Mat. 13, 24 – 43
- Lezing
- Wijsh. 12,13+16-19
Het kwaad niet uitroeien, maar durven leven met goed én kwaad
Tijdens mijn vakantie in Frankrijk ben ik in Beaune geweest, in het Hotel Dieu. Dat is een ziekenhuis voor armen vanaf de 15e eeuw, dat gerund werd door zusters tot aan 1970 toe. In dat ziekenhuis hangt een schilderij van Rogier van der Weyden dat het Laatste Oordeel voorstelt. Het is een drieluik: als het openstaat zie je in het midden de Christusfiguur als Rechter. Daaronder de aartsengel Michael, die op een weegschaal de mensen weegt, nadat ze gestorven zijn. Als ze onrecht bedreven hebben, gaan ze naar links, naar de vlammenzee. Maar als ze goed bevonden worden, gaan ze naar rechts, waar ze opgevangen worden door engelen die hen in het paradijs brengen. Dat schilderij hing er al vanaf het begin en was bedoeld om de zieken die op sterven lagen, erop te wijzen: het is nog niet te laat; je kunt nog kiezen voor het goede.
Aan dat schilderij moet ik denken naar aanleiding van de evangelielezing. We hoorden Jezus daarin de gelijkenis vertellen van het goede zaad en het onkruid. In zijn uitleg aan de leerlingen spreekt hij ook over het laatste oordeel. De Mensenzoon zal zijn engelen uitsturen om de kwaden te straffen, maar de goeden op te nemen in het koninkrijk van God. Hij wijst dus op de voltooiing, maar we zijn nog niet zover, we zitten nog in de tussentijd. Daarover gaat in aanvang de parabel van het goede zaad en het onkruid. Het is pijnlijk te moeten constateren, dat de verkondiging van Jezus niet alleen enthousiasme oproept, maar ook tegenkrachten. Er zijn een aantal mensen die leerlingen van Jezus geworden zijn. Maar de leiders van het volk – Schriftgeleerden en Farizeeën – zijn tegen hem en willen hem uit weg te ruimen. Er is dus goed én kwaad. De dienaren komen dan bij Jezus en vragen: waar komt dat kwaad vandaan? En als Jezus zegt: van de vijand, dan zeggen ze: zullen we dat kwaad uitroeien? Nee, zegt hij, dat kan niet; goed en kwaad zijn zo met elkaar verweven, dat je het kwaad niet kunt weg halen zonder schade toe te brengen aan het goede.
Ik probeer dit te verstaan in onze tijd. Ook wij komen in ons eigen leven goed en kwaad tegen en worstelen ermee, we lijden eraan. Soms ben je geneigd om de strijd aan te gaan tegen het kwaad: tegen je beperking, je verslaving, je tekort hoe dan ook. Je wilt het uitroeien, maar dat helpt niet. Je moet leren accepteren dat beide er zijn. Heb geduld, leer er mee te leven en misschien gaandeweg, zo althans is mijn ervaring, wordt de kracht van het goede sterker. Het gaat niet om de perfectie van onszelf, maar door samen te leven worden we uitgedaagd om steeds weer ons te keren naar het goede.
Een ander voorbeeld: in gevangenissen is er soms een streng regiem om de gedetineerden te straffen en zo tot nadenken te brengen. Maar zo’n manier roept eerder haat op bij de gevangenen dan omkeer. Het schijnt veel beter te zijn een manier te vinden, waarbij
ook de zachte krachten gebruikt worden: aandacht, mildheid en mededogen. Dan kunnen in zo’n mens ook de goede krachten weer gewekt worden. Dat horen we ook van God in de eerste lezing: Hij is wel machtig, maar Hij oordeelt met zachtheid en regeert met grote mildheid over ons.
Je kunt het ook vertalen naar onze maatschappij. Velen zien in het gebied dat beheerst wordt door de IS het kwaad, dat met alle mogelijke middelen uitgeroeid moet worden. Ik zie dat ook zo. Maar is het daarmee weg? We horen dat de IS-strijders die nog in leven zijn, zich verspreiden en een gevaar kunnen opleveren op andere plaatsen in onze wereld, soms heel dichtbij. Door ze te verslaan in Syrië en Irak zijn ze nog lang niet overwonnen.
Hoe dan ook, het blijft een hachelijke zaak om het kwaad met geweld te willen uitroeien. De realiteit is, dat goed en kwaad verstrengeld zijn. Wat is nu de boodschap van Jezus? Niet alsmaar de strijd aanbinden tegen het kwaad, maar geduld hebben en je aandacht geven aan het goede. Het mysterie van Gods koninkrijk zal op den duur werkelijkheid worden, ook in ons eigen leven, als we daaraan meewerken. Dat is de hoop die ik aanvoel vanuit deze lezing. Op de eindtijd, zal openbaar worden, wie behoort tot de kwaden en wie tot de goeden. De rechtvaardigen zullen dan stralen als de zon in het rijk van God. Blijf dus leven vanuit die hoop.