Luc. 14, 1 – 14

Annet van Straaten
Lezing
Jezus Sirach, 17 - 29

TITEL Ziende het ongeziene

Zowel dit Evangelie als de 1e lezing gaan, kun je zeggen, over de goede verhoudingen. Nu wij onontkoombaar in een klimaatcrisis zijn beland, zou je ook eens door een groene bril naar de teksten van de 1e en 2e lezing kunnen kijken. Dat heet groen Bijbellezen, weet ik sinds kort. De voor de hand liggende vragen bij deze lezingen kunnen zijn: wat zijn dan de goede verhouding met mijn naasten, mijn collega’s, familie, vrienden, gemeenschap? Maar je kunt dus ook eens de vraag stellen: wat zeggen deze lezingen ons in verhouding met de schepping? Zo’n groene bril voor de Bijbel past vandaag goed bij de wereldwijde conferentie over het water, de Worldwaterweek, die momenteel voor het eerst wordt gehouden, met als thema: seeing the Unseen. Het ongeziene zien! Daarmee zitten we direct midden in Jezus Sirach. Die tekst roept op om dát te doen dat bij je past, om genoeg te hebben aan dát wat je gegeven wordt, tevreden te zijn met wat je kunt. Niet: doe nu maar gewoon, dan doe je gek genoeg. En daarmee klein gehouden worden; ‘een dubbeltje wordt nu eenmaal nooit een kwartje.’ Nee, het gaat over: wie je ook bent of wat je ook kunt, als je blijft bij wat je hart je ingeeft, dan krijg je alles waar je ten diepste naar verlangd: vrede, ten volle leven. Want: ‘meer immers dan het verstand van mensen aankan, is jou al getoond. En: ‘echter de zachtmoedigen onthult hij zijn geheimenissen.’ En wat brengt een groene bril hier dan aan boodschap? Als wij onze plaats weten in de schepping, als wij onze maat houden, temidden van al het andere dat binnen de schepping bestaansrecht heeft, dan blijft de aarde in balans. We weten inmiddels, dat wij die maat niet hebben gehouden, dat er veel in de schepping lijdt en sterft aan onze manier van omgaan met de aarde. Dat de balans weg is. En daarmee komen we bij het verhaal over de bruiloft met de gasten die al dan niet een passende plaats uitzoeken. De groene wijze van kijken naar deze tekst riep in mij op: wij zijn misschien die waterzuchtige, die opgezwollen, opgeblazen voor Jezus staan. Ziek van overconsumptie.

En we hoorden, dat Jezus diegene bij de hand neemt en geneest. Eenvoudigweg helpt en redt. Zijn wij ook niet die gasten, die uitgenodigd zijn op aarde en daar inmiddels als vanzelfsprekend de ereplaatsen bezetten. Wat het rijke Westen al eeuwenlang doet! Met voorbijzien van alle andere gasten op aarde; andere volken en ook de dieren, de planten, de lucht, de rivieren en de zeeën. Wij bezetten de beste plaatsen en hebben de andere genodigden in de schepping tot onze werktuigen gemaakt, om het zelf nóg beter te krijgen. Sterker nog; in hoeverre is er nog het bewustzijn in de rijke werelddelen, dat we zijn úitgenodigd voor het feest van het leven. Of zijn we zó gewend om onze eigen gang te gaan, dat we het feest allang hebben overgenomen van onze gastheer en dat voor onszelf zo goed mogelijk aan de gang houden? Zijn wij niet die gasten, die er langzamerhand aan moeten beginnen om met het schaamrood op de kaken de laatste plaats te gaan bezetten? Op weg te gaan van de hoogste ereplaats naar de laatste plaats. Om daarmee ónze plaats weer te leren kennen in de schepping. Om er weer werkelijk onderdeel van te worden, in plaats van overheerser. De waterzuchtige had de moed om, notabene op Sabbat, voor Jezus te gaan staan, om genezen te worden. Hij had blijkbaar niets meer te verliezen. Wij hebben nog veel te verliezen. Die weg naar een mindere plaats vraagt offers, vraagt om het opgeven van onze comfortabele positie als welvarend werelddeel. Voor ons hier in de gemeenschap speelt het materiële misschien minder een rol, maar dan toch wel onze gewoonten en gewenning. De Doortocht vraagt ons om vanzelfsprekendheden los te laten, om verworvenheden op te geven. Seeing the Unseen. Het zal ons ongetwijfeld moeite kosten. Maar ook: welke geheimenissen van het leven zal het ons onthullen?