Mat. 23, 1 – 12

Koos van Etten
Lezing
Mal. 1, 14b – 2,2b + 7 - 10

De moed om naar kritiek te durven luisteren

De lezingen die we zojuist hoorden, zitten vol kritiek over de geestelijke leiders van die tijd. Hoe kunnen we daarnaar luisteren? Ook in onze dagelijkse omgang met elkaar of in de samenleving horen we soms kritische opmerkingen en hoe gaan wij daarmee om? Soms is het opbouwende kritiek, waardoor de ander zich aangesproken voelt, de opmerking ter harte neemt en zijn of haar gedrag verandert. Dat is mooi meegenomen. Maar soms is het scherpe kritiek die de ander pijn doet, waardoor hij of zich gaat verweren en de band die er tot dan toe was, loslaat.

In de eerste lezing is de profeet Maleachi aan het woord en hij uit zijn kritiek tegen de geestelijke leiders, de priesters van zijn tijd. Hij begint zijn profetie wel met te zeggen: Ik heb je lief, zegt de Heer. De liefde is de basis, het fundament, waarop zijn verwijt gegrond is. De profeet treedt op in de tijd na de ballingschap, en de tempel in Jeruzalem is dan weer opnieuw opgebouwd, als de plaats van Gods aanwezigheid. Prachtig zou je zeggen. Maar de dienstdoende priesters maken er een potje van: zij offeren minderwaardige dieren aan God, zieke en kreupele dieren, en dat vindt de profeet niet respectvol. Daar treedt hij tegen op, namens God!

Maar hoe klinkt zijn woord in onze tijd? Hij heeft het tegen de priesters. Ja, zegt hij, zij zijn een bode van de Heer; dat is hun opdracht. Maar, laat hij God zeggen: als u, priesters, niet luistert en u zich niet bekommert om de glorie van de Naam van de Heer, dan laat Ik een vloek over u komen. Die woorden snijden in mijn ziel, want in de laatste jaren hebben we gehoord over het seksueel misbruik van priesters t.o.v. kinderen. Daardoor is er een vloek over deze geestelijke leiders gekomen en werden ze door de mensen veracht. Dat is heel pijnlijk.

De liefde is het fundament; dat geldt ook voor wat Jezus zegt in het evangelie over Schriftgeleerden en Farizeeën. Tegen de menigte en zijn leerlingen zegt hij: Doe en onderhoud wat zij u zeggen. De Thora, waaraan de Schriftgeleerden en de Farizeeën zich houden en die ze voor de mensen uitleggen, is voor Jezus ook heilig. Zoals hij elders zegt: Ik ben niet gekomen om de Thora af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen. Maar dan gaat Jezus verder in dit stukje evangelie: Handel niet naar hun daden, want zelf doen ze niet wat ze zeggen. Met de vele geboden en voorschriften uit de Thora leggen ze de mensen een zware last op de schouders en zelf steken ze geen vinger naar hen uit om ze verlichten. Bovendien verlangen ze naar een ereplaats in de synagoge en willen ze graag eerbiedig gegroet worden op de markt. Wat Jezus hier zegt, is bedoeld als een opbouwende kritiek, in de hoop dat ze hun gedrag gaan veranderen. Maar wanneer

Matteüs deze woorden opschrijft, lijkt de breuk met de Schriftgeleerden en Farizeeën haast niet meer te vermijden. Heel pijnlijk allemaal.

Hoe luisteren wij naar deze woorden? Jezus gaat nog verder en zegt tegen zijn leerlingen en tegen ons: Laat u geen rabbi noemen, want één is uw Meester en jullie zijn allemaal broeders en zusters. Ik hoor hierin een omkeer in de verhoudingen. Het gaat niet om macht, om status of positie, waardoor je geneigd bent boven de ander te gaan staan. Nee, jullie zijn gelijken, broeders en zusters, verbonden met de ene Heer. Ben je bereid om eventueel onder kritiek te staan en je gedrag te veranderen, als dat gevraagd wordt? Ook al ben je in gezag gesteld en heb je de taak anderen geestelijk te leiden, dan nog sta je zelf onder het Woord. Jezus voegt eraan toe: De grootste van u zal uw dienaar zijn. Als je als knecht werkt bij een baas, is het niet zo moeilijk om hem te dienen. Maar ben je als gezagsdrager bereid dienaar te zijn van iemand die normaal gesproken lager staat dan jij? Blijf je elkaar zien als broeder en zuster, verbonden met elkaar in God, de éne Vader, op grond van de doop?

De liefde is het fundament; dat is de kern. Mogen we zo luisteren naar deze kritische woorden uit de Schrift, en mogen we ook elkaar op die grond aanspreken in de dagelijkse dag. Want waar er twee of drie in zijn Naam bijeen zijn, daar is Hij tussen ons in.