Joh. 6, 60 – 69
- Lezing
- Jozua 24, 1 – 2a + 15 – 17 + 18b
Worden wie je bent?
De afgelopen week hebben we heel wat kunnen lezen en horen over de zwemtocht van Maarten van der Weijden. Hij maakte een keuze om te danken voor zijn gezondheid en te zwemmen voor geld. En er werd voor hem gekozen, want hij moest de tocht van zijn arts afbreken. Wat mij betreft waren er in de media veel te veel analyses over de motieven voor de zwemtocht. Ik blijf liever bij die eerste ontroering. Dat beeld van die man die niet meer kon en toch ging: een mens die zichzelf geeft. Ik ben overtuigd dat er veel meer mensen zijn die zo zichzelf geven, waarvan wij het niet horen. In ieders leven zijn er keuzes die je zelf maakt en keuzes die voor jou gemaakt worden. En in onze westerse samenleving is er veel last van kiespijn. De pijn, de last dat er zoveel keuzemogelijkheden zijn. Zeker in de generaties na ons zien we jonge mensen daaraan lijden, burn-out of overspannen worden van al die keuzes.
Vandaag horen we in de Schrift, de mogelijkheid om te ontvangen wie je bent. Dat is een andere kleur van kiezen en gekozen worden. Dat je niet alles zelf hoeft uit te zoeken en dat er iemand is om naar te kijken. Dat er mensen zijn die voorgaan en mensen zijn die volgen en dat die posities ook wisselen. In mijn persoonlijke geschiedenis werd ik hier in de jaren negentig met leeftijdgenoten als Jozuabeweging genoemd: wij mochten ontvangen wie wij waren. We werden in de geschiedenis gezet van deze gemeenschap én van dat grote verhaal met een soort van belofte: “zorg dat je dat beloofde land intrekt”. Dat gaf op dat moment veel hoop en vertrouwen aan iedereen. Zo’n groep jonge mensen die uitgekozen werden en dat ook beaamde. Geroepen, gekozen worden en er zelf voor kiezen. Ontvangen wie je bent, is als het ware een ingaan op het gekozen worden.
De andere kant van dat kiezen en gekozen worden is dat je ook mag worden wie je ontvangt. Zo luister ik naar de broodrede: die zet in op “lichaam van Christus worden”. Dit gaat voort in het spoor van de God die aan Mozes laat weten: “Ik ben” en van Jezus die als een nieuwe Mozes laat weten: ”Ik ben van ik ben”. Ik, Jezus, geef mezelf door er te zijn.
Johannes heeft daar in zijn Evangelie zeven beelden voor nodig. Herder, brood, licht, deur waarheid, weg en wijnstok. Ik ben zeven beelden, maar mijn zijn blijft een geheim. En dan loopt het gesprek tussen Jezus, zijn omstanders en zijn leerlingen uit op een crisis. ‘Crisis’ komt van krinein en dat betekent: “onderscheiden”. Een crisis is dus niet zo erg, als je er maar naar durft luisteren en kijken. Want in een crisis onderscheiden, helpt ons mensen om te worden wie we zijn, daarvoor is een keuze nodig.
Als we dichter bij Johannes komen, horen we dat het woord vlees is geworden. Vlees om te eten, te proeven en te kauwen, te slikken om te verteren – verteren is dat je het goede uit het voedsel opneemt om te leven. En dan worstel ik wat met onze Jezusbeelden als hij gezien wordt in de hostie: daar hoef je niet op te kauwen. Vroeger mocht dat niet eens. Ik deed mee aan een workshop voor voorgangers en daarin werd Jezus uitgedrukt met verschillende soorten brood: roggebrood, zuurdesem, Turk brood en ook de hostie – om te proeven waar hoe ik de boodschap van Jezus zie en opneem. Want waar moet ik op kauwen als het gaat om liefde en gerechtigheid, om waarheid. Hij geeft zijn vlees met die woorden. En bij dat vlees komt ook het bloed. Wijn maakt het kauwen lichter, letterlijk en figuurlijk. Het brengt beelden van de wijngaard en de bruiloft van het Koninkrijk wat dichterbij. Het feestelijke aspect van samen maaltijd houden in zijn Geest is niet alleen maar moeilijk. Het bloed is de woonplaats van de ziel. Als iemand zijn bloed te drinken geeft, dan geeft hij jou zijn ziel.
De zelfgave van Jezus in vlees en bloed is een gave van liefde – inclusief lijden. Voor de omstanders is dat onverdraaglijk, dat horen we vandaag, en voor ons soms ook onverdraaglijk. Het zijn harde woorden en kun je inderdaad bij Hem blijven als het leven hard wordt? Als gerechtigheid of waarheid zware keuzes vragen om te geloven dat dat echt leven is? Durf je te geloven als je persoonlijk niets meer ziet, als het je niet goed gaat lichamelijk of geestelijk? In de nacht als er niet zoveel te zien is of overdag als er zoveel kwaad zichtbaar is in onze wereld. In ieder geval heb je dan goed geestelijk voedsel nodig.
Kun je, wil je bij Hem blijven? Deze vraag confronteert mij ook met: durf ik mijzelf te verliezen, uit handen geven, mijn ego, de regie, mijn belangen? Van die hele grote groep leerlingen komen we dan dichter bij de leerlingen die naar Jezus luisteren op dit moment. En dat zijn wij natuurlijk ook vandaag. Dit vleesgeworden woord zegt: “mijn woorden zijn Geest en echt leven”. Durf je die geloofssprong te wagen? Ontvang wie je bent: open je handen en je hart. Het is een aanbod en dat vraagt om een keuze van vertrouwen. Velen keren hem dan de rug toe, maar de twaalf lijken geen keuze te hebben als je Petrus hoort. Naar wie zouden wij anders gaan? Wij weten en Johannes wist dat ook toen die dat opschreef: na deze belijdenis komt nog het verraad en keren ook zij Jezus de rug toe.
Je wordt gekozen en de eigen keuze hoe daarop te antwoorden wordt steeds opnieuw beproefd. Steeds opnieuw ja zeggen. En daarom klinkt er ook vandaag naar ons de vraag: en jij, wil jij soms gaan? Als het je nu te veel wordt, te hard, te confronterend in je eigen leven of in onze gemeenschap, in je werk of in de buurt waar je woont, in je familie: wil jij soms gaan? In het proces waarin wij in onze gemeenschap zoeken naar de toekomst bleek een verlangen naar steviger geestelijk leven, geestelijk voedsel, vitalisering. Dat is misschien enerzijds pijnlijk, maar het geeft ook veel vreugde dat we op die onderstroom komen. En we mogen met Petrus antwoord geven op: “Ik ben van ik ben”. Want Petrus antwoordt: “U bent de Heilige Gods”. Dat is een volmondig ja. En ik hoop dat ik en mijn familie, want dat zijn jullie, zeggen: “Ja ik geloof, ik blijf”. Ik voor mij kan het hier
vandaag zeggen, want ik sta bij de microfoon. Ik zal jullie antwoord niet op dit moment vragen. Je moet er maar op kauwen. Ook vandaag zullen we rond deze tafel ontvangen wie we zijn, om te worden wie we ontvangen: een mens van God, een mens van vlees en bloed – om mens te zijn met elkaar.