Joh. 20, 19 – 31

Annet van Straaten
Lezing
Exodus 15, 1 - 11

‘Vergeef, zoals je zelf wordt vergeven.’

Twee verhalen over penibele situaties, waaruit bevrijd wordt . Te beginnen bij het lied van Mozes en de Israëlieten, na de bevrijding van de Egyptenaren. Dezelfde tekst als op Paasmorgen is gelezen, waar meerderen van ons met moeite naar luisterden: wat een gewelddadigheid! Zo’n verheerlijking van een God die er blijkbaar genóegen in schept om de Egyptenaren te vernietigen! Dat is niet meer van deze tijd, om daarin mee te gaan. Zo’n God aanbidden wij hier niet! Nee. Zo’n God aanbidden wij in onze tijd niet meer.

Deze tekst is zo’n 3000 jaar geleden tot stand gekomen. In dit tijd hoorde een wrakende God wel bij het Godsbeeld van de Israëlieten. Het was een aspect van die God die Er Zijn Zou: ‘als er gevaar dreigde voor het uitverkoren volk, dan zou deze God voor hen strijden en hun vijand vernietigen.’ Je zou kunnen zeggen: zoals een primitieve reactie van een ouder is, als haar kind bedreigt wordt.

Godsbeelden, heeft Niek ooit in een Leerhuis geleerd, ontwikkelen zich. Zij groeien mee met de ontwikkeling van de mensheid. Maar: álle Godsbeelden die er door de tijden heen zijn geweest, zitten nog wel in ons! Ook de meest primitieve Godsbeelden zitten in ons: de aanbidding van afgoden, van de schepping, van natuurkrachten, van grootse gebeurtenissen, ze zijn ons niet vreemd. Maar er is wél een ontwikkeling geweest: zoals alles in de mensengeschiedenis zich heeft ontwikkeld, zo heeft ook het Godsbeeld zich kunnen ontwikkelen. En herkennen wij ons intussen niet meer zo in een wrekende God, die triomfantelijk is na de vijand vernietigd te hebben. Alhoewel: hoe ondergingen wij het nieuws over de ondergang van de Moskwa, het paradepaardje van de Russische oorlogsvloot? Wat voel ik als ik lees over het bevriezen van de tegoeden van de oligarchen? Voldoening? Leedvermaak? Opgetogenheid? Jazeker, dat ken ik absoluut. Zo ver weg is dat primitieve Godsbeeld (helaas) dus niet. Hierover te horen houd mij die spiegel voor…

Naar het Evangelie nu. Ook daar is sprake van een bedreigde situatie. De leerlingen zitten bijeen, na de moord op Jezus. De deur is op slot, uit angst voor de Joden. Angst dat zijzelf ook zouden worden opgepakt als volgelingen van Hem. Maar er is méér. Want hebben zij Jezus niet alleen gelaten? Ze hebben het immers laten gebeuren, ze zijn niet bij Hem gebleven. Ze hebben Hem in de steek gelaten. Judas heeft hem zelfs verraden. En Petrus op zijn manier, eveneens. Dus ook schuld en schaamte zal er geweest zijn. Bovendien: hoe moest het nu verder, zonder Jezus? Hij is er niet meer. Wat moeten ze? Allerhande gevoelens dus. De deur was op slot. Maar zij zaten zelf ook op slot. Gevangen in hun tekortgeschoten zijn.

En daar, in die situatie, gebeurt iets wat met Jezus van doen heeft. Zó krachtig dat het zelfs wordt omschreven als dat Jezus bij hen kwam. Er ontstond een Vrede, alsof Hij dat tegen hen zei. Precies dát woord: vrede! Precies dat, wat ze niet konden voelen, wat ze zichzelf en elkaar niet konden geven. Jezus geeft het hen. Daarna toont Hij hun zijn wonden. En zegt nogmaals ‘Vrede’. Wat ís dit voor een verhaal?

Iets is er geweest wat vrede deed ontstaan. Hebben ze hun gevoelens met elkaar gedeeld? Hebben zij hun verwondingen aan elkaar getoond? In het verhaal staat vervolgens: ‘ontvang de Heilige Geest.’ Heilig – heel, heelmakend, helend. De Geest die heelt. Ontvang die Geest. En dan: ‘als jullie iemand zijn zonden vergeven, dan zijn ze ook vergeven.’ Jezus zegt dit tegen degenen, die zelf vól zitten van schuld. Zegt Hij daar niet mee: ‘ik heb jullie mijn wonden die me aangedaan zijn, vergeven, dus jullie zijn nu ook vergeven.’ Wat direct de verantwoordelijkheid oproept om ook zo naar anderen te handelen: vergeef, zoals je zelf bent vergeven.

Dan nog dit: ‘gelukkig zij die zonder gezien te hebben, toch tot geloof komen.’ Waarom zouden wij, want het betreft dus ook ons, daarmee gelukkig genoemd worden? Misschien wel, omdat zaken van echte waarde, in de loop van de tijd steeds duidelijker worden. Naarmate de afstand groeit van gebeurtenissen, wordt zichtbaarder wat de waarde er echt van is. De tijd schuurt en polijst, hoofd- en bijzaken worden gescheiden. Wat echt is blijft.

Ook zo kunnen wij kijken naar het verhaal van Exodus. En zo kunnen we getroost worden, dat we Jezus niet lijfelijk hebben meegemaakt. We mogen ons daarmee zelfs gelukkig weten!