Joh. 2, 13 – 25
- Lezing
- Exodus 20, 1 - 7
Het Woord van God: luisteren en doen
Op mijn kamer hangt een kopie van een icoon, waarop Mozes staat afgebeeld die uit de hand van God een boekrol ontvangt, de Tora. God blijft verder verborgen in een wolk, maar wat opvalt, is dat er op die boekrol niets staat; die is helemaal leeg. Het gaat om het wit van de bladzijde. Mozes hoort dus wel Gods stem, maar moet het woord van God zelf interpreteren en opschrijven.
Dat is dus een beeld, hoe de traditie de Tien Geboden heeft verstaan. Over die Tien Geboden of Tien Woorden hoorden we in de eerste lezing dat ze een samenvatting zijn van het verbond op de Sinaï. We noemen ze de Tien Geboden, maar zijn het wel geboden? Het zijn in ieder geval geen geboden, die als een bevel van buitenaf blind opgevolgd moeten worden: je zult, je moet! Nee, het zijn de Tien Woorden, die in het hart van iedere mens gegrift staan, in wat wij het geweten noemen. Het zijn dus religieuze en ethische voorschriften, die een directe opdracht aan ons geven. Letterlijk staat er: Jij zult niet doden; jij zult niet stelen, enz. We worden dus heel persoonlijk aangesproken. Dit vraagt luisteren én doen, zoals Mozes op die icoon; luisteren en uitvoeren wat je gehoord hebt. In andere woorden: gehoor geven. Geloven, je toevertrouwen aan God die bevrijdt, want dat is de fundamentele ervaring van het begin: Hij, de Heer, heeft ons bevrijd uit het slavenhuis. In de woestijntocht werden de Tien Woorden door Mozes gegeven aan de mensen om tot volk van God te worden. Ze waren dat nog niet, zei ds. Klaas van der Kamp hier in zijn lezing een maand geleden, maar ze moesten tot volk van God worden, een verbond tussen God en het volk, met wederzijdse verplichtingen.
Wij kennen die Tien Woorden al lang; we laten ze in deze veertigdagentijd regelmatig horen. Maar in de praktijk worstelen we soms met die woorden. Wat hoort wél en wat hoort niet bij het ‘eren van vader en moeder’? Of wat kan wel en wat kan niet op het gebied van seksualiteit tussen man en vrouw? Zo’n worsteling kan soms lang duren, soms wel een leven lang. Maar hoe dan ook worden we uitgedaagd om vorm te geven aan dat verbond met God en met elkaar.
Als dat zo is, wat kunnen we dan leren van het evangelie dat we zojuist hoorden? Dat is een heftig verhaal dat zich afspeelt in de tempel van Jeruzalem, de meest heilige plaats van Israël. Daar treedt Jezus met geweld op tegen de verkopers van vee en tegen de geldwisselaars. Waarom doet hij dat? Vanwege de offerdienst was het toch een noodzakelijke commercie geworden? Maar Jezus zegt: Maak van het huis van mijn Vader geen markthal. Hij komt op voor het verbond met God die hij zijn Vader noemt. Je kunt ook zeggen: hij komt op voor de Tora, voor de Tien Woorden die zo in zijn leven geworteld waren, dat hij op deze heftige manier optreedt. Als de Joden hem ter verantwoording
roepen, gaat hij nog een stap verder door te zeggen: Breek deze tempel af en in drie dagen zal ik hem laten herrijzen. Letterlijk genomen is dit grootspraak, en dat laten de Joden ook horen. Maar in feite heeft hij het over de tempel van zijn lichaam, van zijn menszijn, want daar woont God. Dat heeft Jezus naderhand laten zien, op de weg van zijn lijden en dood op het kruis, naar het nieuwe leven op Pasen. Dat is het mysterie, waarin hij als de Messias, de Christus ons voorgaat. Maar daarmee wijst hij ook op ons, of wij bereid zijn om God binnen te laten in óns lichaam, in ons menszijn, of in ons gezamenlijk lichaam: het lichaam van Christus. Want God wil wonen in onze wereld, niet alleen in de tempel, maar in heel ons leven. Bieden wij Hem die heilige ruimte ook aan? Die weg gaat niet zonder pijn; dat weten we uit ervaring (denk maar aan Ella vandaag op haar 90ste verjaardag). Maar soms moeten wij door die pijn heen om te komen tot de diepste laag in onszelf, tot onze identiteit waar we God vinden.
Zo worden we uitgedaagd tot verbond: zijn we bereid gehoor te geven aan de Tien Woorden, aan de Tora, opdat God in ons kan wonen en wij met Hem de tempel van ons lichaam opbouwen.
Laten we zo deze woorden tot ons inwerken, door te luisteren en te doen.