bang of verdrietig ben? Het is de hand van de liefde, sterker dan de dood.
Zo brengen deze lezingen ons helemaal in de Paastijd: we mogen ons toevertrouwen aan de liefde die sterker is, aan het leven dat is opgestaan uit de dood. De liefde die ons gegeven is en steeds opnieuw gegeven wordt. Dat vieren we rond deze tafel en de opgestane Heer zelf is onze gastheer.