Mt. 3, 13 – 17
- Lezing
- Jesaja 42, 1 - 7
Ondergedompeld, omwille van gerechtigheid
Vlak voor de jaarwisseling organiseerde de gemeenschap van Taizé de 48e Europese ontmoeting in Parijs. Zij brachten 15000 jongeren bijeen. Ik sprak twee van hen naderhand, beide jonge vrouwen. De een ging meteen mee in de vaart van deze grote groep. Zij staat gemakkelijk in de schijnwerpers, maakt gemakkelijk contacten. En toch worstelt zij met de vraag of dat wel klopt, of het echt zo gemakkelijk is voor haarzelf en hoe het zit met geliefd zijn, de moeite waard zijn? De ander staat wat eerder in de schaduw, zij beweegt zich niet zo gemakkelijk in groepen en zeker niet als dat dagen achter elkaar is. Ook zij worstelt met vragen over de grond van haar bestaan: hoe ben ik geroepen, ben ik echt geliefd en goed zoals ik ben? Het raakte mij dat beide, zo verschillende personen, met deze fundamentele vraag bezig zijn. Het is een vraag die voor ieder van ons cruciaal is en blijft: als je wordt ondergedompeld in het leven daarin je weg te vinden en te vertrouwen dat je geliefd bent. Het is een hele opdracht om te leven met en zelfs te getuigen van de hoop die in je leeft in een wereld vol wanhoop. Hoe oud we ook zijn. Die opdracht zet ons op het kruispunt van de mensengeschiedenis en de heilsgeschiedenis.
Dit kruispunt is het feest van vandaag, de Doop van de Heer. Een feest van openbaring, zoals we ook vierden op Kerstmis en Epifanie. Gods liefde is geboren in een weerloos kind en die liefde wordt vandaag openbaar voor ieder die de stem wil horen: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.’ De stem die nu zegt: ‘Jij bent mijn geliefde kind, jij, in jou vind ik vreugde!’
De herders is het als eerste overkomen, mensen aan de rand van de samenleving. En daarna aan de wijzen, vertegenwoordigers van de volkeren. Er is een beweging op gang gekomen die Gods licht en liefde midden in deze verhardde wereldse machten aanwezig brengt en die beweging moet verder.
Vandaag breekt die liefde door, maar niet zonder meer horen we. En dat zal zo blijven, nu en in de toekomst: de beweging vanuit God ondervindt voortdurend tegenwerking. Het is een kwetsbare zaak, maar in dat besef kan ook de kracht gewekt worden om door te zetten.
Zoiets zien we bij Johannes gebeuren. Deze vurige profeet die fel optreedt tegen de dwingende en onrechtvaardige machten in zijn tijd roept mensen op tot een doopsel van bekering. Het moet anders. In eenzelfde vurigheid houdt hij Jezus tegen. Wat bezielde Johannes? Hij ziet Jezus in zijn bestemming en kan niet toelaten dat deze Gezalfde afdaalt. Dat zou hem gelijkstellen met allen die het doopsel van bekering ondergaan en dat heeft
deze man uit Nazaret niet nodig volgens Johannes. Maar Jezus is anders dan Johannes denkt. Hij kiest voor solidariteit met alle mensen en juist met de kwetsbaren. Hij is geheel en al mens geworden en wil zich onderdompelen in het gehele menselijke bestaan. Zo zal hij de strijd om de adem van God te ontvangen volledig ondergaan, door de doop tot en met de dood. Want je laten dopen is je laten onderdompelen. Een beweging van enerzijds afdalen in het water, beeld van chaos, benauwenis en dood, een adembenemende ervaring die veel vertrouwen vraagt. En van anderzijds opstaan en opnieuw geboren worden – deel uitmaken van de gemeenschap van God met mensen, van liefde en gerechtigheid.
Jezus kan Johannes overtuigen: laat het onmiddellijk toe, laat jouw beelden los over mij. Want wij moeten samen de gerechtigheid vervullen. We zijn beide geroepen, ieder op eigen wijze – als dienaar van Gods zaak. Johannes mag de beweging die van Godswege is ingezet niet tegenhouden.
Wij kennen dit waarschijnlijk ook wel: er komt een vraag op je toe en je voelt weerstand, je wilt niet en denkt het niet te kunnen. Alles is ‘nee’ in je. En dan kinkt er een stem diep in jezelf of er tikt je iemand op je schouders die duidelijk maakt dat je het toch moet doen. Als we daar dan alsnog in meegaan, is dat een stap op onze weg van de menswording, om te worden wie we bedoeld zijn. De onderdompeling zet onze menswording op het scherp vanwege de keuze: blijven we deel uitmaken van de mensengeschiedenis en laten we het daarbij, of maken we door de benauwenis heen verbinding met de geschiedenis van God? De heilsgeschiedenis, waarin wij bijdragen aan heelheid. Een hele grote vraag, maar als ik terugdenk aan de gesprekken met die twee jonge vrouwen, wordt de vraag behapbaar. Laat je toe dat je geliefd bent, dan zal je dat af en toe benauwen maar je maakt dan zeker deel uit van de heilsgeschiedenis. Het besef geliefd te zijn, is het fundament waarop je staat en op dat fundament kun je bijdragen aan heil, heelheid.
Jesaja schrijft over de dienaar en heel wat jaren later is Jezus herkend in die profetie. Wat kenmerkt de dienaar des Heren volgens Jesaja? De dienaar schreeuwt niet en is bescheiden. Dat is een weldaad voor onze tijd: er wordt zoveel geschreeuwd en geroepen zonder nadenken, zonder het besef dat het leidt tot geweld. En natuurlijk is het soms belangrijk om je stem te verheffen, maar dan wel met het oog op het goede en in het besef dat wat jij zegt met stemverheffing, een bijdrage is aan een goede toekomst. Naast de bescheidenheid is het ook zo dat de dienaar het geknakte riet breekt, hij is begaan met de kwetsbaren. Hij is bestemd als licht voor de volken: in hem wordt de Godsnaam ‘ik zal er zijn’ gedaan.
Dit openbaringsfeest herinnert ook aan onze eigen doop. Geliefde ben je, goed zoals je bent. Dat veroorzaakt een levenslang commitment aan de liefde, want ben je eenmaal ondergedompeld in het adembenemende water van de doop, in de chaos van het leven, dan heb je diep van binnen weet van de liefde. En dat geeft je vleugels om de weg in het leven te gaan. Het geeft je vuur van heilige Geest om mee te werken aan heelheid en gerechtigheid. Het is een voortgaande beweging waar wij deel van uitmaken en wij staan
daarin op stevige grond. Ieder is daarin op eigen wijze geroepen en bestemd. Wij moetne immers samen met velen de gerechtigheid geheel en al volbrengen!