Mat. 11, 2 – 11

Berti Parqui
Lezing
Jesaja 35, 1-10

Geen andere macht dan de macht van de liefde

Wat een prachtig visioen hoorden we in de eerste lezing van Jesaja. Het riep onmiddellijk een oude topper uit het oude protestantse liedboek in mij op. Uit volle borst gezongen in een volle kerk: De dorre vlakte der woestijnen zal zich verblijden eindeloos. De zandzee zal herschapen schijnen en bloeien zal zij als een roos. Een prachtig lied van een visioen waar je in kunt wegdromen. Alles komt goed: een en al vrede en harmonie, zonder angst, en tekorten.

De lezing uit het evangelie van Mattheus haalt ons weg uit die droom. Zo mooi is de wereld niet. Overal puinhopen. Johannes de Doper is gevangengezet. Hij heeft in het openbaar kritiek geuit op de levenswijze van koning Herodes en dat komt hem duur te staan. Hij zit in de gevangenis, overgeleverd aan de willekeur een beledigde potentaat. Zoiets als wat op dit moment gebeurt met kritische journalisten of mensen als Navalny die de corruptie, wreedheden en het machtsmisbruik van Poetin openbaar maken. Veroordeeld zonder of met een schijnproces tot jarenlange celstraffen.

In die gevangenschap worstelt Johannes met vragen. Waar blijft hij met zijn roeping? Hij hield boetepreken en riep op tot bekering in afwachting van de komst van de messiaanse verlosser die korte metten zou maken met onrecht en alle zondaars.

Is Jezus, die hij heel hoog heeft, nu de verwachte Messias? Of moet de echte Messias nog komen? Hij stelt deze vragen aan Jezus via zijn leerlingen.

Jezus antwoordt niet rechtstreeks. Hij geeft antwoord via citaten uit Jesaja en Maleachi: Vertel Johannes wat je ziet: blinden worden de ogen geopend, kreupelen kunnen weer lopen, zelfs doden zijn uit de dood opgewekt. Maar in de profetie van Jesaja staat bij al deze wondere tekenen door Gods toedoen ook het bevrijden van gevangen. Dat zou op Johannes hoop kunnen geven. Maar juist dat noemt Jezus hier niet.

Jezus wijst de leerlingen van op tekenen van Koninkrijk der hemelen dat al wel al bezig zich te voltrekken.

Maar Johannes preekte de verwachting van een machtige goddelijke ingreep, zoals het staat in de eerste lezing van Jesaja: God zal komen met zijn wraak. Hijzelf zal komen met vergelding en met kracht zal hij jullie bevrijden.

Johannes de felle, vechter, asceet, die zo vervuld is van hoe het zou moeten zijn, zo bezeten van dat visioen dat hij alles aanpakt wat daar niet toe bijdraagt: de bijl ligt aan de wortel, zegt. Bekeer je van je zonden, adderengebroed, rijke uitbuiters, mensen die

anderen voorschrijven hoe het zou moeten, maar het zelf niet leven, afzetters, overspeligen. Hij neemt geen blad voor de mond, ook niet voor de koning.

Jezus getuigt van zijn grote respect voor Johannes. Die man die zijn oren niet laat hangen naar mensen met macht en rijkdom, hij kent zijn soberheid en ijver voor God. Hij ziet Johannes in zijn roeping als voorbereider van dat rijk van God. Onder wie uit vrouwen is geboren is niemand groter dan Johannes, zegt hij. Johannes kan mensen in hun geweten raken.

En zonder inkeer gaat het niet. Ook bij Jezus niet. Zijn beproeving in de woestijn na zijn doop; zijn geestelijk gevecht met de verleidingen van macht en eer worden niet voor niets vermeld.

Maar voor alles wil Jezus dat de mensen God te leren kennen zoals hij hem kent, als een liefdevolle Vader. Zijn God is geen wreker, maar een Leven-gever, die wil dat wij elkaars tot naasten zijn.

Jezus geeft toe dat hij niet die alles oplossende Messias is. Hij kent zijn vader in de hemel anders: Geen geweldenaar die ingrijpt maar een god die solidair is met de armen. Jezus voelt het als zijn roeping om naar het voorbeeld van zijn hemelse vader om ongewapend in deze wereld te staan met geen andere macht dan de macht van de liefde. Zalig die aan mij geen aanstoot neemt, horen we hier Jezus zeggen. Aanstoot? Ja, Om Jezus als Messias te herkennen te kunnen volgen is het nodig een behoorlijk struikelblok te overwinnen. nl het struikelblok van de verwachting dat God handelt zoals wij dat zouden willen.

De verwachting dat Hij, los van mensen, iets zal bewerkstelligen door een goddelijke ingreep.

Dat geldt voor Johannes, die zit in kerker zit en snakt naar bevrijding, maar ook voor de eerste christenen die de wederkomst verwachtten, maar ook voor ons, Want wij mensen verlangen naar resultaten en oplossingen en misschien ook eigenlijk ook een God die doet wat wij willen, op onze tijd. De Messias is gekomen en wat is er nu eigenlijk veranderd? Altijd nog oorlog, altijd nog dat onrecht, die willekeur en dat kwaad. Waar is dat visioen van Jesaja ooit in werkelijkheid te zien en te beleven?

Een ding is zeker. Zonder profeten als Johannes komt die betere wereld er nooit. Zijn grote verdienste was dat hij het kwaad aanwees en benoemde omdat hij God toegewijd was en diens wil en wet kende. Groots omdat hij vanuit die gedrevenheid de moed had om de misstanden te zien, aan te wijzen en te benoemen.

Hij was en is hard nodig, omdat het visioen begint door je bewust van te zijn van de macht van het kwaad en het besef dat je daaraan bijdraagt door onverschilligheid,

luiheid of de schuld bij anderen te zoeken. Allen door die zelfreflectie kan er verandering, en ommekeer in denken en doen komen.

Maar dat gaat niet zonder de alles overstijgende liefde. De onvoorwaardelijke liefde die Jezus ons blijft voorleven. Door zijn indirect antwoord aan Johannes dat de Messias van God geen krachtpatser is, die van bovenaf ingrijpt. De Messias maakt niet vrij met geweld, maar met liefde. Door met Zijn blik te kijken naar onszelf, naar onze naasten, kan er bekering gebeuren.

En daarmee het besef dat je zelf geroepen bent om mee te bouwen aan dat koninkrijk van Liefde waar het Jezus om te doen was. Geroepen om zelf lichtdrager te zijn, waar het donker is en waar wij met woorden en daden puin uit de weg kunnen ruimen om de weg vrij te maken naar een messiaanse wereld, waar iedereen tot zijn recht komt. Er is een oud verhaal uit de joodse midrasj dat heel goed past bij de lezingen van vandaag:

Bij een van de poorten in Rome zit een melaatse bedelaar. Hij is daar elke dag en wacht en wacht en wacht. Die bedelaar is de Messias. “Op wie wacht hij dan” vraagt een jongen aan zijn grootvader. De oude man legt zijn hand op het hoofd van het kind en zegt “op jou, mijn jongen! Het wordt ook tegen ons gezegd vandaag.