Mat. 3, 13 – 17

Annet van Straaten
Lezing
Jes. 42: 1 - 9

MEEBOUWEN AAN EEN HEMEL OP AARDE

Wie heeft niet ooit een gewaarwording gehad, een Stem gehoord, die raakte aan iets diep in jezelf, een bewustzijn, dat zo gewekt werd? Waardoor een nieuw zicht ontstond op de toekomst. Waardoor iets plotseling onontkoombaar duidelijk werd over wie je was en welke keuze gemaakt kon worden.

Bij zo’n intense ervaring, kun je soms iets horen, iets verstaan. Iets ondergaan wat een beeld oproept. Zoals de Geest van God zien in de gedaante van een duif. Gebeurde er zoiets, tijdens de doop van Jezus in de Jordaan? Waar we horen dat Jezus de Geest van God uit de hemel ziet neerdalen? En dat die Geest over hem heen kwam?

Jezus werd dit gewaar; Gods Geest kwam over Hem. Maar daarna gebeurde er nog iets: de stem die uit de Hemel sprak richtte zich niet tot Jezus. Die sprak óver Jezus tegen de menigte daar, aan de Jordaan.

Ik stel mij voor, dat ik onderdeel vorm van die menigte. Ik zie vanuit de verte Jezus bij Johannes. In tegenstelling tot het dopen van alle anderen, lijkt Johannes Jezus niet te willen dopen. Dat verbaast; welke reden kan Johannes daarvoor hebben? Johannes lijkt deze man te eren, hij gaat eerbiedig met hem om. Na enige discussie, zwicht Johannes en doopt hij ook deze man. Er blijkt iets bijzonders met hem. Er gaat iets van hem uit. Terwijl hij geen voorname man is, hij heeft geen gevolg om zich heen. Hij is gewoon en alleen. Maar tóch! Hij heeft iets wat direct aantrekt, vreugde oproept, wat vraagt om bij Hem te blijven. Het hele doopgebeuren wordt opgetild naar iets groots, iets allesomvattends dat de wereld zal veranderen. Dat de hele wereld zal schoonwassen. Het gaat boven me uit, wat hier gebeurt. Maar het gebeurt en ik zal het nooit meer vergeten. Het kán dus, dat de wereld goed wordt, mooi wordt. Dat wij met elkaar in vrede raken, met onszelf.

Dat wat is overgeleverd door de eeuwen heen is, dat er een stem uit de hemel klonk die sprak: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in wie ik vreugde vind.’ Geliefde zoon. Een uitdrukking die, zo leerde ik van Harrie, in het Oude Testament op drie plaatsen voorkomt en dan steeds ging over de belofte dat er een Redder, een Verlosser zou komen. En dat die het leven goed zou maken.

Dat brengt ons bij Jesaja.

Want daar gaat het over die uitverkorene, waar de geest op is gelegd. Dat zijn grote woorden. Maar verder lezend wordt het concreter: want diegene die God voor ogen heeft wordt in Jesaja omschreven als een zachtmoedige, die opkomt voor wat zwak is en kwetsbaar, die bevrijdt. Die licht zal zijn voor álle naties. De verwachting van zo’n Verlosser wordt in het hele Oude Testament doorgedragen.

In Mattheus klinkt nu bij deze mens, nadat hij gedoopt is: déze is het! DIT is de man die die verwachting gaat vervullen. Dat Woord dat mensen eeuwenlang hoop en richting gaf, wordt werkelijkheid in Jezus. Hij is die zachtmoedige; die Koning in dienstbaarheid. Dat betekende niet alleen maar meteen de hemel op aarde. We weten hoe het met Jezus verder ging. En we weten hoe het daarna met de wereld ook weer verder ging.

En tóch! We hebben overgeleverd gekregen en eten en drinken dat nog steeds in, hoe deze mens helemaal God werd en wat dat teweegbracht. Hij bracht ook wél de hemel op aarde. Want de meesten van ons, misschien wel allemaal, zijn in navolging van Jezus, ooit gedoopt. Vanuit een diep geloof en een verlangen bij onze ouders of bij onszelf als jongvolwassene, dat we een geliefd kind van God zijn; dat we in die verbinding mogen leven. En daarmee met Jezus mee kunnen bouwen aan een hemel op aarde.