Mat. 13, 1 – 23
- Lezing
- Jesaja 55, 10-11
Hij zaait Zijn naam in onze diepste dromen
Die dag verliet Jezus het huis. Dat staat er niet voor niets aan het begin van dit 13de hoofdstuk. Jezus had ervaren dat zijn woorden werden misverstaan. De Farizeeën en Schriftgeleerden verweten hem zelfs dat zijn boodschap het werk van de Satan was. En zijn moeder en broers wensten hem te spreken. Jezus kreeg te maken met verharde harten, dove oren, ogen die niet zien.
En die dag verliet Jezus het huis. Het huis dat geen thuis meer was, omdat hij er niet gezien, gehoord, begrepen, werd. Hij geeft gehoor aan dat woord wat God ooit tegen Abraham sprak: Trek weg! En die dag, dat Jezus zijn huis verliet, begon hij in parabels te spreken, dus op indirecte wijze: beeldtaal, taal voor goede verstaanders. Je zou kunnen zeggen dat Jezus een andere toegangspoort zocht, een andere toegang tot ons hart. Ons hart waarvan hij weet, dat het door alles wat het meemaakt, kan verharden, zich kan sluiten om te overleven. Ons hart kan veel hebben, maar er moet ook niet al té veel kwaad aan gebeuren, want dan worden er muren omheen gebouwd. Niet voor niets zingen wij met Pinksteren: Breek door de muren heen!
Jezus heeft ervaren dat veel mensen zijn woord niet aan kunnen. Hij heeft ervaren dat de liefde niet gewekt kan worden voordat zij wil, dat zijn woord niet kan worden opgenomen als het hart niet toegankelijk is, ommuurd. En toch: het woord, dat hij draagt, Gods woord, vraagt om gezaaid te worden. Zie: Hij staat daar. Hij kan niet anders. Hij is het woord zelf. Denk maar wat in de proloog van het Johannesevangelie over hem wordt gezegd: ’Het woord is mens geworden en het heeft onder ons gewoond, vol van goedheid en waarheid’. Jezus zelf is dus het woord en hij zaait dit woord dat God in hem heeft gelegd: woord van liefde en waarheid, gerechtigheid en vrede.
Hij zaait dit woord, maar nu behoedzamer nu in beelden en gelijkenissen, in plaats van op directe wijze omdat dat ons soms dichtslaat in plaats van opent, omdat er te weinig toegang tot de liefdesgrond is. Wek de liefde niet voor zij wil.
Jezus verlaat het huis: Een zaaier ging uit om te zaaien. Zie hem gaan. Als hij aan de oever van het meer gaat zitten komt er een grote mensenmassa naar hem luisteren. En Jezus doet wat hij tezelfdertijd vertelt: Hij zaait zijn woord. Hij zaait zijn woord, ongeacht of het al dan niet in goede aarde valt. Hij laat zich niet weerhouden. Hij zaait overvloedig. En tegelijkertijd is daar dat pijnlijk weten, dat er veel zaad verloren zal gaan. Ook dat vertelt hij: op de weg als voer voor vogels, op de rots, tussen distels. Hij houdt zijn luisteraars/ons de werkelijkheid voor: ja, er gaat veel verloren. Horen we dat terug in onszelf
als een stem die zucht: Wat komt er toch terecht van dat Koninkrijk van menslievendheid, van de aarde behoeden, van elkaar behoeden en bewaren?
Wellicht horen we ook nog een andere stem in onszelf als wij luisteren naar de uitleg die Jezus geeft aan de leerlingen over de gelijkenis van de zaaier. Het is de stem die zegt: Ben ik, zijn wij wel goede grond? Het is zo, dat het woord van hem bij mij soms het ene oor in en het andere uit gaat. Het is zo dat mijn enthousiasme soms een strovuur is en mijn bewogenheid soms verstikt wordt door van alles wat mij bezet. Het is heel belangrijk de realiteit van ons soms zo onbereikbaar hart voor die boodschap van het koninkrijk te erkennen. Jezus spreekt over die realiteit, die ook de mijne/onze is: Veel van het gezaaide komt niet op, wortelt niet diep of wordt verstikt. Hoe belangrijk is het die realiteit van ons weinig ontvankelijke hart op ons te nemen, er ja op te zeggen, want door dit ja, kan Gods liefde om niet ons bereiken. Hij neemt ons aan zoals wij zijn.
Ja, en dan kan gehoord worden, dan is de weg vrij om het goede nieuws te horen over het zaad dat in goede grond valt en dat honderd-,zestig- en dertigvoud vrucht draagt. Dan is de weg vrij om te luisteren en te zien wie Jezus eigenlijk is. Om hem gaat het. In hem gebeurt dat koninkrijk van Gods menslievendheid. Hij gaat uit om te zaaien, hij zaait zijn woord of het zaad nu in goede grond valt of niet. Hij zaait zijn woord in ons eigen leven. Hij zaait, terwijl er geen garantie is dat het zaad opkomt, want wat er in de grond gebeurt, is een geheim. Hij gaat daar niet over. Hij zaait en geeft uit handen. Hij zaait zichzelf. Hij zaait zijn naam in onze diepste dromen. Hij zaait en geeft zichzelf uit handen in het vertrouwen op God, dat zijn eigen leven vrucht zal dragen. Hij vertrouwt op dat woord van God bij monde van de profeet Jesaja: ‘Het woord dat voortkomt uit mijn mond: Het keert niet vruchteloos naar mij terug, niet zonder eerst te doen wat ik wil en te volbrengen wat ik gebied.’ Zo ligt Jezus nu zelf gezaaid als graan in de aarde.
Gelukkig zijn we als we ogen hebben om hem te zien, oren om hem te horen. Gelukkig zijn wij, met dat ene woord van de zaaier dat ons hart wel heeft bereikt. Dat woord wat we hebben kunnen opnemen om het te doen. Ieder draagt een woord in zich, daar ben ik van overtuigd. Voor ieder zal dat anders zijn en dus uniek. Gelukkig zijn wij als we met die beweging van het zaaien zelf vertrouwd raken. Geven wat je ontvangen hebt, ongeacht of het gezien, gehoord, opgenomen wordt. Zaaien wat je bent, wie je bent, zoals je bedoeld bent.
Zo worden we uitgenodigd kleine zaaiers te zijn van dat ene woord wat ons hart heeft bereikt, waardoor we zijn geraakt, wat we misschien gaandeweg geworden zijn en nog mogen worden.