Joh. 11, 55-12, 11
- Lezing
- 1 Samuel 9, 26-10,
Tot Messias gezalfd
Bij dit evangelie springt mij hart altijd een beetje op bij dat dramatische beeld van die vrouw die met haar haren de voeten van Jezus afdroogt. Een verhaal dat tot de verbeelding spreekt, bij schilders en beeldhouwers en persoonlijk ook bij mij, omdat het indirect geleid heeft mijn huwelijksaanzoek. Het begon toen Toon – ik kende hem nog maar heel kort- mij een keer vertelde hoezeer hij onder de indruk was gekomen van een schilderij dat hij het jaar daarvoor in Florence gezien, toen hij daar op vakantie was met zijn zonen.. Het was een schilderij Maria die met haar haren de voeten van Jezus droogt. Door de manier waarop hij het vertelde, zei ik oh, wat zou ik dat graag samen met jou willen zien! Hij nodigde mij prompt uit om met hem op vakantie naar Florence te gaan om dat schilderij te bekijken.
En die reis werd maar een paar maanden later onze huwelijksreis.
Maar los van deze heel persoonlijke herinnering aan dat schilderij van die voetzalving met die haren – vooral natuurlijk ook omdat ik me erin verdiepte door deze preekbeurt, raakte ik steeds meer onder de indruk van de vele lagen die er in dit evangelie van Johannes zitten.
Er zijn zoveel manieren om het te lezen, maar waar is het Johannes om te doen in dit verhaal? Wat wil hij ons zeggen?
Waarom plaatst Johannes deze scene van die voetzalving door Maria hier, in dit gedeelte van zijn evangelie?
Want dat verhaal over die vrouw met die olie en die haren wordt door de verschillende evangelisten steeds anders verteld: In het Lukas evangelie b.v. gaat het over een zondares die Jezus voeten zalft in het huis van een farizeeër die Simon heet in de plaats Nain in Galilea,
Bij Marcus en Mattheus gaat het over een vrouw zonder naam (dus ook niet de zus van Lazarus en Martha) die het hoofd van Jezus zalft en dat gebeurt in de plaats Bethanië in Judea, in het huis van een melaatse die Simon heet.
En hier bij Johannes speelt dat verhaal van die voetzalving met zich wel af in Bethanië, maar niet in het huis van Simon, maar in dat van Lazarus, Martha en Maria en deze Maria is het die de voeten van Jezus zalft en ze met haar haren afdroogt.
Verwarring alom dus. Verschillende vrouwen, die bij de verschillende evangelisten ook verschillende dingen doen.
Ach, we weten al zo lang dat het niet om de feiten of de historische juistheid gaat. Maar dat maakt het des te interessanter om te bedenken waar het Johannes dan wel om te doen is, als hij dit verhaal zo componeert als hij doet.
Hij beschrijft dit gebeuren in een heel heftige context. vlak voor de dood van Jezus. De vijandigheid ten opzichte van Jezus is naar een hoogtepunt gestegen. Hij is door zijn populariteit bij het volk voor de farizeeërs en hogepriesters een bedreiging voor hun gezag. Het is als een lopend vuurtje rondgegaan dat hij Lazarus uit de dood zou hebben opgewekt. Mensen zijn samengekomen om Lazarus te zien. Volgens Johannes zijn de farizeeers en hogepriesters zelfs zo gebeten op de invloed die Jezus heeft dat zij niet allen Jezus uit de weg willen ruimen, maar ook Lazarus willen doden om daarmee te voorkomen dat het volk nog meer in Jezus gaat geloven en zij aan macht zouden gaan inboeten.
Zij zijn in spanning of hij wel naar het Pesachfeest zal komen, want ze staan klaar om hem te arresteren als hij zou verschijnen. In die grimmige gespannen bedreigende sfeer vertelt Johannes dit verhaal. Jezus is toch gekomen en hij zit in het huis van Lazarus aan tafel, waar Martha bedient en Maria iets ongehoords doet. Ik zei al je kunt het verhaal op verschillende lagen lezen of horen.
Laat ik maar beginnen met de meest concrete: alsof het echt zo gebeurd is. Ik stel me voor dat ik daarbij ben en meemaak dat Maria die kostbare geurolie over Jezus voeten uitgooit. Een litra echte nardusolie. Krankzinnig zo duur als dat is! Alle exegeten zijn het erover eens dat dat letterlijk een vermogen kost, waar je jaren van zou kunnen leven. Veel duurder dan het duurste parfum bij ons en dan in een idioot grote hoeveelheid. Het hele huis ruikt ernaar! Wat een overdaad.
