Joh. 10, 11 – 18
- Lezing
- Handelingen 4, 8 – 12
Laten we Gods goedheid verdedigen!
Afgelopen week was ik een aantal dagen te gast bij de jaarlijkse conferentie van de Duitse Oudkatholieke geestelijke priesters en diakenen. Hun thema was dit jaar ‘leiding geven’, en dit was gerelateerd aan het omgaan met conflicten. Leiding geven heeft blijkbaar meteen te maken met conflicten, dacht ik toen ik het programma zag. En inderdaad was een van de belangrijke inzichten van de referent: ‘Ons uitgangspunt zou moeten zijn dat er altijd conflicten zijn.’ En dit werd als volgt uitgewerkt: als er geen conflicten zijn, wordt er niet echt geleefd. Het gaat niet om een permanent conflict, maar als je echt met iemand leeft dan wordt er geschuurd, dan wordt er gestoeid. Misschien is het ook goed voor ons om wat dichterbij in onze relaties te kijken hoe dat gaat. Als het altijd zoete lieve vrede is… dan is er misschien wel wat nieuws te ontdekken. Conflicten ontstaan heel vaak als gevolg van beelden en verwachtingen die je over de ander hebt. En waarbij je er vanuit gaat dat je elkaar begrijpt. Beelden en verwachtingen over degene die je voorgaat, over jezelf als je voorgaat. Over jezelf als je volgt. Over die ander als die jou moet volgen. Miscommunicatie, conflicten: ze ontstaan heel vaak omdat wij niet doorvragen.
Bij ‘leiding geven’ denk ik heel vaak meteen aan onze wereldse politieke of religieuze leiders. We kijken naar Noord-Korea, naar China, naar Rusland, Amerika en dan hebben we daar wel een visie op, of een mening over. Maar ik realiseerde me deze week terwijl ik met deze lezingen bezig was in hoeveel rollen wij eigenlijk te maken hebben met leiding geven. In de relatie van ouders en kinderen, in werkrelaties, in onze werkgroepen hier in onze gemeenschap. Als we met meer dan één persoon in de keuken staan om te koken. Wat verwacht je eigenlijk van degene die de verantwoordelijkheid heeft? Wat verwacht je van de ander die jou leidt? Wat verwacht je van jezelf als jij leiding geeft? Misschien is het een goed begin om eens na te denken over de verwachtingen aan een ander en dan eerst zelf zo te doen. Dus dat we de rollen ook omdraaien. Dat we doen wat we van die ander verwachten, en goed blijven luisteren.
Dat is wat ik vandaag hoorde in de lezingen over goed leiderschap. Luisteren, aandacht geven, oog en oor hebben voor een ander, door het vuur gaan en er niet voor weglopen als het gevaarlijk wordt, als de wolf komt. Een goede leider heeft het goede met mij voor. En we kijken vandaag met de ogen van Johannes naar Jezus. Hij ging door het vuur voor zijn mensen ten einde toe. Hij had oog en oor. Hij gaf zichzelf, maar het was niet enkel eenrichtingsverkeer. Hij verlangde ook iets: Hij riep mensen bij naam en nam mensen mee op zijn weg. Hij verlangde dat ze zouden zijn zoals hij. Hij verlangt dat wij worden zoals hij. Goede leiders worden door te luisteren naar zijn stem.
De context van dit verhaal over de goede herder is de genezing van de blindgeborene dat precies hiervoor verteld is. Daar is Jezus in discussie met Farizeeërs en Schriftgeleerden die volgens hem ziende blind zijn. Ook in dat verhaal gaat het dus al over leiderschap. En waar komt dan het beeld van de herder als leider, voorganger vandaan? Voor Jezus is dat zeker de context van het Oude Testament geweest, en we kennen die herders uit het Oude Testament. In Ezechiël lezen we over de herders als slechte leiders En we kennen Mozes als de herder die de schapen van zijn schoonvader hoedt en dan geroepen wordt om zijn volk te leiden. En we weten dat David achter de schapen vandaan gehaald werd om tot koning gezalfd te worden, een goede herder voor zijn volk. Deze grote leiders waren geen volmaakte mensen, dat weten we ook, maar ze werden wel geroepen om te behoeden en te leiden. Om zoals herders dat doen achter het volk aan te lopen, alles te overzien in de achterhoede. Een herder blijft wakker in de nacht als het duister is. En Johannes voegt daar dan aan toe de herder zijn schapen kent. ‘Kennen’ is een heel belangrijk woord in het Johannesevangelie en heeft altijd te maken met een diep doorgronden, zien wie die ander is in Gods ogen.
In mij riep dit alles de gedachte op dat goede leiders Gods goedheid verdedigen. Want we horen hoe Jezus het beeld van de goede herder tegenover het beeld van de huurling zet. En we horen Petrus vandaag tegenover het Sanhedrin zich verantwoorden en vertellen vanuit welke kracht hij leeft en mensen heelt. Het is hetzelfde Sanhedrin dat Jezus heeft veroordeeld en waar hij eigenlijk doodsbang voor zou moeten zijn. Want zij kunnen beschikken over zijn lot. Maar Petrus spreekt heel vrijmoedig; blijkbaar is hij door de angst heen geleefd. Blijkbaar is er iets van verrijzenisgeloof in hem gewekt en kan hij getuigen over Jezus als de hoeksteen. Zoals Jezus zijn eenheid met de Vader belijdt, zo belijdt Petrus zijn eenheid met Jezus. Niet uit eigen kracht, maar wel vrijmoedig en op eigen benen getuigen van de hoop die in je leeft. Getuigen van Gods goedheid vraagt dan ook zeker goed leiderschap.
En vandaag, op deze Dag van de Aarde, zou ik willen zeggen: goed leiderschap gaat altijd over Geest én materie. Op deze dag van de aarde beseffen we maar al te goed dat we niet klaar zijn met een mooi bordje aan de muur dat ons als ‘Groene Gemeenschap’ herkenbaar maakt, maar dat we wel blij zijn met dit bordje omdat het ons appelleert om door te gaan op de ingeslagen weg. Getuigen van Gods goedheid vraagt dat wij doen wat we van goede leiders verwachten. Dat wij voorgaan én volgen en daarin blijven zoeken wanneer welke rol van ons gevraagd wordt. Getuigen van Gods goedheid vraagt dat wij vertrouwen op de hele kleine stappen die er mogelijk zijn. Vaak teleurstellend klein, maar dat het ons toch blijft bemoedigen. En dat we natuurlijk kijken naar religieuze en politieke leiders, maar dat wij het zijn die de aarde optillen en haar schoonwassen. En daarom wil ik graag met jullie luisteren naar het Lied van de Aarde op deze dag. Het gaat over de Aarde die wij mogen behoeden en beheren. Mag het ons inspireren om te doen waar we in geloven.