Joh. 20, 19 – 23

Leonie van Straaten
Lezing
Handelingen 2, 1-11

Ga je weg! En we zullen groeien in verbond. Nu de dag van Pinksteren is aangebroken, ontvangen wij de heilige Geest. Dit feest gaat over de vreugde van ons geloof en het enthousiasme om dit geloof uit te dragen en te leven, met hart en ziel, met lijf en leden. En de verhalen vanuit de jonge christenbeweging werken als een aanstekelijk vuur….

Maar: wij zijn niet bijeen op één plaats, zoals de leerlingen waren. We zijn bang voor het virus, die dreiging van buitenaf. We zijn verdrietig om wat niet mogelijk is: als geloofsgemeenschap samen vieren. Wat is dan juist in deze tijd de blijde boodschap van dit feest?

De heilige Geest zelf is en geeft vreugde: zij trekt zich niets aan van afstand. Niet van anderhalve meter, niet van een beeldscherm, een raam bij het bezoek aan onze kwetsbare ouders, niet van die vele kilometers die ons van dierbaren scheiden. De heilige Geest breekt door de muren heen en geneest de pijn, juist daar waar het leven ons pijnlijk treft en onbegrijpelijk is. De heilige Geest geeft nieuwe taal en wijst nieuwe wegen. Juist daarom is dit ook een feest van onderscheiding: wat versta jij, wat versta ik - en hoe geeft dat wat ieder van ons verstaat richting naar een groter ‘wij’ dat onze personen overstijgt? Wat leef jij, wat leef ik – en hoe draagt dit bij aan dat grotere ‘wij’?

Het blijkt te beginnen bij die eigen taal. Daar slaat het enthousiasme en de verwondering toe. Wat zegt dit ons? In deze tijd van corona worden we teruggeworpen op onszelf. We reageren verschillend: laconiek, bang, nuchter of emotioneel. We reageren ook verschillend op de maatregelen, op wat van ons gevraagd wordt in de samenleving en in onze geloofsgemeenschappen. Die verschillen maken onrustig. En we leven daarbij al veel langer in een wereld waarin het individu meer en meer centraal is staat – dat zien we ook in onze geloofsgemeenschap hier ter plaatse: het zoeken naar evenwicht tussen ik en wij, zoals we in onze missie verwoorden, blijkt van groot belang. Dit zoeken naar evenwicht vraagt om te ontdekken wat mij, wat jou goed doet en adem geeft: dit ontdekken raakt aan onderscheiden of wat goed doet ook van de geest is. Want als ieder in zijn en haar eigen taal spreekt lopen we het risico dat de onrust groeit. En die onrust kan van de Geest zijn, maar kan ook verdelen en uiteen doen vallen…

Wat is dan het verschil tussen eigengereid je weg gaan onder het mom van je eigen bestemming volgen en die bestemming authentiek leven volgens Gods wil? Hoe weet je het verschil tussen Gods stem en de stem van de slang? Met deze vragen citeer ik vrij uit ons boekje ‘Babels stromen’. Het leerpunt uit dit boekje dat vandaag begint is ‘Ga je weg’: Ga naar jezelf toe, omwille van de samenwerking tussen God en mensen… Zomertijd wordt oefentijd!

Let wel: het is heel belangrijk om de eigen bestemming helemaal te leven, te volgen wat adem geeft. Maar onherroepelijk is daarbij de vraag: wat is dan gemeenschap, hoe groeit verbond? Pinksteren is voor de joden het verbondsfeest: zij vieren de gave van Tora, de 10 richtinggevende woorden die Mozes ontving op de berg, omwille van verbond. De leerlingen spreken in hun eigen taal met het oog op dit verbond: omwille van de verspreiding onder alle volkeren van het goede nieuws va Jezus Christus, in wie de grote daden van God zichtbaar zijn. In en met Hem ontstaat ene nieuw verbond dat ons tot op vandaag richting geeft.

Het blijkt te beginnen bij die eigen taal, maar waar ontstaat dan een ‘wij’, een nieuw wij? Dat is niet maakbaar, verbond is een aanbod en niemand kan dit op eigen houtje tot stand brengen. De Schriften leren ons immers: een ontvangende houding is het fundament om verbond te leven en tot stand te brengen. Een luisterende houding is onderdeel van dit fundament.

Johannes vertelt ons vandaag hoe de leerlingen zich in hun angst openen voor de aanwezigheid van Jezus Christus in hun midden. Hij zegt hen tweemaal vrede aan. Vrede met hun eigen tekort, hun verraad, hun vrees, hun twijfel: heb er vrede mee, het is menselijk. En vrede met hem in zijn nieuwe aanwezigheid, inclusief de wonden die hij hen toont. In deze diepe vrede worden zij ontvankelijk voor de heilige Geest: zij worden enthousiast om zich in te zetten voor het evangelie. Die inzet, dat is hun zending en die draait om ‘gaan’ – denk aan ‘ga je weg’ – en om ‘vrij maken’. Vanuit de vergeving die zij in de vrede van Christus ontvangen, worden ze gezonden om anderen te vergeven, vrij te maken.

Nu de dag van Pinksteren is aangebroken, ontvangen wij wereldwijd de heilige Geest, om te onderscheiden waar het op aankomt. De tijd en de geest dagen ons uit om de consequenties van ons engagement, ons ‘hier ben ik’, onder ogen te zien. Persoonlijk en gezamenlijk. Goddank, voor de gave van de heilige Geest die ook vandaag een nieuw begin mogelijk maakt!