Luc. 20, 27 – 38
- Lezing
- 2 Makkabeeën 7, 1 – 2 / + 9 – 14
Jezus doet het anders: hij breekt ons geredeneer open
In de afgelopen week verzuchtte ik hartgrondig: ‘Wat een verschrikkelijke lezing krijgen we zondag’, en na die verzuchting kwam er wat ruimte voor gesprek en reflectie. Het zijn vreselijke verhalen, vooral de lezing van de Makkabeeën. Maar leven wij niet in een wereld vol vreselijke verhalen? Als we kijken naar de vluchtelingen, als we lezen hoe mensen die opkomen voor recht worden bedreigd of zelfs vermoord, zoals onlangs in de advocatuur. Als we tot ons doorlaten dringen hoeveel christenen in onze dagen nog vervolgd worden en niet vrij zijn om hun geloof te belijden en te vieren zoals de Makkabeeën… vreselijk dus.
Maar in de ruimte van voorbereiden en gesprek hierover kwam er ook wel een andere kleur bij die mij ook de moed geeft om te zeggen: het zijn óók prachtige verhalen, want ze gaan over uitzien naar leven en staande blijven in geloof en vertrouwen, dat welke ellendige situatie dan ook niet het laatste woord heeft. In die spanning tussen de vreselijke realiteit en het prachtige perspectief heb ik mij daarna op deze viering voorbereid.
Het verhaal van de Makkabeeën geeft ons het oudste getuigenis over verrijzenis. En juist in deze weken van Allerzielen en Allerheiligen en de vele verhalen rond dood en leven houdt het ons bezig wat verrijzenis is en hoe wij geloven. Deze zeven broers zijn het toonbeeld van trouw aan Gods belofte. Trouw aan God en aan de wet zoals zij die van God verstaan en ontvangen hebben. Zij vertellen aan degene die hen foltert en vermoordt dat ze hun leven inwisselen voor eeuwig leven. Sterven als een inwisseling, want je kunt ons dit aardse leven wel ontnemen, maar niet de essentie daarvan, niet wie ik in wezen ben, niet mijn ziel. En hun getuigenis zegt ook nog: deze dood staat niet op zichzelf, maar gaat gepaard met de hoop dat God er is en ons laat opstaan. Dit bracht mij bij de gedachte, en ik hoop dat ik dat zo mag zeggen: het sluiten van de Bogenstraat staat niet op zichzelf, maar gaat gepaard met de hoop dat er leven is en dat het leven doorgaat. Natuurlijk zijn er ook als je dit gelooft nog wel vragen, want hoe zal dat doorgaan van leven dan geschieden? De Makkabeeën getuigen dan van een onverschrokken heldenmoed. Die gaat ons ver te boven ook al zingen we met de psalmist mee ‘wees onverschrokken’. Ik geloof wel dat dit verhaal van de Makkabeeën daadwerkelijk een bemoediging kan zijn voor wie nu vervolgd worden omwille van hun geloof. En voor wie worstelen met geloofsvragen op leven en dood.
Lucas vertelt ons vervolgens ook over zeven broers die sterven. Dit verhaal, dit gesprek tussen de Sadduceeën en Jezus valt midden in een hele serie gesprekken van Jezus met zijn tegenstanders. Juist dit gesprek raakt de opstandingsvragen: het is een verhaal met het oog op toekomst van leven. Die Sadduceeën waren de hoogstgeleerde leraren en zij
hadden veel gezag in de tijd. Dus in dit gesprek tussen Jezus en hen staat er veel op het spel. Het is een strijdgesprek, een leergesprek tussen mensen die aan elkaar gewaagd zijn. Het is een hele kunst om zo’n gesprek goed te voeren. Met het beroep op Mozes vechten ze aan dat er verrijzenis zou zijn, want de kinderloosheid van die zeven broers en die ene vrouw zou betekenen dat er geen perspectief meer is na de dood. Als je geen kinderen hebt dan houdt alles op. Gelukkig kunnen wij er getuigen van dat kinderloosheid zeker geen perspectiefloosheid betekent, want er zijn vele wijzen van vruchtbaar leven. Vruchtbaarheid zit niet alleen in het krijgen en hebben van kinderen en dat kunnen we zien om ons heen.
De Sadduceeën doen in dit verhaal een beroep op het gezag van Mozes en dat is een hoge inzet om het gezag van Jezus mee te betwisten. Wie is nou eigenlijk het hoogste gezag, naar wie luisteren wij? Vertel het ons maar, Jezus. Als we in het geredeneer in de logica van de Sadduceeën blijven steken, dan komen we niet verder. Dan is er inderdaad geen toekomst. Hun denkwijze en hun redeneren is logisch – maar zet de boel helemaal vast.
Jezus doet het anders en daarin is hij voor ons misschien wel een heel goede voorganger: Jezus weerlegt niet met logica, maar breekt hun denken en hun beelden open. Hij getuigt dat alle aardse leven in het perspectief staat van het komende Rijk, in het perspectief van eeuwig leven, in het perspectief van kwaliteit van leven. Niet per se voorbij de dood, want die kwaliteit breekt ook hier en nu door in Jezus zelf. En als wij hem volgen, kan die kwaliteit ook steeds opnieuw in ons en dus in het hier en nu doorbreken. Zo zet Jezus het lijden in deze wereld in het perspectief van de toekomst. Niet waar je vandaan komt en waar je nu bent, maar daar waar je naar toe gaat kleurt de realiteit volgens Hem. En als je deel krijgt aan dat perspectief, dán ben je kind van God. Maar als je dit verbond en dit perspectief loslaat, dan ga je ten onder in de wereld van lijden, van gemodder, van situaties, van ellende, van verdriet en dat geldt voor gehuwd en ongehuwd.
Jezus daagt ons uit om ons lijden in deze aardse wereld te laten kleuren door de geestelijke wereld. Hij daagt uit tot leven met hoop en dat is niet soft, dat is juist heel radicaal. In mijn ogen staat onze gemeenschap in Thorn nu in die ruimte, want het sluiten van de Bogenstraat is niet het einde. Het is een moment in de geschiedenis. Een heel ingrijpend en aangrijpend moment, zeker voor wie het persoonlijk betreft, maar het staat in die ruimte van geschiedenis. Van veertig jaar geschiedenis, die misschien toch weer de moed geeft om te leven met hoop. Hoop voor jullie die nu verhuisd zijn en hoop voor jullie die zijn blijven wonen. En hoop voor ons die met jullie als broeders en zusters hier in Bergeijk en overal in Nederland leven. We mogen – en dat is het prachtige van de verhalen van vandaag – steeds opnieuw uitzien naar leven dat is gekleurd door Gods liefde en trouw. Zo breken deze verhalen de weerbarstigheid van ons leven en van onze wereld open, stemmen ze ons mild en hoopvol. Tegelijkertijd worden we ook gevoed rondom deze tafel, om weer gesterkt te zijn en in die weerbarstige realiteit verder te kunnen trekken.