Lc. 5, 1 – 11

Leonie van Straaten
Lezing
Jesaja 6, 1 - 8

Geroepen tussen angst en overgave

In onze wereld is het in deze tijd mogelijk geworden om een ruimtereis te maken, als je veel geld hebt en zoiets ook wilt. Die mogelijkheid brengt de hemelse machten binnen handbereik, waarbij niet de verwondering maar de maakbaarheid de leidraad is geworden. Het zijn ontwikkelingen die mij angst kunnen inboezemen, want waartoe zullen we nog meer in staat blijken? Tegelijkertijd weet ik natuurlijk dat ontwikkeling van technologie zinvol en nodig is. Als het vandaag ook over hemelse machten gaat, hoe kunnen de verhalen ons dan bemoedigen in onze werkelijkheid?

Ook al lijken hemelse machten binnen handbereik, God is groter, anders, heilig. Want ‘heilig’ betekent immers ‘anders’. Het gaat vandaag over een heiligheid die ontzag inboezemt bij Jesaja en Petrus. Een heiligheid die hen confronteert met hun eigen kleinmenselijke kanten. Dat is niet per se negatief, het gaat over onze sterfelijkheid, onze menselijke eigenheid. En als die meer tot ons doordringt, gaan we meer open voor de heiligheid van God. Laten we kijken naar Jesaja en Petrus, om hier wat dichterbij te komen.

Jesaja ontmoeten we in zijn visioen, dat zoiets als een ruimtereis lijkt – maar dan zonder technologische snufjes. Het gebeurt in de tempel, binnen de liturgie. Dus als wij onze zintuigen openen, kan hier vandaag ook nog van alles gebeuren… Jesaja wordt volledig overrompeld door de ervaring van heiligheid, van het anders-zijn van God. Juist de ervaring van het Goddelijke licht, brengt Jesaja als mens volledig in het licht. Dus ook met zijn kleinheid, zijn zondigheid, het tekort dat zo lastig en zo menselijk is. Hij is niet beter dan de anderen in zijn tijd, hij ziet wel in dat er iets moet veranderen en dat inzicht is cruciaal. Want juist dit besef van eigen kleinheid opent hem om aangeraakt te worden met Goddelijk vuur. Vuur dat hem loutert, zuivert. Die aanraking zal pijnlijk geweest zijn, maar juist zo wordt hij geroepen en bestemd. Want het is een aanraking die hem in staat stelt niet langer te spreken zoals die anderen, schijnheilig en louter lippendienst. Die aanraking brengt hem ertoe zich aan te bieden in Gods dienst: ‘Hier ben ik, neem mij.’ Jesaja is in beweging gebracht, het is als het ware een ruimtereis tussen angst en overgave. Op die reis wordt hij profeet van de Enige.

Met alles wat ik van Jesaja leer, kijk ik naar Petrus. Ik zie hem bij de boten. Een boot biedt veiligheid op het water, maar vormt ook een risico: er kan van alles gebeuren, zoals op een ruimtereis. Het kan spannend worden en het avontuur lokt mij.

Maar als wij instappen in het verhaal is het nog niet erg spannend. Het zwoegen in de nacht heeft niets opgeleverd, ze hebben alles gedaan wat mogelijk was en zijn

teleurgesteld en moe. Ze zijn eruit gestapt. En eerlijk is eerlijk, ik wil er ook wel eens uitstappen. Gewoon opgeven en loslaten, want ach, is het allemaal nog wel zinvol wat ik doe? Heeft het leven nog wel glans, heeft de gemeenschap een toekomst? De sfeer is gelaten, daar bij die boten. En ik ben er onderdeel van geworden.

Maar dan stapt Jezus in onze boot. Hij is die man die Petrus schoonmoeder genezen heeft, er gaan goede verhalen rond. En ook nu hangt er een menigte aan zijn lippen. Niets van schijnheiligheid of lippendienst: die man heeft echt een goed verhaal. Zijn onderricht is anders dan van al die andere spirituele leraren, toen en nu. Die hebben ook wel iets goeds te vertellen hoor, over balans zoeken in je leven, jezelf leren kennen, goede keuzes maken, gezond leven, … Maar Jezus is anders, wat is dat toch? Er hangt verandering in de lucht.

Met Jezus in de boot wordt het spannend. We stappen opnieuw in omdat hij het zegt. We luisteren, al is het volstrekt onlogisch. We varen naar diep water, het diepe in – op zijn woord. Dat is anders dan wat we gewend zijn, maar toch doen we het. We gaan nieuwe ruimtes verkennen, de diepte en de breedte van een ruimtereis in vertrouwen. En raar, heel erg raar: het levert ons overvolle netten op. Wat gebeurt hier? De hemelse machten lijken dichtbij.

Simon zit voor mij in de boot en opeens gaat er een schok door hem heen. Simon betekent ‘sjema’: hij is degene die luistert. Jezus aanwezigheid confronteert hem met zijn eigen kleinheid, het is niet te verdragen voor hem. En juist dit besef is de opening voor Jezus: hij roept Simon Petrus als leerling. En ook Jacobus en Johannes – de drie intimi van het eerste begin.

Wij zitten samen in de boot, ook hier en nu. Jezus is erbij, hij is in die ruimte tussen angst en overgave. Die ruimte van het besef van mijn eigen kleinheid, mijn tekort. En precies in die ruimte word ik geopend voor de vraag: ‘Volg mij, blijf bij mij!’ Natuurlijk is er dat besef dat we te klein zijn voor de grote vragen, is er de onmacht om te gaan met het kwaad in onszelf en in onze wereld. We kunnen daarin wegzakken, maar dan gaan we dicht voor de vraag, de roep van Jezus.

Als we in onze kleinheid ons laten aanraken door de heiligheid, het totaal anders zijn van de Enige, dan gebeurt er iets. Een soort van kortsluiting die veel energie losmaakt en alles in beweging zet. Die de ruimte van ons geloven opent. De sleutel tot deze ruimtereis in vertrouwen is de bemoediging die er klinkt: ‘Wees niet bang, mensenkind.’ Laten we het wagen het diepe water op te varen. Want is dat niet juist wat wij met elkaar doen in onze gemeenschap: het diepe water opzoeken om toekomst voor deze plaats te ontvangen, anders, totaal anders dan wij zelf denken en verwachten? Laten we het dan wagen om in die ruimte tussen angst en overgave te verblijven en onze heel eigen ruimtereis te maken.