Mat. 11, 2 – 11

Annet van Straaten
Lezing
Jesaja 35, 1-6a

Meditatie

Eerst één kaars, dan twee, nu drie… Van ver weg komt het licht dichterbij en vermeerdert zich. Laat het dorre land zich verheugen, de bevende knie. De radeloze, de stomme. Het gezucht en de kommer zullen wegvluchten. Blijdschap en vreugde zúllen terugkeren. Zondag Gaudete! Misschien een mystieke droom, maar ook een ervaringsgegeven. Want: in de tijd van Jesaja, keerden de ballingen terug. Dat is gebeurd. Daaruit mag hoop worden geput, dat dat opnieuw mogelijk is, hoe onvoorstelbaar misschien ook, nu, voor de vluchtelingen wereldwijd….

Hoop; de tere plant van de hoop, klonk afgelopen vrijdagavond. Hoop is iets wonderlijks. Het laat zich niet commanderen. Hoop gaat dwars door feiten en ratio haar eigen gang. Het is als onkruid, dat woekert en steeds terugkeert. Hoop, die niet sterven wil….

Johannes zit in de gevangenis. Daar heeft zijn optreden hem gebracht. Deze man, méér dan een profeet. Deze grote man dus, zit in de gevangenis en stuurt zijn leerlingen naar Jezus met de vraag, of hij de Komende was, degene die alles goed zou maken, degene die alsnog zou redden, waar Johannes de pas af was gesneden. Uit die vraag klinkt hoop. Johannes heeft die niet opgegeven. Jezus geeft geen rechtstreeks antwoord. Hij zegt niet wie hij is. Hij wijst enkel naar wat er gebeurt: ‘Wát zien jullie? Wát horen jullie? Bericht dát aan Johannes!’ Wat een pretentieloos en groots antwoord. Zo onomstotelijk waar. De werkelijkheid als onweerlegbaar bewijs. Weerloos en rijk tegelijk. Meer dan zichzelf en zijn vertrouwen had Jezus niet. Maar omdat dat vertrouwen zó totaal was, kon hij er bergen mee verzetten en wonderen mee verrichten.

Nog iets zegt Jezus tegen de leerlingen van Johannes: ‘Gelukkig is hij, die geen aanstoot neemt aan Mij.’ In de voorbereiding van deze viering begreep ik van anderen, dat Johannes mogelijk meer politiek gericht was, in zijn acties. En dat zijn vraag blijk gaf van twijfels: ‘Is hij wel degene, die we mogen verwachten?’ Misschien had hij andere beelden over de Komende die verwacht werd: misschien een revolutionair, die de bezetters zou verdrijven. Een nieuwe politieke leider.

‘Gelukkig is hij, die geen aanstoot neemt aan Mij.’ Die opmerking blijft haken. Hoe kun je aanstoot nemen aan iemand die goed doet?

Ja, dat kan wel degelijk, als ik dat bij mezelf naga. Als ik vasthoud mijn overtuigingen. Dan kan het gebeuren, dat ik niet meer zie of hoor, wat er goed is en leven geeft. Als mijn verwachtingen niet uitkomen. Als het leven anders loopt dan ik wil of had gehoopt. Dan neem ik aanstoot aan wat er gebeurt. Want dat past niet in mijn straatje. Ook al is het goed. Vroeg of laat stoten we allemaal op grenzen. Het leven loopt níet volgens verwachting. Het is oneerlijk is, pijnlijk, eenzaam, teleurstellend. Vroeg of laat stoten we op de beperking van de beelden, die we hebben over ons leven, over onze gemeenschap, ons huwelijk, onze vriendschap. En daarín klinkt vandaag: Gaudete, verheug je! In het donker van deze dagen wordt er licht aangezegd, eerst één, dan twee, dan drie.

Op Johannes’ vraag wie Jezus is, geeft Jezus daarna onderricht aan de menigte, over wie Johannes is. Johannes, de aankondiger van wat komt, Johannes vertegenwoordigt het licht dat dichterbij komt, hij is de vleesgeworden hoop. Hij was al zo groot, zonder dat hij deel heeft kunnen krijgen aan de volledige zelfgave van Jezus, Want: ‘Niettemin is de kleinste uit het Rijk der hemelen, groter dan Johannes de Doper.’ Die woorden zijn aan ons. Want wij zijn allemaal, op één of andere manier, aangeraakt door dat Rijk, waardoor we nu hier zijn. Mag alles wat ons bezwaard, gedragen worden door de hoop van deze zondag Gaudete. Want het Rijk der Hemelen is nabij; het zal opnieuw geboren worden.