Mat. 18, 15 – 20

Berti Parqui

1e lezing: 1 Korinthe 13, 1-13

Evangelie: Mattheus 18, 15-20

Datum: 9 juli 2023

Overweging door: Berti Parqui

Liefde, leef maar

Twee lezingen die in onze gemeenschap altijd gekoesterd zijn. De paar mensen die 56 jaar geleden erop waagden met elkaar samen te gaan leven, deden dat in het vertrouwen en geloof dat waar twee of drie in zijn naam samen zijn God in hun midden zou zijn, zoals de belofte klinkt in de laatste zin uit het evangelie volgens Mattheüs dat we net hoorden. En de bekende tekst uit 1 Korinthe 13 over de liefde was voor hen daarbij de inspiratie die hen tot dit besluit bracht. Niet toevallig, deze twee lezingen. De mensen die het leesrooster gemaakt hebben wel een beetje met de genade meegewerkt hebben voor deze lustrumdag. Maar hoe mooi de tekst over de liefde ook is, eenvoudig is het niet. Aan die ervaring viel in die 56 jaar samenleven zeker niet te ontkomen. Hetzelfde geldt voor de tekst van vandaag uit Mattheus. Laten we daar maar mee beginnen. Als uw broeder zondigt. Spreek hem dan onder vier ogen Ai, daar begint het al. Want hoe gemakkelijk zien wij niet wat een ander fout doet. En hoe gemakkelijk uit je je ergernis niet direct of indirect tegen iemand anders. En daarmee sluipt het gif van de verdeeldheid binnen. Dat weten we maar al te goed en ook hoeveel kwaad dat berokkent. Dat voelen we goed als we zelf het onderwerp zijn van gepraat achter onze rug. Het is niet nieuw wat Jezus ons voor houdt. In het boek Leviticus staat hetzelfde. Maar het gaat bij Jezus niet om genoegdoening te krijgen voor het aangedane kwaad. Zoals bij Leviticus het geval is. Direct voorafgaand aan dit stuk vertelt Jezus de gelijkenis van het verloren schaap. De herder heeft er alles voor over om het verdwaalde schaap thuis te brengen. Thuisbrengen. Het gaat bij het aanspreken niet om gelijk krijgen of genoegdoening. Het is Jezus te doen om de ander het winnen voor Gods zaak en met hem als broeder of zuster tot bestemming te komen. Dat is waar dit evangelie ons toe oproept. Gemakkelijk is het niet. Niet voor degene die aanspreekt, noch voor degene die aangesproken wordt. Want het vraagt bezinning op eigen eerlijkheid en motivatie, gedrag. Lastig, want het gruis van emoties, oud zeer, slechte ervaringen, opvoeding, vaste overtuigingen door vorming en vervorming is hardnekkig en steeds terugkerend. Alleen liefde kan het gruis doen oplossen. Gebed kan een weg tot die liefde openen.

Geef het niet op, horen we van Jezus. Blijf proberen samen te komen. Met hulp van anderen, als het je niet in je eentje lukt. Want het is cruciaal dat de ander voelt waar het om te doen is, nl de liefde en die liefde voel je altijd zuiverder als het niet van één mens afhankelijk is, maar zichtbaar en voelbaar tussen twee of meer. Waar twee of meer eensgezind vragen, daar ben ik in hun midden. Tussen hen in. Tussen ons in. Dat is ook zo’n woord dat dat 56 jaar met ons meegaat. Gastvrijheid, waarheid, liefde, is niet van mij, of van jou, maar gebeurt tussen ons in. Dat is het grote geheim van het een gemeenschap die toekomst heeft. Zodra er iets gegrepen, gepakt, geclaimd of geëist wordt is het weg; zodra je maar denkt dat er iets opeisbaar of maakbaar is, is het wonder van gemeenschap-zijn weg, de genade, de dankbaarheid dat je mag leven met anderen, die je gegeven zijn. En daarmee komen we op de 1e lezing uit de brief aan de Korintiërs van Paulus. Een prachtige tekst, ik denk wel de meest geciteerde tekst uit de bijbel, gebruikt bij bruiloften en feestelijke vieringen van de liefde. Zo mooi! Je kunt erin wegdromen; ja, zo is het en zo zou het moeten zijn. Paulus had weet van die liefde. Paulus, die Jezus nooit gekend heeft is, is toch zijn vurigste vriend geworden, door die overrompelende ervaring van Jezus die hem overkwam op weg naar Damascus. Die Godsontmoeting, zette alle waarheid en wijsheid die Paulus dacht te hebben als fanatieke wetsgeleerde op zijn kop. Die liefde heeft hem zijn verdere leven gedreven, door alle moeilijkheden heen. Deze tekst schreef hij ook niet uit de luxe. Hij schreef deze tekst aan de Jezus-volgelingen in Korinthe, die onderling aan het steggelen en ruziën waren. Over wie het voor het zeggen had binnen de gemeente of wie de meest indrukwekkende geestelijke gaven had. Paulus zegt dit tegen mensen die hun eigen geestelijke gaven en prestaties belangrijk vinden en menen anderen niet nodig te hebben. Hij spreekt over mensen die niet gericht is op de opbouw van de gemeente, maar die vooral aandacht voor zichzelf willen in plaats van elkaar aan te vullen en te bemoedigen omwille van dat ene doel: Gods Rijk op aarde zichtbaar maken. 1 Korinthe 13 wordt voorafgegaan door een zin vooraf die meestal overgeslagen wordt: ik wijs jullie op een weg. De weg van de liefde. En dan heeft hij het niet over de romantische liefde of over knuffelliefde, maar over de liefde van God in mensen die leidt tot solidariteit. Broederschap, rechtvaardigheid. Dat was de boodschap van liefde waar het Jezus om begonnen was. Ik las een boek van Karin Armstrong over Paulus en in de inleiding schets zij de historische situatie tijdens Jezus optreden. De gewelddadigheid van de Romeinse overheersing, de hoge belastingen die eenvoudige mensen van hun karige oogst nog moesten betalen in een systeem van uitbuiting, waar de joodse tempelaristocratie aan mee werkte. In alle parabels van Jezus die zien we die samenleving met een enorme kloof tussen arm en rijk, waar lenen en hoge schuldenlasten onvermijdelijk waren, bezitters gewetenloos van de zwakkeren profiteerden en onteigenden gedwongen werden als dagloner te wreken. In die werkelijkheid roept Jezus zijn volgelingen op om wat je bezit te delen met de armen, deel je brood, heb je twee paar kleren en de ander geen, geef een stel kleren weg:

