Joh. 9, 1 – 41
- Lezing
- 1 Samuël 16, 1b + 6 – 7 + 10 – 13a
De ogen van ons hart laten openen, onderweg naar Pasen
Onderweg naar Pasen worden onze ogen geopend. Wat is er te zien? Juist nu, nu wij elkaar niet zien of in ieder geval veel minder zien als gevolg van het coronavirus, zou het kunnen dat we elkaar en de dingen van het leven anders gaan zien. We spreken met elkaar over onze zorgen, want die zijn er. We spreken ook over onze hoop, dat we allemaal, wereldwijd, het leven anders gaan zien en ons niet langer laten beheersen door de economie. Maar we beseffen tegelijkertijd dat dit nog heel wat zal vragen en dat er veel mensen hard getroffen worden door verlies. Niemand weet waar we over enkele maanden staan en ook niet wat er dan te zien is.
Wat reiken de lezingen van deze 4e zondag van de Veertigdagentijd ons aan voor het anders gaan kijken? Is onze opgang naar Pasen dit jaar door het virus en alle beperkingen een extra uitdaging om te leren zien met Gods ogen, wat ik versta als: ‘met ogen van liefde’? Wat is daarvoor nodig? Beide verhalen geven ons inspiratie om te mediteren over ons eigen kijken naar elkaar en de wereld.
De profeet Samuël zoekt zijn weg in het zoeken naar een nieuwe koning: hij kijkt naar het uiterlijk dat hem bevalt, zoals wij dat ook vaak doen. Het is bekend dat bij sollicitatiegesprekken het uiterlijk een heel grote rol speelt, het oordeel wordt meestal in de eerste minuut geveld en het gesprek kan daar natuurlijk nog wat aan veranderen, maar dat is niet altijd zo. De profeet verstaat diep van binnen, daar waar hij openstaat voor het spreken van God, dat hij verder moet kijken. Want God kijkt naar het hart – wat een prachtige intuïtie van Samuël en wat goed dat hij zich opende voor dit woord van God: zo komt hij tot het zien en erkennen dat David de nieuwe koning zal zijn. David, die weliswaar ook een prettig voorkomen heeft – niets menselijks is de schrijver van dit boek vreemd… Maar David is omwille van zijn innerlijk bestemd voor het koningschap, deze schapenhoeder zal de herder van het volk zijn: de Geest rust op hem. Deze koning is een man met charisma, dat zal later ook duidelijk blijken.
Johannes inspireert ons tot ‘anders zien’ met een verhaal over de weg van geloof. De blindgeborene gaat immers een weg waarin God openbaar wordt, Gods grote daden van heil en heel worden. Hij is niet ziek door schuld, er heerst geen coronavirus omdat God de wereld zou willen straffen. Nee, in die causaliteit kan en wil ik niet geloven. De blindgeborene is de mens die in beweging komt, onderweg gaat zien waar het op aan komt en daarvan getuigt. Misschien is het virus ook iets waardoor wij in beweging komen. De blindgeborene heeft wel tijd nodig, onderweg groeien zijn antwoorden en daarin groeit ook zijn verantwoordelijkheid. En daarmee verschuift de focus in het verhaal van deze mens naar Jezus, via de vraag: wie is het die jou genas? Langzaam maar zeker wordt het antwoord duidelijk: die Jezus, dat is een profeet. Maar zijn getuigenis wordt hem niet in
dank afgenomen: hij, die ziende werd, wordt buitengeworpen. Daar, buiten de kring van hen die ziende blind en star zijn, in de eenzaamheid, dar zoekt Jezus hem opnieuw op. En in die ontmoeting komt de mens ten diepste tot inzicht en tot geloof, daar ziet hij wie Jezus werkelijk is: de Mensenzoon. Een lange weg, een ontroerende en confronterende weg. De weg van de leerling.
Wij willen in onze tijd ook graag bewijzen voor wat er gebeurt, oorzaken weten en oplossingen kennen: dit biedt immers houvast. Maar dat houvast zijn we in de coronacrisis wereldwijd verloren. Durven we met deze blindheid de ontmoeting met Jezus aan als een leerling op de weg van geloof? We staan er kaal en eenzaam bij, met lege handen. Maar vandaag horen we dat daarin een weg te gaan is. Dat onze ogen geopend zullen worden, de ogen van ons hart. Dat we met ogen van liefde in de wereld mogen staan, zoals Jezus dat stond.
In de eenzaamheid mogen we ons laten bemoedigen en inspireren door al die mensen die in deze ingewikkelde crisistijd verbinding zoeken met elkaar en met kwetsbaren. Zij openen ons de ogen. En misschien zijn wij soms ook van die mensen en helpen we mee dat anderen anders gaan kijken.
Het verhaal van Johannes is een verhaal om je plek in te zoeken: probeer je maar eens te verplaatsen in de blindgeborene, of in de buren, de Farizeeën, de ouders, of in Jezus. Op iedere plaats kom ik zelf in ieder geval een stapje verder tot inzicht. De moeite waard om onderweg naar Pasen over te mediteren. De ogen van ons hart zúllen open gaan!