Mar. 1, 21 – 28
- Lezing
- Deuteronomium 18, 15 – 20
Weten wie Jezus is en waartoe Hij is gekomen
Voor het eerst gaat Jezus met zijn leerlingen onderweg. In Kafarnaüm aangekomen gaat hij rechtstreeks naar de synagoge, waar hij opstaat om onderricht te geven. Op zich een gebruikelijke manier van doen. Iedere joodse man kan in de synagoge spreken. Maar het is anders als anders. Maar wat is er dan anders?
Ik stel me voor dat de harten van mensen gaan branden terwijl Jezus spreekt. Ik stel me voor dat mensen iets ervaren van oude Schriftwoorden: ‘Zie ik ga iets nieuws beginnen. Het is al begonnen, zie je het niet.’ Anders is ook dat Jezus gezag uitstraalt. Zo’n profeet waarover in Deuteronomium wordt gesproken die opstaat, die niet zijn eigen woorden spreekt, maar alleen die woorden, die door God worden ingegeven. Gezag omdat hier iemand staat die zich laat gezeggen, die zich laat gezeggen door de Allerhoogste.
Ja, anders dan de Schriftgeleerden. Direct al een pijnlijke uitspraak in het begin van dit evangelie en het zal steeds pijnlijker worden. Is bij de Schriftgeleerden geloven alleen een leer geworden, waar leven uit verdwenen is? Die pijn gaat ook niet aan ons voorbij. Wij hebben zelf ook weet van waar ons geloven een leer geworden is en we verlangend uitzien naar levend geloof, levende liturgie, levend leerhuis, woorden waarvan het hart gaat branden. De mensen in de synagoge van Kafarnaüm moeten iets dergelijks ervaren hebben toen Jezus sprak.
En dan klinkt er een schreeuw in de synagoge, een schreeuw van een man bezet door een onreine geest. Wat wil dat zeggen een onreine geest? Het gaat om iemand die ergens onderweg zichzelf is kwijtgeraakt. Het is iemand onderhevig aan krachten, innerlijke stemmen tégen het leven. Iemand bezet door een onreine geest heeft geen zeggenschap, geen controle over wat en hoe hij iets zegt, louter en alleen verworden tot een stem die schreeuwt. Zo iemand heeft op de ander een afstotende werking. Het is vaak schokkend. In het gewone leven gaan we zo iemand uit de weg. En door dit isolement gaat het van kwaad tot erger. Iemand bezet door een onreine Geest weet niet beter dan dat hij nietswaardig is. Lijnrecht hier tegenover staat een innerlijke stem, die van Gods Geest komt en je niets anders vertelt dan hoe kostbaar je bent in de ogen van God.
En toch is daar niet alles mee gezegd. Want waar iemand onderhevig is aan kwade machten, is er juist ook sprake van een meer dan gewone gevoeligheid voor wat goed is. Zo iemand heeft daar een speciale antenne voor, omdat die goedheid die absolute overtuiging van nietswaardigheid aanvalt. Vandaar dat deze bezeten man bezeten precies weet wie Jezus is en waartoe hij is gekomen. We horen hem roepen: ‘Ik weet wel wie je
bent, de heilige van God.’ En ook: ‘Wat hebben wij met jou te maken, Jezus van Nazareth. Ben je gekomen om ons te vernietigen?’
Ja, grotere waarheid bestaat er niet: Jezus, gedreven door Heilige Geest, is daartoe gekomen. Om mensen te bevrijden van machten die hen dwingen. Te bevrijden van destructieve krachten, die de ziel vernietigen en juist de ziel is dat orgaan dat op God is afgestemd. Mensen bezet door onreine geesten houden ons dus ook een spiegel voor, een waarheid. Ja, maar vergis je niet: het is een waarheid zonder liefde. En daar zit de destructiviteit.
Waarom zo lang en uitvoerig stilstaan bij wat een onreine geest is? Ik denk dat het heel belangrijk is die werking van het kwaad te kennen, opdat we deze onreinheid kunnen herkennen in onszelf en om ons heen, juist ook in zijn meer subtiele uitingen. Leren kennen die krachten die ondermijnen en leven afbreken, ons eigen leven, ons samen leven. Leren kennen die krachten die geen andere waarheid toestaan en aan die absolute waarheid voorrang geven boven de liefde. We hebben het nodig te worden uitgezuiverd in ons leven met elkaar en hebben het nodig te weten welke krachten in het spel zijn. Wanneer je deze krachten meer en meer onderkent, ook in haar subtiele uitingen, pas dan is er een keuze mogelijk om je te laten leiden door de goede Geest, waar waarheid nooit zonder liefde is. We kunnen groeien in inzicht en we kunnen elkaar daarin helpen. Die uitnodiging ligt er.
Maar we worden ook nog op een andere laag aangesproken door die vraag van de bezetene (mits we die tenminste ontdoen van zijn negatieve lading): ‘Wat hebben wij met jou te maken, Jezus van Nazareth?’ Ja, die vraag tot de onze maken ‘wat heb ik met jou, Jezus.’ Deze vraag in laten werken, kan betekenen dat we meer en meer ons leven willen afstemmen op die mens, die geheel en al is afgestemd op God.
Laten we dan nu ook de blik op Jezus richten: horen wat hij zegt, zien wat hij doet. We zien dan dat dat Jezus de schreeuwende man niet uit de weg gaat. Integendeel: hij gaat in een rechtstreeks gevecht met deze krachten ten dode. Zo gaat Hij ons voor. Hij legt hen het zwijgen op: die stemmen die spreken van nietswaardigheid, die leven afbreken en ondermijnen. ‘Zwijg en ga uit hem weg!’ Wat ik zie, is een absolute keuze voor die stem die zegt: Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde. Jezus laat geen enkele ruimte voor discussie, doet geen enkele poging iemand te overtuigen. Er is slechts dat enkelvoudige, indrukwekkende: Zwijg!
Ik besef dat wij Jezus niet zijn, dat wij én die ondubbelzinnigheid van het geliefd zijn missen én de zuiverheid van de woede, heilige woede, om werkelijk boze geesten uit te drijven. Het is niet voor niets dat het alom verbijstering opriep, daar in Kafarnaüm en dat mensen op de knieën vallen voor deze nieuwe leer met groot gezag. Mogen ook wij daarvoor op onze knieën vallen.
En toch, als we dan met Jezus van doen willen hebben, kunnen we léren te onderscheiden. En waar we te maken hebben met onreinheid, ondermijnende krachten in onszelf, in de ander, kunnen we leren dit onder ogen te zien, maar er niet in mee te gaan, er niet op in te gaan. We kunnen leren deze ondermijnende krachten tot zwijgen te brengen. We kunnen ook leren om ons, waar we kunnen, te verzetten tegen alles wat leven afbreekt en te kiezen voor leven. Waar dat gebeurt openbaart Jezus zich tussen ons in.
Mag het zo zijn.