En dan zie ik voor me hoe Maria haar haar los maakt en met dat losse haar Jezus voeten droogt. In die tijd was het ongehoord dat een vrouw haar haar zou losmaken in mannelijk gezelschap. Dat doe je alleen in de slaapkamer, in de intimiteit van volledige overgave aan elkaar. Het is gênant om naar te kijken. En ik denk dat Judas Iskariot, die dat meemaakt, dat ook vindt. En ik voel dat ook wel met hem mee. Overdreven grootse gebaren vind ik ook lastig om binnen te laten. Ik word daar ongemakkelijk van, die emotionele erupties kan ik niet goed hanteren. En ik kan me heel goed voorstellen dat Judas zo reageert. Uit ongemak, gene, hij reageert met zijn hoofd om deze scene niet te hoeven binnenlaten. Te veel, te veel! Maar misschien is hij ook wel jaloers op Maria die zich – zo heel anders dan hij – zo helemaal uitstort, uit kan storten. Hij kan dat niet. Hij zegt iets heel redelijks over verspilling en hij heeft natuurlijk gelijk.
Tot zover de eerste laag. Dit staat er. Maar het gaat Johannes niet om de feiten. Ook niet om de psychologie van Judas. Johannes laat hier Maria die olie over Jezus voeten
uitgieten om daarmee aan ons overtuigend te zeggen dat Jezus de Messias is. De gezalfde bij uitstek.
Het is gebruikelijk bij oosterse volkeren om hoge gasten te zalven met geurige olie. (Denk maar aan psalm 23: De heer richt voor mij een maaltijd en zalft mijn hooft met olie) Priesters werden gezalfd en ook koningen. We hoorden in de eerste lezing hoe Saul tot koning werd gezalfd door Samuel.
Maar vooral is in het Hooglied, dat mystieke liefdeslied, dat het druipt van de balsem en nardus. Ook dat is een laag in het verhaal van Johannes. Hij schetst met deze zalving in het huis van Bethanië een spiegeling van het Hooglied van de liefde tussen God en zijn volk. De bruidegom is er en de bruid begroet en zalft hem.
Maar terug naar die aardse laag: Het was in de zeden van die tijd volstrekt ondenkbaar dat een vrouw zo’n zalving verrichtte. Maar bij Johannes, die voortdurend en met opzet de vrouw voor laat gaan, is het Maria die als vertegenwoordiger van het godsvolk die de Messias aanwijst eert zalft en wijdt. Overvloedig. Zijn koninklijk priesterschap het gaat alle grenzen te buiten en te boven. En het is de vrouw, alweer, die dit herkent en aanwijst.
Zoals zij haar geloof belijdt had geen man dit kunnen doen.
Nee. Inderdaad. Want er komt onmiddellijk protest van een man die geen enkel gevoel heeft voor haar gebaar van overgave. Hij protesteert met een quasi nobele gedachtegang dat het geld beter aan de armen besteed kon worden. Johannes plaats hier duisternis en licht tegenover elkaar: Judas die wordt beschreven als een dief, een hypocriet, belust op geld. Hij is letterlijk berekend en Maria is hier als lichtend voorbeeld die zich letterlijk met huid en haar aan Jezus geeft. Alles wat zij is en bezit legt zij aan zijn voeten.
In mijn rol als kijker naar dit verhaal, alsof het echt zo gebeurd is en ik erbij ben, raakt het mij dat Jezus zo mild reageert. Hij doorziet Judas wel. En ondanks het feit dat hij leeft met het besef dat zijn leven elke dag gevaar loopt, en hij en deze geste van Maria ook ontvangt in dat weten, wordt hij niet kwaad, verdrietig of geërgerd: Hij wrijft Judas zijn hypocrisie niet in. Nee, hij laat iedereen in zijn eigen zijn. Laat haar, Judas. De armen zulk je altijd bij je hebben. Mij niet.
Judas kan er nog niets mee, Maria voorvoelt het en Jezus weet het: deze zalving is een voorteken van zijn begrafenis. Want het was ook gebruik om de doden te zalven, te balsemen.
Het is, na de opwekking van Lazarus het tweede voorteken van Jezus dood en verrijzenis. De week van lijden dood begrafenis is begonnen, in dit huis in Bethanië, wat het huis van de armen betekent. De arme, waaraan we nog eens extra herinnerd worden, die er altijd zullen zijn. Belangrijker is dat Maria ervan getuigt met alles wat zij heeft dat Jezus de
Messias is, de gezalfde van godswege, degene die zijn leven zal geven voor de liefde. Hij heeft laten zien dat de liefde sterker is dan de dood en dat dat niet alleen geldt voor haar broer Lazarus, maar voor iedereen die in hem gelooft en hem navolgt.
Daarom is het belangrijk dat de Messias altijd en steeds opnieuw gezalfd wordt door hen die in Hem geloven en hem achternagaan door het dodende heen en door dag in dag uit op te staan uit dat wat het echte leven doodt.
Judas zal het misschien later inzien, maar is er nu niet aan toe. En ik? Ben ik eraan toe? Om toe te laten dat Jezus ook mijn reserves ten opzichte van die totale overgave kent? Mijn ergernis, slordigheid, gebrek aan liefde, empathie of zelfs maar begrip voor zaken of mensen die mij niet zinnen of bevallen. En toe te laten dat Hij mij toch liefheeft, omdat hij weet wat er in mij is en mij kent zoals ik ben? Kan die die weg naar Pasen met Hem gaan met alles wat ik ben en heb? Aan mij om daarop mijn antwoord te leven.