Mat. 21, 1 – 11

Annet van Straaten
Lezing
Jesaja 50, 4 - 7

Meditatie

In de tekst die vooraf aan deze viering op het beeldscherm stond, werd deze dag ‘een dag vol paradoxen’ genoemd. Het is momenteel elke dag een dag van paradoxen. Al wekenlang is het zonovergoten en komt de lente onstuitbaar op ons toe. Tegelijk bleef het vinnig koud, worden er mensen ziek, overlijden er dierbaren, zonder dat we daarbij kunnen zijn en afscheid kunnen nemen.

Het is, alsof ik geblinddoekt ben en tastend mijn weg moet zoeken in het duister van een onbekende werkelijkheid. Ik zit er middenin, maar tegelijk blijft het onwerkelijk. Alsof het niet waar is.

En in dit alles horen we het verhaal van een man die op een ezeltje een stad binnenrijdt en wordt toegejuicht. Hij is een teken van hoop.

Ik denk aan het applaus voor zorgmedewerkers, aan de spandoeken rondom ziekenhuizen. Het zijn de palmtakken van deze tijd! Het virus maakt ook zoveel goeds los: onverwachtse steun en bemoediging, vreemden die elkaar bedanken, mensen die voor elkaar klaarstaan, elkaar verrassen, die durven te improviseren.

Het is paradoxaal: dat we in deze nare tijd ook zoveel hartverwarmende gebeurtenissen meemaken. Een paradox is een schijnbare tegenstelling. Geen tegenstelling, een schijnbare tegenstelling. Het zou dus geen tegenstelling zijn, dat moeilijke tijden het beste in mensen oproept.

Kan dit betekenen, dat het in ons zit, om in moeilijke tijden sterker te worden en te weten wat echt belangrijk is. Dat die kracht dan in ons wakker wordt. Dat het bij ons hoort, dat wij zo zijn?

We hoorden de woorden uit Jesaja: ‘De Heer heeft mijn oor geopend, om als een leerling te luisteren en te leren spreken, om uitgeputte mensen bij te kunnen staan.’ Wat is leerling-zijn in deze tijd? Luisteren naar wat je hart je ingeeft om te doen ín de dingen die gebeuren! Als een leerling, want we overzien niets, we weten niet wat ons te wachten staat. We kunnen alleen maar nú doen wat nú nodig is. Alleen maar? Dat lijkt weinig, maar met velen kan het groots zijn. Er kwam onnoemelijk veel goeds op gang wat maar door blijft gaan. Tégen die stroom van angst, eenzaamheid en verdriet in, op veel plaatsen en in veel situaties. Maar

misschien moet ik niet zeggen: tégen die stroom in, maar: onder die stroom van verdriet door! Om dat verdriet te kunnen dragen! Heeft Jesaja het hierover? Is hierin zijn Heer aan het werk?

Terug naar die man die met gejuich wordt binnengehaald: ook daar een schijnbare tegenstelling. De beoogde nieuwe koning, die vol verwachting wordt binnengehaald. Maar: op een ezel! Niet met pracht en praal, maar eenvoudig en verwijzend naar een profetie over een zachtmoedig koningschap.

Hoeveel luisteren vraagt het, om als een leerling te leren luisteren?

Om als een zachtmoedige op eenvoudige, ja nederige wijze je eigen, vastberaden weg te gaan? Jezus was zo’n leerling bij uitstek, die zich liet leiden door het woord van die hij zijn Vader noemde. Hij dééd het woord van Jesaja: zich ten volle bewust van de vijandschap die hem in Jerusalem wachtte. Hij deed wat hem ten diepste werd ingegeven: de zachtmoedigheid koning laten zijn. En dát werd toegejuicht, als een hoopvol teken. Dat was de Blijde Boodschap die hij bracht. Die werd neergesabeld, dat gaan we meemaken deze week. Maar die Boodschap was óók onverslaanbaar; anderen namen ‘em over en gingen die verder verspreiden. Hij laat zich niet uitroeien. Tot op de dag van vandaag.

Mag dat ons bemoedigen, vandaag, de komende week, temidden van alles wat we meemaken.