Mat. 21, 28 – 32
- Lezing
- Ezechiël 18: 5-32
‘Ja zeggen kan altijd nog’
Twee lezingen over bekering in tijden, waarin het niet goed gaat met het volk van Israël. Ezechiël profeteert ten tijde van de verwoesting van Salomo ’s tempel en het wegvoeren van het Joodse volk naar Babylon, in ballingschap. Jezus profeteert ten tijde van de Romeinse overheersing van Palestina. Een tijd waarin leiders van het volk, schriftgeleerden, priesters, hogepriesters, zich min of meer gedeisd houden om geen aanstoot te geven bij het Romeinse bewind. Maar die het volk voorhouden om te leven naar de geboden, terwijl Jezus vaststelt dat ze er zelf niet naar leven. Immers, Johannes heeft bekering geprofeteerd, maar daar is kennelijk niet naar geluisterd. En wel wijzen naar tollenaars, die belasting heffen namens de bezetter, en naar vrouwen van lichte zeden. Terwijl onder de volgelingen van Johannes en Jezus heel wat van deze paria’s van de samenleving waren, die perspectief zagen in zijn leer. Een leer waar eersten de laatsten zullen zijn, waar de kleinste onder ons de grootste is, en vooraanstaanden dienaars van het volk zouden moeten zijn. Een leer, waarin het eren van God en het liefhebben van de naaste als jezelf centraal staan. Zoiets is voor iedere mens haalbaar, als je je ervoor open staat. Ezechiël houdt het volk van Israël voor dat er nog een uitweg is uit de rampspoed. Ook hij spreekt over bekering, het volgen van de rechte weg van God. Hij spreekt het volk aan, maar daarin spreekt hij iedere mens individueel aan. Bij de voorbereiding vertelde Harrie dat het Ezechiël is, die voor het eerst in de schrift spreekt van individuele verantwoordelijkheid. De individuele verantwoordelijkheid om te kiezen voor het goede. Hij is er ten diepste van overtuigd, want dat predikt hij, dat God dan vergeeft. Dat er voor iedere mens iedere dag de mogelijkheid biedt om bij te dragen aan Gods koninkrijk hier op aarde. Ezechiël belooft, dat de keuze voor het goede, leven brengt. Maar hoe ziet dat er toch uit, hoe werkt dat toch: kiezen voor kwaad en sterven, kiezen voor goed en leven? Kiezen voor kwaad lijkt te gaan om willens en wetens anderen schade berokkenen. Leven ten koste van. Handelen ten koste van. En dit weten en voor jezelf en naar anderen ontkennen. Hoe kan het zijn dat iemand, die meerdere mensen heeft pijn gedaan, dit niet wil zien. Mij intrigeert dat deze mensen vragen om gedetailleerde informatie: wie heb ik pijn gedaan, wanneer, in welke situatie. Ze beroepen zich op hun intenties, het effect van hun daden wordt weggewuifd: het is toch subjectief, dat iemand zegt dat hem of haar iets is aangedaan. Het gaat om individueel kwaad, maar ook collectief kwaad van machthebbers, net als 2000 jaar en 2500 jaar geleden. Er is oorlog in Oekraïne, Armeniërs zijn verdreven uit hun huizen in Nagorno-Karabach. Vrouwen worden al hun rechten ontnomen in
Afghanistan, de aarde warmt op met grote gevolgen voor de kwetsbaren op onze planeet. We leven in bubbels, groepen gelijkgestemden, die elkaar versterken in hun gelijk, ook al lijden anderen onder ons gedrag. Het is hun probleem, niet het mijne. In de politiek is er dat merkwaardige idee dat je geen fouten kunt maken. Daarom worden fouten niet ruiterlijk toegegeven, want dat betekent het einde van je politieke carrière. Dus heb je geen actieve herinnering ergens aan, zou je met de kennis van nu het anders hebben gedaan, weten ambtenaren in Den Haag niet wat er leeft in het land, moeten klimaatwetenschappers is ophouden met doemdenken. Als politici geen fouten mogen maken, met welk mensbeeld leven ze dan, met welke angsten, welke doelen. We leven in een tijd, waarin we ons kunnen terug trekken met anderen in de virtuele wereld van ons eigen gelijk. We leven in een tijd dat de leiders van het volk hun volk in de kou laten staan en gedrag laten zien, waar niet alleen zij aan sterven, maar ook ons geloof in toekomst. Daarom zijn er iedere tijd weer mensen nodig als Ezechiël en Jezus die de weg wijzen. Die de machthebbers een spiegel voorhouden, maar ook iedere mens weten te raken met hun goede boodschap, dat er ieder moment de keuze ten leven kan worden gemaakt. Dat je nee zegt en ja doet. En dan niet mensen op je afkomen die het blijven hebben over je eerste nee, maar je loven en bemoedigen op je tweede, misschien schoorvoetende, ja. Ik geloof in de individuele verantwoordelijkheid van iedere mens om voor het goede te kiezen. Maar het vraagt ook om een bedding van betrokken mensen, een klimaat van bemoediging en vergeving, waarin die keuze makkelijker wordt gemaakt, kan worden volgehouden. Daarin ligt een opdracht voor ons als gemeenschap, voor iedere gemeenschap waar we onderdeel van zijn, zoals op onze werkplek, in onze gezinnen. Zo’n klimaat vraagt een luisterende en open houding, waarin God kan spreken tot ons en door ons tot degene, die op een kruispunt in zijn of haar leven staat. Luisteren is een voorwaarde nodig om tot bekering te komen. Luisteren naar dat eerste nee. Waarom ga ik niet in op een vraag om bij te dragen aan de opbouw van het grotere geheel. De vader vraagt om te gaan werken in de wijngaard. Dat is vast een zware klus, zeker in het warme klimaat in het Midden-Oosten. Maar werken in die wijngaard staat voor het werken aan het koninkrijk van God, voor het bijdragen aan het geluk van velen. Misschien realiseerde die nee-zoon zich dat ook anderen zich inzetten voor de goede zaak, dat anderen zich ook voor hem hebben ingezet. Zoals mijn ouders tijd stopten in de parochie, in het verzorgen van de generatie voor hen, toen die het zelf niet meer konden, en ook voor mij zorgden en betrokken op mij waren. Natuurlijk is ja zeggen en ja doen waar we allemaal op hopen als we een ander nodig hebben. Maar de zorgen van alle dag kunnen verstikken en het luisteren tot ontluisteren maken. De belofte van Ezechiël en Jezus is dat er elke dag weer een kans is op voor het goede te kiezen. En dan zullen we weer opleven, dan zien we onze naaste weer en zien we dat we worden gezien. Dan ontvang je duizendvoud van wat je geeft. Wat mij betreft is dat de goede boodschap van vandaag: ook al zeggen we een leven lang nee, als we inzien dat het doorgaan op die weg voor jezelf en anderen doodlopend is, als
we ja zeggen op de vraag om mee te bouwen aan Gods rijk, dat er dan leven is wat je kunt geven en ontvangen. Het vragen om dat inzicht aan hij of zij die Liefde is, haalt onszelf uit het centrum en plaatst het welzijn van iedere mens daarin. Mag het zo zijn.