Mar. 8, 27 – 35

Koos van Etten
Lezing
Jesaja 50, 4 - 9a

Maar jullie, wie zeggen jullie dat ik ben?

In deze vredesweek worden wij herinnerd aan een markante figuur uit onze geschiedenis: Martin Luther King. Precies 50 jaar geleden is hij overleden, vermoord in de Verenigde Staten. Hij was een charismatische figuur, die veel mensen op de been wist te brengen met zijn geweldloze strijd tegen de apartheid en zijn tocht naar Washington met de boodschap ‘I have a dream’. Het jaar daarop kreeg hij de Nobelprijs voor de vrede. Maar vier jaar daarna werd hij doodgeschoten. Ik moet aan hem denken, omdat hij in onze tijd een profeet is geweest, zoals Jezus in zijn tijd.

Als we dan kijken naar het evangelie dat we zojuist hoorden, is er eerst een dialoog van Jezus met zijn leerlingen. Onderweg vraagt hij hen: wie zeggen de mensen dat ik ben? Als zij daarop verschillende antwoorden geven, zegt hij: Maar jullie, wie zeggen jullie dat ik ben? Dat is een rechtstreekse vraag aan zijn leerlingen: maar jullie? Het is ook een existentiële vraag, want afhankelijk van het antwoord zal het hen in een nieuwe verhouding tot Jezus brengen. En gelukkig: Petrus spreekt namens de twaalf en komt tot een echte geloofsbelijdenis: U bent de Messias. U/Jij bent degene die wij al een tijdlang verwachten als onze Bevrijder.

Maar tot zijn schrik hoort hij Jezus daarna zeggen, dat deze naar Jeruzalem zal gaan, en dat hij daar veel zal te lijden hebben van de leiders van het volk. Zij zullen hem verwerpen en zelfs ter dood brengen. Het moet, zegt hij; het is het plan van God; zo gaat het in het leven en hij zal zich daaraan niet onttrekken. Ja, hij gelooft erin dat God hem zal bijstaan en dat hij ten slotte zal opstaan ten leven. Petrus schrikt van die woorden; hij had gedacht, dat Jezus naar Jeruzalem zou gaan als een Messias-Bevrijder, dat het een triomftocht zou worden, met veel vreugde en blijdschap. En nu hoort hij dat het een lijdensweg zal worden… Hij moet er niet aan denken en protesteert heftig. Maar Jezus keert zich even heftig tegen Petrus en zegt: Ga weg, achter mij, satan. Het is voor Jezus een echte beproeving en hij zet Petrus op zijn plaats: ga achter mij. Bovendien voegt hij eraan toe en dat is voor iedereen bedoeld: Als je als leerling achter mij aan wilt gaan, neem dan je kruis op en volg mij. Want pas als je leven verliest omwille van mij, zal je het vinden.

Wat voor Petrus geldt, geldt ook voor ons. Van binnenuit verzetten wij ons tegen een weg van het lijden, zeker als we achter Jezus aangegaan zijn, die immers de weg van de liefde en de weg van vrede verkondigt. We willen het lijden niet en zullen proberen het lijden van anderen zoveel mogelijk te verlichten. Toch, als we er dieper over nadenken, is dit wel de gang die we in ons leven maken. We worden geconfronteerd met het lijden of we willen of niet.

Ik moet denken aan ons, christenen uit de R.K-kerk, die in de laatste tijd vele verhalen te horen krijgen over het seksueel misbruik van minderjarigen door geestelijken. Dat is pijnlijk ja, maar ook beschamend, zo klonk gisterenavond. Ik moet ook denken aan enkele mensen uit onze gemeenschap, die vanwege ziekte of ouderdom te lijden hebben aan eenzaamheid of gebrek aan solidariteit. Nog afgezien van de fysieke pijnen die zij te doorstaan hebben. En zo kunnen we nog vele voorbeelden opnoemen. Is voor ons het lijden dan onontkoombaar? Ook voor ons die de weg van vrede achter Jezus aangaan? Ja, ik denk het wel. We hoeven er niet op uit te gaan, maar er zijn allerlei krachten in onze omgeving werkzaam: positieve én negatieve. Daardoor worden we met het lijden geconfronteerd.

Toch worden door de lezingen onze ogen gericht op hen die ons zijn voorgegaan: een man als Martin Luther King, die zich niet uit het veld liet slaan, maar met zijn strijd doorging, geweldloos ja, maar onverzettelijk. Hij roept ons op tot moed. Ik denk ook aan de dienaar van de Heer uit het boek Jesaja uit de eerste lezing: ieder jaar zing ik een lied over hem; je kan je dat misschien wel herinneren. Hij was iemand die zich niet verweerde en niet terugdeinsde voor het leed dat hem overkwam, maar zich overgaf in vertrouwen op God. En ik denk ook aan Jezus die ons is voorgegaan op de weg van het lijden, opdat wanneer het leed of de pijn ons teveel wordt, wij onze aandacht kunnen richten op de manier waarop hij het kruis gedragen heeft en zo de weg van verlossing en vrede voor ons heeft geopend.