Mat. 25, 1 – 13
- Lezing
- Wijsheid 6, 12 – 16
De goede Boodschap en de harde realiteit van ondeelbare olie
Vorige week zijn we hier aangeraakt met doopwater. De boodschap was: ‘het fundament is de liefde’. Zo mochten we de week ingaan: ontvangen leven, in het besef dat je geliefd bent. En vandaag komt dan het beeld van de bruiloft als feest van liefde erbij. Datzelfde fundament: de liefde van ‘God met ons’. De liefde van het verbond dat ons wordt aangeboden. Een wonderlijk beeld is het wel, die bruiloft in de nacht. Ik kan er niet aan ontkomen dat ik onmiddellijk denk aan de bruiloft van onze dochter in India. Want die bruiloften in het Midden Oosten worden nog altijd in de nacht gevierd. Die beginnen op zijn vroegst om een uur of negen. Alle bruiloftsgasten zijn er, en zij wachten daadwerkelijk op de bruidegom. Zo gaat dat. Dus de beelden in het evangelie zijn niet zo vreemd: het zijn beelden van wachten, van voorbereiding en ook van spanning.
Over die voorbereiding horen we in het boek Wijsheid. Het klinkt wel heel mooi: de wijsheid is dichtbij. Dat is ook zo, want hij ligt voor je deur, hoorden we. Maar je moet wel vroeg opstaan. En je moet de wijsheid wel waardig zijn. Dus in het dichtbije van de wijsheid zit een addertje onder het gras: zij is dichtbij als je verlangt naar wijsheid. Als je in je leven het Heilige ook heilig onderhoudt. Als je je laat onderwijzen in wijsheid. Ben ik bereid om mij te laten onderwijzen? Zijn wij bereid om een leergemeenschap te zijn? Want die wijsheid komt niet aanwaaien. Het vraagt om permanente educatie. En die wijsheid is veel meer dan ons verstand beproeven, zij vraagt ook om ons gebed en om een biddende levenshouding. Bidden dat ik ontvankelijk ben. En dat is ieders persoonlijke verantwoordelijkheid.
In de gelijkenis is het nacht. We zouden ook kunnen zeggen: dat is de nacht in de wereld. De nacht van de Paradise papers na de Panama papers. De nacht waarin mensen vooral goed voor zichzelf zorgen. We zouden ook kunnen zeggen: het is de nacht van de Kerk. De kerk die het riskeert om met steeds betere bedrijfsmatige projecten, te overleven in die nacht. De kerk waarvan Arjan Plaisier zegt: Is de kerk een bedrijf of raakt zij onze ziel als ‘God met ons’? Zijn die twee kanten in balans? Want hoeveel bedrijfsmatige plannen hebben we nodig in onze kerk om de beweging van de Geest te horen en te blijven volgen? En ons te bekleden met de nieuwe mens.
We kunnen ook zeggen: het is de nacht in ons persoonlijk leven. Ieder van ons kent zulke nachten. De nachten van niet-zien. De nacht van het wachten zonder uitzicht, zonder weten. Wat doet die nacht met ons? Overheerst daarin de angst of wordt daarin toch ook het verlangen gewekt? Het verlangen naar wijsheid. Het verlangen naar het licht van morgen. ‘Ontwaakt licht’ las ik ergens. Niet wakker leven, maar ontwaakt zijn in de nacht. En dat vraagt wel om voeding. Voeding van het Woord. Voeding van geloof en
vertrouwen. Het vraagt veel kracht om in die nacht te durven leven en niet je ogen te sluiten en de deken over je heen te trekken.
In die nacht spreekt Jezus over de laatste dingen. Hij spreekt met het oog op de doorbraak van het Koninkrijk van God. Hij is al een tijdje in gesprek met zijn leerlingen op de Olijfberg. En meerdere keren horen we dat het belangrijk is om waakzaam te zijn. Want je kent dag noch uur waarop die doorbraak mogelijk wordt. Waakzaam zijn en onze hoop brandende te houden. Staande blijven in de nacht na Jezus dood, zoals het was in de realiteit van Matteüs en zoals nu onze realiteit is. Dat vraagt van mij dat ik geloof in het mysterie van liefde: een liefde sterker dan die nacht, dan die dood, dan Goede Vrijdag. Liefde sterker dan de twijfel die me overvalt. De ziekte waarmee je geconfronteerd wordt, de scheiding, het verlies. Dit geloof vraagt van mij dat ik blijf verlangen naar dat licht. En dat ik blijf uitzien naar die mensenzoon. De komst van de bruidegom. Dat vraagt wel dat ik blijf verlangen naar een eerlijkheid in woord en daad. Dat ik zelf blijf oefenen om te doen wat ik zeg. Om te leven wat ik geloof.
Maar ja, onderweg zijn we met z’n tienen: de volheid van Israël. We horen dat het volk uiteen valt in twee keer vijf: vijf verwijst naar Tora. Er zijn er vijf die blijven luisteren onderweg, niet naar de letter van de wet, maar naar de geest van de wet. Zij proberen de liefde voor de wet te onderhouden. En er zijn er vijf die dat op een of andere manier vergeten of verwaarlozen. Alle tien vallen in slaap, dat is dus niet zo erg. Je mag best eens even indommelen. Wees niet te streng, te veeleisend: God geeft het jou, beminde, in je slaap. Maar Jezus vraagt wel dat je voorbereid bent - en dat zijn er dus vijf. Zij hebben voldoende bij zich om de hoop brandend te houden, om te kunnen zien in het duister.
Die ondeelbare olie is een harde en realistische werkelijkheid. In onze voorbereiding werden we nog even verleid om te denken dat delen zou helpen om samen iets van licht te hebben. Maar dat delen is onmogelijk want het gaat niet over zomaar wat lampolie. Het gaat over je innerlijk werk, je geloof. Het gaat over je eigen olie op peil houden. Juist daardoor zul je gekend zijn. In je innerlijk werk word je gekend. De bedoeling is zeker dat alle tien meisjes, het hele volk en dus ook wij allen zoals we hier zijn, welkom zijn op dat feest, in Gods Rijk. Dat is de bedoeling, maar in de realiteit blijkt het anders te gaan. Voor mij klinkt daarin enerzijds die harde realiteit, dat harde oordeel dat we over ons zelf uitroepen. En anderzijds klinkt er een goede boodschap: dat ik mijn innerlijk werk mag onderhouden. Dat ik geliefd ben in dat authentieke fundament. Daarom zal ik mezelf scholen, samen met jullie en ieder die hier binnenkomt, om een leergemeenschap te zijn voor ons zelf en voor velen. Mogen we daardoor groeien in het besef dat de liefde, enkel en alleen de liefde, het fundament is.