Joh. 16, 12 – 15

Tineke Renkema
Lezing
Spreuken 8, 22 – 31

Eén klare, zuivere toon

Het is vandaag de zondag van de drie-eenheid, van de volheid, volkomenheid. Na de drie grote feesten van het kerkelijk jaar, nu deze dag, als een soort afsluiting. Hierna gaan we weer over naar de gewone zondagen door het jaar, naar het léven van dat geheim, om te groeien in dat volle leven! Kunnen we er dichter bij komen?

Een eerste intuïtie: Verwijst drie-eenheid misschien niet ook naar dat allereerste begin, waar God zegt: Laten wij de mens maken, die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken? Het viel mij in als in ieder geval een mooie gedachte, dat er vanaf de oorsprong een meervoud in Gods wezen is. En ook sprong een welllicht bekend beeld op van die drie brandende lucifers bij elkaar gebracht die dan samen één vlam vormen.

Een gedachte, een beeld, maar hoe wijst de evangelist Johannes ons de weg als het gaat over dat geheim van de drie-eenheid? We horen vandaag woorden door Jezus gesproken wanneer hij de laatste keer met zijn leerlingen bijeen is. Samen vormen zij een eiland van liefde in een wereld die zich tegen hem keert. Laatste woorden van Jezus als geestelijk testament, voordat zijn leven wordt volgemaakt. Op dat moment belooft hij aan zijn leerlingen de Heilige Geest, zodat zij niet verweesd achterblijven, zodat zij en wij in zijn Geest zouden kunnen leven. Het gaat om zijn Geest, die Geest van God die hijzelf heeft ingeademd, die Geest die én troost én net zolang blijft verontrusten, totdat wij één zijn, totdat wij volkomen zijn, zoals Hij.

Het is bepaald geen gemakkelijke taal. We vallen er ook nog eens midden in en lazen maar een paar verzen. Aan het begin van dit hoofdstuk staat dat Jezus al deze woorden spreekt, opdat zij niet hun geloof verliezen in alles wat hun zal overkomen. Dus ook, opdat wij ons geloof niet zullen verliezen in alles wat ons overkomt. Hij zou nog veel willen zeggen, maar we horen, over de hoofden van de leerlingen heen, dat we dat nog niet zouden kunnen verdragen. Alleen daaruit klinkt al een grote liefde. Zijn woorden getuigen van een grote zorgvuldigheid in zijn omgang met hen, met ons.

Er zijn dus dingen die we niet aankunnen, zoals aan kinderen bepaalde dingen niet kunnen worden gezegd, omdat ze nog te kwetsbaar zijn, er geen raad mee zouden weten, erdoor zouden worden overspoeld. En het belangrijkste: zij zouden hun vertrouwen erdoor kunnen verliezen, het fundament zou kunnen worden aangetast. Deze zorg van Jezus om geen woorden te spreken waardoor wij ons geloof zouden kunnen verliezen deed mij denken aan die verzen uit het Hooglied: ‘Wek de liefde niet, laat haar niet ontwaken, voordat zij wil.’

Het is slechts gaande de weg dat wij opengebroken worden tot liefde en waarheid. Gaande de weg worden we opengebroken tot eenheid. Het is slechts gaande de weg dat wij opengebroken worden tot een leven waar één klare en zuivere toon klinkt, zoals Dag Hammerskjöld aan het begin van zijn dagboek schrijft.

Jezus gaat met zijn leerlingen om als zijn kinderen. En hij moet hen achterlaten zonder dat hij hen alles kan zeggen. Voordat de Geest van de Waarheid de weg kan wijzen naar de volle waarheid moeten de liefde en het geloof nog groeien. Dat geldt ook voor ons. Soms kunnen we het nog niet aan.

We kunnen daarvan iets herkennen door kleine ervaringen. Ik weet nog hoe mijn oudste wijze zusje op een cruciaal donker moment in ons leven zei: Ja Tineke, er is veel meer kwaad in de wereld dan jij denkt. Dat was zo’n moment dat mij iets geopenbaard werd, wat ik eerder niet kon zien. Nog zo’n ervaring. Toen wij hier pas kwamen, was ik verliefd op onze gemeenschap. Pas later kon ik wat de realiteit van dit leven was met al haar goed én kwaad. En vervolgens kon ik daar trouw aan blijven, omdat geloof en liefde inmiddels had kunnen groeien en er fundament was om op te staan.

Maar wat is die volle waarheid? De volle waarheid is de volle mogelijkheid om te kunnen onderscheiden tussen wat leven opbouwt en wat leven afbreekt en kunnen kiezen. Dat vraagt kennis van goed en kwaad. En met kennis bedoel ik ervaring, inzicht in innerlijke, ook affectieve bewegingen. Dat is de vrucht van werking van Heilige Geest.

Terug naar de tekst. Er wordt gesproken van de Geest van waarheid die deze waarheid niet van zichzelf heeft, maar heeft gehoord. Heeft gehoord van de Vader én de Zoon. Geest dus van beiden uitgegaan! Deze Geest van waarheid als vrucht van de eenheid tussen God en Jezus, Vader en Zoon. Tussen die relatie van Vader en Zoon is er dus die beweging van Geest. Waar Vader en Zoon verbonden zijn, daar waait de Geest. Daar is die ene God.

Vergelijkenderwijs: Waar de ene mens en de ander verbonden zijn, de één en de ander één zijn, en er ruimte blijft voor hun onderscheiden zijn, daar is er ruimte voor de Derde, voor vrucht van leven, die op haar beurt één maakt. Daar gebeurt God, daar is Volheid van leven.

Staan wij in die beweging tussen Vader, Zoon en Geest? Zo werden we gedoopt, zo spreken we ons uit in de geloofsbelijdenis. In die ruimte mogen we groeien, mogen we leven, tot volheid komen. Waar het om gaat is dat wij ons én van elkaar onderscheiden én ons met elkaar verbonden weten met steeds die ruimte voor de Geest tussen ons in. Die Geest, die op haar beurt ons met elkaar verbindt. Waar we die ruimte niet open laten, waar het blijft bij twee, daar lopen wij onvermijdelijk op elkaar vast!

Waar ik op uit kwam en wat ik voor vandaag wil meegeven: Om in al onze relaties ruimte te laten voor die Derde. Alleen waar dat gebeurt, ontspringt die ene klare zuivere toon. Waar dat gebeurt, gebeurt God, eren wij die drie-ene God. Kijk naar de icoon!

Mag het zo zijn.