Joh. 10, 1 – 10
- Lezing
- Hand 2, 14a + 36 - 41
Je geliefd weten en de stem volgen
In de paaswake, op die vroege morgen van Pasen, was er in het ritueel een moment, dat we naar voren konden komen, ieder van ons, om ons opnieuw te laten tekenen door het water van de doop. Als je naar voren ging, liet je je tekenen door je partner of door de voorganger, en je hoorde het woord: Weet dat je geliefd bent. Dat moment raakt mij ieder jaar weer. Het is alsof je door de diepte van het water gaat en je je opnieuw toevertrouwt aan de liefde van God, die gestalte heeft gekregen in Jezus en die zich laat zien in en door mensen heen.
Dit ritueel van de doop wordt opgeroepen naar aanleiding van de eerste lezing uit de Handelingen. Daar spreekt Petrus namens de apostelen tot het joodse volk. Hij houdt een hele toespraak en eindigt met te zeggen: Die Jezus die jullie gekruisigd hebben, is door God aangesteld tot Heer en Messias. Jullie – maar ook wij – hebben het verkeerd gezien. We dachten dat Jezus een schandelijke dood had ondergaan, maar hij is niet gestorven; hij is de Levende. Door deze toespraak van Petrus wordt een groot aantal toehoorders diep van binnen geraakt en vragen aan hem: Wat moeten wij doen? Zijn antwoord is: Keer je om en laat je dopen in de naam van Jezus. Dat doen er dan zo’n drieduizend mensen. De doop wordt zo een teken van geraakt zijn, heel persoonlijk, maar ook een teken van je toevertrouwen aan elkaar, een teken van eenheid, verbondenheid.
In onze gemeenschap is de doop vanaf het begin ook een teken van eenheid geweest, dat herinnert aan het moment waarop je geraakt werd door de liefde van God en je je bijvoorbeeld aansloot bij deze gemeenschap. Dus niet je functie in de maatschappij gold als belangrijk: of je arbeider was of directeur; en ook niet je functie in de kerk: of je voorganger was of gewoon maar leek; nee, op de eerste plaats zijn we allen geworden tot broeders en zusters. Dat geldt in de laatste tijd opnieuw, nu we in het proces van oecumene zijn gekomen. Het is wel zo, dat we uit verschillende kerken afkomstig zijn – R.K./ O.K./ protestant of nog uit een andere richting – maar we zijn verbonden met elkaar in de doop: die relatie met Christus. Samen vormen we zijn lichaam, zoals we dat mogen vieren hier op zondag in deze dienst.
Wat is dan het unieke element? Kijken we hiervoor naar het Evangelie. Daarin vertelt Jezus twee gelijkenissen. De een gaat over een herder met zijn schapen; de ander over de deur van de schaapskooi. De herder van de schapen is niet als een dief die naar binnen klimt, maar degene die door de deur naar binnen komt. Voor hem doet de deurwachter open. De herder roept zijn schapen bij name en leidt ze naar buiten. De schapen horen naar zijn stem. Voor mij is Jezus hier het beeld van de Verrezene, na Pasen. Hij heeft het lijden en de dood ondergaan, maar is tot leven gewekt. Hij roept ons op om het verdriet
en het dodende achter ons te laten en achter Hem aan te gaan, de weg ten leven. Daarbij is het de stem die de relatie bepaalt.
In de R.K.-kerk is het vandaag roepingenzondag: een dag waarop vooral jonge christenen geroepen worden tot het religieuze leven of om priester te worden. Een mooie traditie, die zeker in onze tijd nog steeds van pas komt. Maar ik zie het breder: ieder van ons wordt geroepen. Het is van belang om te luisteren en de stem te horen die roept. Een paar jaar geleden, toen Jan Rooijakkers overleed, - een kruisbroeder en vriend van mij - werd ik van binnen geraakt door hem op de weg naar het overlijden heel nabij te zijn. Gaandeweg heb ik daarin de roep verstaan om ook anderen nabij te zijn in hun ziekte of op weg naar het einde van dit leven. Ik zie dat als mijn opdracht, in de tijd dat ik zelf nog gezond ben. En wat hoor jij? Wat is jouw roeping? Er klinkt in deze tijd in ieder geval een roep om een plaats in te nemen in de organisatie van de gemeenschap: in het bestuur of in een commissie. Wie gaat er op in? De herder Jezus roept. Laten we openstaan voor zijn stem. Misschien is dat nodig in deze tijd tussen Pasen en Pinksteren, opdat we straks de Geest mogen ontvangen en we gezonden kunnen worden.