Mt. 25, 1 – 13
- Lezing
- Jes. 65, 17-23
LATEN WE ELKAARS LAMP BRANDEND HOUDEN
De beide lezingen van vandaag zijn geschreven vanuit het perspectief van een naderende eindtijd. Teksten over de eindtijd zijn van alle tijden. Ze duiken op tijdens grote beroeringen, onzekerheden en dreigingen. De eindtijd is een duistere tijd, gekenmerkt door verdrukking van mensen, rampen, oorlogen en pandemieën.
Maar er komt een eind aan de eindtijd: op de dag van oordeel en bevrijding zal uit die chaos een nieuwe orde ontstaan. Daarover spreekt Jesaja. God zal recht spreken over de afgodendienaars en over de dienaren van God. De eersten zullen worden veroordeeld, zij zullen weeklagen, honger en dorst lijden. De dienaren van God zullen worden bevrijd, zij zullen eten, drinken en juichen van vreugde. Voor hen klinkt de belofte van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Alles wat eerst was, zal zijn vergeten. Het kwaad zal niet meer zijn.
Ook in het evangelieverhaal worden mensen onderverdeeld in twee groepen: er zijn vijf dwaze en vijf wijze meisjes. Zij wachten allemaal met hun lamp op de komst van de bruidegom. Het lastige is dat ze niet weten wanneer hij komt. Niemand kan hen dat vertellen. Dan kun je twee dingen doen. Óf je denkt: “ik zie wel – het zal mijn tijd wel duren” óf je bereidt je goed voor, ondanks alle onzekerheid. De vijf wijze meisjes doen dat laatste en zij genieten van het feest als de bruidegom eenmaal is onthaald. Maar de vijf dwaze meisjes staan voor een dichte deur.
Wachten tot het beter wordt. Wachten duurt lang. Vooral voor de armen, de treurenden, de naamlozen, de stemlozen. Wachten tot hen recht zal worden gedaan. Wachten – is dat afwachten of mogelijk maken? Hoe zit dat met ons? Met ons geloof in de komst van het rijk van vrede en recht? Kunnen we het nog opbrengen om ons daarop voor te bereiden? Iedere dag opnieuw lezen we in de krant over het grote onrecht dat mensen wordt aangedaan, hen die kritisch zijn, kwetsbaar, weerloos. Over de macht van het grote geld, van autoritaire leiders, van onbetrouwbare overheden, waarvan niet alleen de kleine mens, maar ook onze planeet steeds weer het slachtoffer is.
Het vraagt weinig verbeeldingskracht om onszelf te plaatsen in de eindtijd. Er woeden verschrikkelijke oorlogen in Gaza, Libanon, Oekraïne, Soedan. Natuurrampen volgen elkaar in hoog tempo op. Er is woede, er is angst, over een snel veranderende wereld. Woede en angst die worden gevoed door nationaal-populisten die de complexiteit van de wereld versimpelen tot oneliners, de wereld ook verdelen in ‘wij’ en ‘zij’, in de goeden en de slechten. Een oordeel vellen over het volk en de elite. Joden en moslims. Nederlanders
en buitenlanders. Hetero- en homoseksuelen. “Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe.” Makkelijk zat.
Maar deze orde van tweespalt en achterdocht is niet de goddelijke orde die ons in de Bijbel in het vooruitzicht is gesteld. Dit is niet het visioen van verlossing en bevrijding uit de chaos. Dit is verdeeldheid zaaien, tegenstellingen opblazen, scheidingslijnen optrekken. Deze eindtijd vraagt niet om verdeeldheid, om bokken van schapen te scheiden, maar om eenheid.
Wees dus waakzaam! We moeten ons niet uit elkaar laten drijven, maar ons met elkaar verbinden en die orde van ‘in den beginne’ herscheppen: Adám, één mensheid. Ieder van ons is adám en wij allen zijn adám. Geen raciaal onderscheid, geen mensheid in soorten verdeeld, maar geschapen in onderlinge verbondenheid, elkanders hoeder met al onze onderlinge verschillen.
In de nacht van de wereld is licht nodig. Laten we daarom onze olie met elkaar delen, zodat we met zoveel mogelijk mensen die lamp van de hoop laten branden. Wees waakzaam dat niet alleen je eigen lamp, maar ook de lamp van de ander niet uitgaat, want dan kunnen we elkaar niet meer zien. Kunnen we elkaar niet meer vinden. Vervallen we in moedeloosheid, onverschilligheid, cynisme, depressiviteit. Dan heeft de dood het laatste woord.
Nee, wij kunnen de oorlogen niet stoppen. Het onrecht niet ongedaan maken. Er zal altijd spanning zijn tussen het grote leed dat geleden wordt en het kleine dat wij kunnen doen. In die spanning zullen wij het moeten uithouden. Maar hoop, zo schreef Václav Havel, “hangt niet af van wat er in de wereld gebeurt. Het is een kwaliteit van de ziel. Het is ergens voor werken, omdat het goed is.”
Laat dat onze drijfveer zijn om op te blijven staan, tegengeluid te blijven geven, te laten zien dat het anders kan, dat het anders zal zijn. Dat is de olie die we uitdelen. Want de hoop opgeven, betekent onze medemens opgeven. En alleen samen zijn we in staat om die nieuwe wereld vorm te geven. Misschien niet op wereldschaal, maar wel op al die plaatsen waar wij onze medemens tegenkomen en een lichtje kunnen zijn.
Dus vertel elkaar: wat heb jij nodig om jouw lamp brandend te houden?