Joh. 12, 37 – 50
- Lezing
- Jesaja 53: 1 – 10
Onderweg met Hem om in Hem te gaan geloven
Jezus is in Jeruzalem Ik zie hem voor me: Zijn voeten hebben nog weet van de liefde aan hem gedaan door Maria. Zijn hart huilt om Judas, die die liefde niet kon verdragen Zijn ziel bewaart de stem die hij ooit hoorde: ‘Jij bent mijn geliefde’. Zijn geest weet: Een graankorrel moet in de aarde vallen en sterven om vrucht te dragen. Zo zal het gaan en hij is bereid. Nee, niet zonder angst, maar hij zal zich niet verzetten. Hij zal niet ontkomen aan de diepte, maar hij zal God in hemzelf bewaren.
De woorden van de profeet Jesaja
over de lijdende dienaar
zullen worden tot levende werkelijkheid.
En aan het einde van die weg,
zal hij, Licht zien.
De lijdende dienaar, de Mensenzoon
die door hoe hij zich overgeeft
voor ons een weg opent.
Velen staan Jezus naar het leven! Geloven Hém niet. Geloven zijn daden niet. Nemen zijn liefde niet op. Gepantserde harten, die de wet stellen boven de liefde. Zelfingenomenheid en macht boven nederigheid en zelfbewustzijn Zekerheid en houvast boven niet weten en toch geloven!
Ze geloven hem niet, ze durven het niet aan
Ze geloven niet deze man,
die hen de spiegel voorhoudt van hun zichzelf genoeg zijn.
Bang om hun gezicht te verliezen in de ogen van anderen
bang als ze zijn om zich aan Hem te wagen.
En ik, wij?
Het is toch niet zo dat wij niets herkennen
in het uit zijn op aanzien, eigen eer en macht
op zeker willen weten, op houvast,
Het is toch niet zo dat wij geen weet hebben
van het zoeken van onze eigen weg, ons zelf genoeg
om dan als schapen rond te dwalen
met blinde ogen en harten versteend.
Zo dom als we dat niet zouden erkennen zo dwaas als we niet de waarheid over onszelf zouden toelaten: Dat wij mensen zijn, die het moeilijk vinden om, kwetsbaar als wij zijn, ons te wagen aan hem, om ons aan zijn ogen van liefde toe te vertrouwen.
Hij zegt tegen mij:
Ook jouw hart zal worden opengebroken:
Als jij door de diepte gaat,
dan zal je weten, terugkijkend,
dat die diepte ook hoogte was,
omdat God ook daar is, in die diepte
Heldere afgrond, zegt Wiman.
Nog eens en nog eens en nog eens
vertelt de evangelist Johannes ons vandaag
wat het is om te geloven in de Mensenzoon:
Geloven in de mens Jezus
betekent geloven dat alles wat in hem is,
begint bij God, van God spreekt.
Dat niets in hem, niets in wat hem overkomt
buiten God, buiten de liefde, valt.
Dat hij zichzelf uitgeleverd heeft als geen ander;
uitgeleverd aan die stem die zegt:
Jij bent mijn geliefde zoon.
En hij wist dat dát alles is.
Samenvallen met die liefde!
Wat laat deze mens ons zien?
Dat hij een plaats van God is
God niet langer alleen de Verborgene,
maar een mens, openbaring van God.
Ik word stil
Ik kijk hem aan.
Er is alleen maar licht om hem heen.
Ik zeg: Ook wij, ik een plaats van God?
Hij kijkt naar mij, naar ons en zegt
Ja, jij , zo ben je bedoeld, zo zijn jullie bedoeld.
Geloof je dat?
Als je mij gelooft, als je mij ziet,
zie je God.
Als je mij gelooft, zie je hoe jij bedoeld bent:
Gods beeld en gelijkenis.
Tegenbeeld van de chaos.
Dat geloven is leven met eeuwigheidswaarde!
Die onwaarschijnlijke mogelijkheid : Ik, wij een plaats van God? Durf ik, durven wij ons aan deze bedoeling wagen? Ons ik onderschikken aan het ontvangen van die liefde? Gaan van egoland naar anderland?
Nee, niets is nog af en alles is nog nergens
ons antwoord zo gebrekkig, maar:
Geloven is springen!
Springen in het Licht
Ik hoor hem a.h.w. smeken: Laat me toch niet alleen
door mijn liefde niet te willen opnemen.
Laat me niet alleen
Bewaar mij toch, ook in de nacht.
Blijf bij mij!
Dat opent een weg in jou.
Zo met Hem zijn en Leven Zien soms even.