Joh. 1, 6 – 8 + 19 – 28

Leonie van Straaten
Lezing
Jesaja 61, 1 - 5

Word jij ook een boodschapper van troost en vreugde?

We verlangen zo naar goed nieuws. En dan staan we vandaag op met het bericht van het overlijden van Riet, zo kort na het overlijden van Ben. Het vergaat ons daarbij niet zoveel anders dan Jesaja en Johannes: ook zij verlangden naar goed nieuws. En zij hadden de moed om dat goede nieuws te brengen, midden in de duisternis van hun tijd. Zij verkondigden, als roependen in hun woestijntijd, goed nieuws: moedige mannen met een heilsboodschap. Zij maken ruimte voor wat nog niet te zien en te horen is. En ook wij proberen, hoe moeizaam ook, ruimte te maken voor meer dan wat wij nu voelen, voor meer dan wat er nu te zien en te horen is. Juist nu op zondag Gaudete: verheug u, dat er meer is dan wij nu zien en horen. Want Jesaja en Johannes roepen vanuit het donker het licht tegemoet.

Jesaja is de eerste roepende, hij profeteert dat het licht zal worden als de teruggekeerde ballingen bereid zijn om samen te werken met vreemdelingen en vluchtelingen. Dit zet ons midden in onze realiteit. Het leven zal lichter worden als wij de vreemdeling en de vluchteling opnemen en met hen samenwerken. Jesaja roept ons op om uit te reiken naar wie in benauwenis zitten: troost en vreugdeolie in plaats van rouwbeklag – hoe diep komen die woorden nu binnen in onze rouw...

Geketenden keren terug naar het licht: mensen die vastzitten in het donker. Er is niet veel voor nodig om ons daarbij gezichten voor te stellen. Mensen die vastgelopen zijn in een depressie, in angst en eenzaamheid. Mensen die we kennen, maar zeker ook de velen in onze wereld: mensen die geketend zijn in het donker - zij zúllen terugkeren naar het licht

Maar wanneer zal dit alles gebeuren? vroeg ik me af. Want tot op vandaag blijft het bij hopen… Het antwoord meen ik te lezen in de laatste verzen van Jesaja: ‘Ik verheug mij uitbundig vanwege de Heer.’ Daarin getuigt hij van een diepe vreugde over de verbinding met de Enige. Als wij die diepere vreugde kunnen leven, dan wordt het lichter in onszelf en om ons heen en ontkiemt er iets nieuws. We mogen ons erover verwonderen dat in onze kwetsbare schepping altijd nieuw leven ontkiemt: de aarde doet het ons voor. Als wij ons op dit nieuwe leven kunnen richten, zal het verlangen zelf de weg zijn naar het licht.

Jesaja sprak zijn profetie voor de mensen in zijn tijd. Maar eeuwen later leven mensen nog altijd met deze teksten. En het is ontroerend hoe dan zijn profetie opgenomen wordt in het schrijven van het goede nieuws over Jezus. Dat horen we immers bij Johannes vandaag: hij leeft met die profetie van Jesaja. Johannes is de tweede roeper van vandaag. Zijn naam betekent ‘God is genadig’ en dat is goed nieuws. Johannes is ervan overtuigd

dat het in zijn tijd anders moet worden en hij getuigt dat dit ook zal gebeuren. In de tekst van vandaag horen we driemaal drie woorden: driemaal ‘getuigen’, driemaal ‘licht’, driemaal ‘ik ben niet’. Drie maal drie, dat gaat over een volheid van leven, daarom is het de moeite waard om hier nog wat beter naar te luisteren.

Driemaal gaat het om ‘getuigen’ en dit betekent aanwijzen, over iemand anders spreken. Als ik getuig, gaat het niet over mijzelf. Niet ik, maar jij mag in het licht, en ook: niet ik, maar Gij. Een beweging van ruimte maken, die lijkt in te gaan tegen de tijdsgeest die ons oproept om carrière te maken. Maar wat is nou een mooiere carrière dan iets met heel je wezen doen. En dat doet Johannes: met heel zijn wezen getuigt hij en maakt daarmee de weg vrij.

En dan dat driemaal ‘licht’: licht is pas zichtbaar als het donker is. En als het donker is, is er maar een klein lichtje nodig om weer contrast te kunnen zien. Licht was hard nodig in Johannes’ tijd, want er was veel duisternis. En hij is duidelijk over het doel van dit licht: opdat allen tot geloof komen. Om tot geloof te komen is het nodig dat alles aan het licht komt. Want geloven is vertrouwen dat hoe donker het ook is, hoe zwaar het leven ook is, dat er altijd weer licht komt. Dus licht en vertrouwen zijn onlosmakelijk verbonden met elkaar.

En dan is er nog driemaal ‘ik ben niet’, de ontkenning waarmee Johannes antwoordt op de vraag ‘wie ben jij?’ Johannes hij verheldert wat zijn rol en zijn plaats is. De mensen die dit aan Johannes vragen willen weten waar ze aan toe zijn met die vreemde snuiter in de woestijn. Want zij moeten verantwoording afleggen, antwoord geven aan hun leiders. En zij vragen vanuit hun eigen referentiekader: zij verwachten een messias, zij verwachten dat Elia ooit terug zal keren en zo ook de profeet – in wie we Mozes mogen lezen. Zij kijken naar het verleden om vat te krijgen op de toekomst. Dat is een heel natuurlijke beweging, dat kennen wij in onze gemeenschap ook wel: kijken naar hoe wij het gewend zijn, dat is vertrouwd en geeft een goed gevoel… Maar Johannes zegt ‘ik ben een doper’ en daarin gaat het over een diepe ervaring van heil, van heel worden. Zijn drievoudige ontkenning is een krachtige plaatsbepaling. Hij heeft een heel zuivere intuïtie wat zijn rol is. Want ‘ik ben niet’ is de wegbereider van ‘ik ben’. In het evangelie volgens Johannes horen we Jezus immers een aantal keren zeggen ‘Ik ben…’ – in Jezus wordt God helemaal openbaar en Johannes maakt de weg vrij.

Johannes zet ons vandaag voor de uitdaging om de Mensenzoon te herkennen in ons midden. Kunnen wij ons openen voor wie of wat op ons toekomt, voor dat licht en voor die, kwetsbare kracht van liefde?

Vandaag, Gaudete, gaat het om de vreugde en die is in vervolg op het troostboek van vorige week de nog weer een verdieping van de troost. Wij worden op onze beurt uitgenodigd om getuigen te zijn, boodschappers van troost en vreugde. Dat vraagt van ons dat wij gaan waar wij niet kunnen gaan, zien waar niets te zien is en horen in de stilte. Dan zullen w horen waar God spreekt.