Joh. 17, 1 – 13
- Lezing
- Ezechiel 39, 21-29
Johannes de ziener
Ik heb zelden iets moeten zeggen over een tekst die zoveel lagen en mogelijke insteken heeft als het evangelie van vandaag. Zo vol van woorden en inhoud, dat ik er in eerste instantie geen raad mee wist. ‘Wow’, was ook de eerste reactie van iemand na het lezen van dit evangelie gisteren tijdens ons schriftgesprek.
Je kunt het eenvoudig lezen als een gebed dat Jezus hardop bidt vlak voor dat hij gearresteerd wordt. Jezus heeft zijn leerlingen voorbereid op zijn dood door een laatste woord tot hen . Daarna horen zijn leerlingen hoe hij bij zijn Vader niet voor zichzelf bidt, maar voor hen. Na dit gebed gaat het verhaal verder en horen we hoe hij door Judas verraden wordt en gearresteerd. Maar zo eenvoudig is dit fragment niet. Er gebeurt veel meer. Jezus zal op het moment voor zijn arrestatie misschien wel gebeden hebben, maar als het al zo gezegd zou zijn: Dat kan niemand zo letterlijk onthouden. Uit alles blijkt dat deze grote woorden niet van Jezus zelf zijn, al lijkt dat zo in deze tekst. Deze woorden zijn door Johannes zo opgeschreven. En wat hij dan schrijft zegt even veel over Johannes als over Jezus, of zelfs nog meer. Dat inzicht hielp mij wel. Het is dus geen verslag, maar een reflexie van Johannes over wie Jezus was. En het ging mij steeds meer boeien, waarom Johannes dit gebed zo opgeschreven heeft. De eenheid tussen God en Jezus, daar draait het om in dit gebed. Jezus spreekt en handelt namens God, Jezus en God zijn een. Die boodschap was belangrijk voor de gemeente van Johannes, want daar stond de eenheid onderling onder grote druk, omdat die jonge christengemeenschap bestond uit een heel samengesteld gezelschap van joden en heidenen, met ieder hun eigen achtergrond, opvattingen en tradities, En ook van buitenaf werd hun geloof en verbondenheid beproefd: ze werden onderdrukt en vervolgd. Het is zo in te voelen dat Johannes daarom die eenheid tot het hart van Jezus gebed maakt. Het gebed om eenheid in naam van God was een troost, een oproep en een bemoediging om als broeders samen de weg van Jezus te gaan. Dus die die historische context helpt wel om mij dit gebed te verstaan: als boodschap van Johannes voor zijn mensen. Maar nog meer hielp mij het besef dat Johannes een mens was van het innerlijk kennen, van het schouwen van God. Die kennis, die gnosis, had Johannes, daarvan ben ik overtuigd. Ik denk dat Johannes net als Jezus, weet van de eenheid die onder de hele schepping ligt. Johannes is een mysticus, een ziener wordt hij ook wel genoemd. Hij heeft weet
van dat eeuwige leven, waar alles een is, ervaring van God, de ene, die is was en zal zijn, die er was voor alles, vanaf de beginne in eeuwigheid. Hij kent de goddelijke energie van de heilige Geest die alles en allen bezielt. Hij kent God, zoals Jezus God kende. Dat intieme kennen, niet met het hoofd, maar met het hart, met je hele wezen, dat opgenomen wordt in die totaal Andere, en tegelijkertijd Nabije. Johannes kent God zo dat hij God in Jezus ziet. Een mens ja, in wie God zichtbaar is. Die erkenning, die herkenning, daar gaat het om in dit evangelie. Als je door het gebed van Jezus heen Johannes aan het woord hoort , snap ik beter waarom het zo geschreven is. Bv dat het zo vreemd is dat Jezus over zichzelf spreekt in de derde persoon. Alsof hij over een ander spreekt. Zo staat er: Jezus sloeg zijn ogen ten hemel en bad: “ Vader verheerlijk uw zoon. Laat Hem, krachtens de macht die u hem gegeven hebt eeuwig leven schenken aan al degenen die u hem hebt toevertrouwd.” Het is eigenlijk Johannes die zegt: Vader, voor eens en voor altijd en voor iedereen duidelijk zijn hoe goddelijk Jezus was. En het is eigenlijk Johannes die smeekt dat alle mensen door Jezus leven toegang krijgen tot dat eeuwige leven, d.w.z. tot dat kennen van God. Want dat contact met de bron van leven is het enige belangrijke, het enige dat in alle onrust van de wereld overeind blijft en waardoor alles in een ander licht komt te staan, alles, ook de pijn, het ongemak en verdriet wordt erdoor verlicht. Dat kennen van God met het hart, dat is bron, het begin, de kern van geloof. Gnosis, is een ander woord daarvoor. Maar dat kennen is geen esoterisch verwijlen, geen extase of gezweef boven de aardse realiteit uit, maar een werkwoord, net als liefhebben. Daar moet je dus elke dag concreet mee bezig zijn zoals Jezus, die God niet alleen kende maar ook laat zien door zijn daden, door zijn houding, door zijn woorden, door zijn uitleg, door zijn tekenen en wonderen, door zijn liefde naar de mensen. Jezus bidt voor zijn leerlingen dat zij bewaard blijven in de naam van de vader. Bewaard? Bewaard voor de beproeving, voor de aanslag die aardse beslommeringen op die kostbare eenheid met God kunnen doen. Want wij leven wel op de aarde, waar wij dagelijks geconfronteerd worden met alle denkbare tegenkrachten, zoals pijn, verdriet, teleurstelling, boosheid en moedeloosheid., waardoor het zicht op dat eeuwige leven, op die verbondenheid met God, verloren kan gaan. Zoals Jezus bidt dat zijn leerlingen bewaard mogen zijn in de naam van de vader, zo bidt Johannes in dit gebed bij monde van Jezus, opdat wij in Jezus naam bewaard mogen zijn en tijdens ons dagelijkse aardse leven niet afwijken van de weg van de liefde, die wij door het voorbeeld van Jezus kennen. Johannes doet in feite waar Jezus voor bad. Hij geeft door dit evangelie zo op te schrijven het stokje door. Jezus is bij God. Bij Hem die was, die is en er zijn zal. God heeft door Jezus laten zien dat wil wonen in mensen, zoals hij heeft gewoond in Jezus. Hij woont in Johannes en Hij woont in ons. Ook wij mogen en kunnen vanuit die godsverbondenheid leven. De oproep van vandaag is om de vreugde van dat eeuwige leven, van dat kennen van God, op onze beurt weerdoor onze houding en onze daden aan anderen door te
geven door de weg van Jezus te gaan en te blijven vertrouwen dat Hij, de vader en de heilige geest bij ons is en blijft.