Werkelijk materieel delen met elkaar, veel minder geestelijk dan wij nu vaak denken. Hij riep vanuit zijn diepe overtuiging dat de ene mens niet meer waard is dan de andere in Gods ogen op tot concrete solidariteit met elkaar, opdat zij samen sterk zouden zijn en Gods rijk in het heden zou gebeuren. Karin Armstrong beschrijft zo duidelijk: Jezus was zeker niet alleen een geestelijk leider; zijn invloed had ook een politieke consequenties, die voor de overheid ontwrichtend waren. Hij werd wel degelijk een bedreiging voor het bestaande systeem waar de bovenlaag profiteert van mensen die zijn eronder kunnen houden. Voor mij was dat niet echt nieuw, maar toch kwam deze bekende tekst uit de Korinthe 13 - dit Hooglied van de liefde- in heel nuchter perspectief te staan. Liefhebben is een werkwoord. Die daadwerkelijke praktische liefde voor onze medemensen, daar gaat het om. Maar alleen doen is het ook niet. Zonder de juiste intentie verandert er niet echt iets. Zonder echte liefde is alle eigen prestatie stukwerk. Die ware liefde begint bij een diep besef zelf afhankelijk te zijn van de ander. De ander met een hoofdletter. Wij zijn afhankelijk van Gods liefde en genade. Je slaat de plank mis als je je zelf beter vindt dan die ander omdat je zoveel kennis, gaven, mogelijkheden hebt. Of je zo goed voelt als je zoveel geeft, aan die minder bedeelde, die arme. Alleen in het besef dat ook jij alles gekregen hebt, maakt je oprecht solidair. Als je de liefde niet hebt, ben je een schallend koper. Die liefde begint bij God, die alleen ontvangen kan worden met het hart, Waardoor je als mens tot in al je vezels voelt dat je leven gekregen is, je leven dat onlosmakelijk verbonden is met alle leven, de hele schepping, waardoor je diep weet dat alle andere schepsels je broeder en zuster zijn. Geliefden, ik wijs jullie een voortreffelijke weg, zegt Paulus. De weg de weg waar wij mens en als gemeenschap telkens weer naar moeten zoeken. Broederschap, Het verbond aangaan. De weg van bescheidenheid, van loslaten van de angst en het gewild of ongewild elkaars concurrent zijn, naar werkelijk verbondenheid met God en elkaar. En daarvoor is werk aan de winkel nodig. Innerlijk, geestelijk, door voortdurende bezinning op de bron en reflexie op eigen houding, als daadwerkelijk in oefening van broederen zusterschap in solidariteit. We gaan straks in deze Agape viering brood met elkaar delen. Symbolisch staat brood voor leven. Symbolisch ja. Wij hebben geen honger naar concreet voedsel. Maar hopelijk roept dit gebaar wel de urgentie op die Jezus bedoelde om dat wat wij hebben – zowel geestelijk als materieel te – in liefde te delen. Als wij dat echt doen gebeurt dat koninkrijk van God waarin niemand meer alleen op zichzelf is aangewezen, maar zich verbonden weet als kostbaar mens van God. Mag het zo zijn.