Luc. 16, 1 – 13
- Lezing
- Amos 8: 4 - 7
MET BELEID
Mensen van God,
‘Jezus spreekt tot zijn leerlingen’. Onderweg naar Jeruzalem, met die leerlingen en met velen die met Hem mee reizen, tollenaars, zondaars, Farizeeën en Schriftgeleerden…, rijp en groen op de weg van God met mensen. Tot op vandaag mee in dat spoor van de Mensenzoon. Hij onderwijst. Over het Koninkrijk van God, over het koningschap van de Eeuwige, en over ons mensenkinderen, geschapen als beeld en gelijkenis van die Ene, en onze weg zoekend in de wereld. Om ons te verhouden tot alles wat daarin op ons afkomt. Ons geld, ons goed, onze God en onze naaste.
Jezus doet dat als een goede didacticus aan de hand van beelden, voorbeelden uit het leven gegrepen, waar mensen zich aan kunnen spiegelen, waarin ze zich kunnen invoegen of waardoor ze zich wezenloos schrikken wanneer die spiegel confronteert…
Jezus spreekt in deze gelijkenis over een rijke man die een rentmeester heeft. De rentmeester is op eigen wijze omgegaan met het geld en goed van de heer en wordt daarover ter verantwoording geroepen. Voordat het zover is gaat hij, opnieuw op eigen creatieve wijze, naar de schuldenaren, om hun schuld fors te verminderen en zo bij hen in een goed blaadje te komen en zijn hachje te redden wanneer hij straks ontslagen wordt. We horen dan dat de heer hem daarom prijst. Omdat hij dus zo met beleid heeft gehandeld. Gewiekst is geweest. Einde van de gelijkenis.
Dan volgt een les, van Jezus of van Lucas: ‘De kinderen van deze wereld gaan slimmer met elkaar om dan de kinderen van het licht’. Slimmer, met beleid en verstand. Groot is de verbazing en de verwarring bij de toehoorders, bij ons ook, wanneer we worden opgeroepen om vrienden te maken met behulp van de valse mammon, opdat ook wij in de eeuwige tenten worden opgenomen wanneer de mammon er niet meer is. Materialiteit en spiritualiteit verbonden.
De gelijkenis roept een hele wereld op van creatief boekhouden, van winstbejag, beleggingen, ondoorzichtige geldstromen... de mammon, de geldduivel die zich roert, die als gegeven aanwezig is in onze wereld, in ons leven, waarmee we ons dienen te verhouden. Voorbeelden te over van zulk gedrag, ook in onze tijd. Van handigheid net binnen de grenzen van de wet of net er overheen. De gelijkenis roept ook bevreemding op, toen en nu, over de reactie van deze heer. En over de les die daaruit geleerd kan worden.
Als we aannemen dat Jezus spreekt over God en de mens, in deze gelijkenis en in de uitspraken die daarop volgen: wat zegt hij hierin dan over God? Twee dingen: -De heer, God, prijst de rentmeester. Waarom? Niet zozeer omdat hij oneerlijk was, maar omdat hij met beleid heeft gehandeld toen hij daarover verantwoording moest afleggen. In het Schriftgesprek gisteren klonk: de rentmeester heeft een verandering doorgemaakt, en hij heeft ingrijpend anders gehandeld naar zijn schuldenaars. Hij heeft schulden kwijtgescholden. En daar was en is het de Eeuwige om te doen. Schulden te vergeven, om vrij te maken.
-het tweede dat klinkt over God, in de volgende uitspraken, uitleg, is dat de Ene gediend wil worden, met alles wat in ons is. Niet een beetje, laf en lauw, maar met volledige focus op God, op zijn koningschap. Je kunt niet God dienen en de mammon.
Wat zegt Jezus over de mens, over de mens van God, over de kinderen van het licht? Ook 2 dingen: Die conclusie van de gelijkenis, dat je vrienden moet maken met behulp van die valse mammon, dat versta ik zo: je bent in deze wereld onderdeel van vele systemen, in economie, politiek, op allerlei manieren zijn we onderdeel van onze samenleving. Daarmee moet je je verhouden, erin handelen, werken, ook vuile handen maken dat is gegeven met je leven. Daarin met beleid handelen, met het oog op schulden vergeven, bevrijding. Zoals die rentmeester met heel zijn gedrevenheid opkwam voor zijn zaak, zo zullen wij met heel onze ziel en zaligheid opkomen voor de zaak van God.
2. We horen als kernwoorden betrouwbaarheid en God dienen. Zo zullen we onze focus gericht houden en je niet laten bezetten door de mammon.
Wat er gebeurt als je je wel laat inpakken door die geldduivel, wat gebeurt tussen mensen die veel hebben en die niets hebben, horen we bij Amos. In een woedend pamflet trekt hij fel van leer tegen mensen die hun hart hebben verkocht, die de trots van Jakob hebben gecorrumpeerd, die de ijkpunten van hun leven als Godsvolk eigenhandig hebben aangepast aan hun eigenbelang. En daarmee de armen vertrappen, meedogenloos, alle medemenselijkheid en gerechtigheid uit het oog verloren. Zijn jullie nou helemaal!!! Je zou af en toe van verontwaardiging uit je vel springen! Ook Amos houdt een spiegel voor. En spreekt ook ons aan als mensen van God, om onze daden tegen het licht van God te houden. En van Godswege roept hij dat het gezien is en gehoord, en dat de Ene hun daden nooit zal vergeten. Vanuit zijn hoop en vertrouwen dat gerechtigheid zal geschieden!
Tot slot: in deze Vredesweek krijgen we op onze weg als mensen van God, leerlingen van de Heer, deze weerbarstige lessen. Die schuren en meer vragen oproepen dan heldere antwoorden geven. Lessen die ons dwingend uitnodigen om in gesprek te blijven over hoe ons te verhouden tegenover geld en goed. Lessen die ons wakker schudden als we al te zorgeloos onze gang gaan.
We worden we bij de les gebracht over onze ijkpunten waarlangs ons handelen van hoofd, hart en handen moet gaan. Met het oog op een bewoonbare wereld, voor de volgende generaties, met het oog op het rijk van God, rijk van gerechtigheid, vrede, heelheid van de hele schepping. Mogen we daarin bemoedigd en gedragen worden door onze God, Vader, Zoon en heiige Geest. Amen