Joh. 21, 1 – 14
Wagen we de sprong?
Wanneer ga je weer aan de slag na een ingrijpende gebeurtenis? Hoe overwin je de dood en pak je de draad weer op? Daar is geen harde regel voor. Dat is verschillend. In dit verhaal is het Petrus, die zoals vaker het initiatief neemt. Jezus is ter dood gebracht. Ze moeten zonder Hem verder. Er moet ook brood op de plank. Hij gaat vissen, dat was zijn beroep. De anderen sluiten zich aan. Ze gaan het meer van Galilea op. Daar waar Jezus hen geroepen had, waar ze veel tijd met Hem hadden doorgebracht en samen veel hadden beleefd. Een machtige tijd. Misschien veel te mooi om waar te worden. Ze vallen terug op hun oude leven.
Maar het oude leven lijkt hen niet terug te willen. Ze vangen niets, de hele nacht niet. Na alles wat zij hebben meegemaakt als leerlingen van Hem passen zij niet meer in hun oude leven. Het werkt niet meer. Er is téveel gebeurd. Ze zijn niet meer dezelfden. Een ingrijpende gebeurtenis verandert iemand. Maar het kan ook zijn, dat het leven door de jaren heen iets anders van je vraagt en de gewone routine niet meer werkt. Dat is moeilijk, want er is ook niet meteen iets anders. Dat moet groeien. Er is sprake van een impasse, een tussenfase. Er moet iets nieuws gebeuren, maar het is nog niet duidelijk wát dan. Het is de tijd tussen Pasen en Pinksteren. Er is iets gezien, maar het is nog niet ingedaald. Nog niet eigen geworden.
In zo’n onbestemde tijd is het al heel wat, om weer op te staan en in actie te komen. Daarmee schep je mogelijkheden dat er iets nieuws kán gebeuren. Zo waren de leerlingen gaan vissen. Zo begonnen wij de Doortocht. Zo begonnen de pioniers hun project Space for Grace. En recent: zo organiseerden we afgelopen week een heimiddag. De leerlingen kwamen weliswaar in actie, maar vingen niets. Hun inspanningen bleven zonder resultaat. Toen werd er van buitenaf een goede raad naar hen geroepen waar ze gehoor aan gaven. Wat maakte dat deze ervaren vissers luisterden naar dat onorthodoxe advies om het bij daglicht nogmaals te proberen? Als je leven zonder resultaat blijft, dan ga je op zoek naar richting. Ze hadden zelf niets meer. Ze hadden dus ook niets meer te verliezen. En Jezus gééft hen richting: gooi het net uit aan de rechterkant. De rechterkant is de goede kant, de kant van God. De leerlingen volgden Hem. Ze gooiden hun netten over de andere boeg. En het werkte! Het resultaat was enorm! Die overweldigende hoeveelheid vis staat in groot contrast met het ‘niets vangen’ van die hele nacht. Daarin schuilt de boodschap: alleen op eigen kracht kom je er niet. Je hebt Gods kant erbij nodig. Dan is de opbrengst verbluffend. Wát een belofte! Maar daarvoor moet het leven dus wel eerst over een andere boeg…… En dat gebeurt niet zomaar. Dan moet er eerst nood ontstaan. Moeten inspanningen vruchteloos worden, het leven dor en leeg worden. Dán ontstaat openheid voor een andere manier van doen. De leerlingen zijn met zevenen; een getal dat staat voor de hele wereld. En dat het net niet scheurt duidt op hun eenheid. Sámen gooiden zij het net over die andere boeg. Anders lukt het niet.
Die onbekende aan de oever vroeg hen om vis. Maar eenmaal aan land gekomen, had Hij voor hen al brood en vis klaarstaan. Toch vraagt Hij er hen ook nog om. Ieders bijdrage is nodig om de hemel op aarde te brengen. Als iedereen zich ervoor inspant, dan wordt het paradijselijk, dan ontstaat er leven in overvloed. In dat gebeuren van overvloed, van uitgenodigd worden om samen te eten van wat Hij bereid had, begrepen ze dat Hij het was. Hier vond Jezus’ handelen plaats. Het is om je adem bij in te houden. Ze ‘zien’! Het ‘zien soms even’ wat iemand ten deel kan vallen. Ze zagen en begrepen. Ze durfden niet te vragen wie Hij was. Je durft een heilig moment, een moment van heilig inzicht niet te verstoren met gevraag. Ze begrepen het immers al.
De opbrengst was groot. Maar daarin gebeurde iets groters: ze hadden Hem herkend in hun leven. Het rustte hen toe om vissers van mensen te worden.
Het verhaal eindigde vandaag met ‘het was al de derde keer dat Hij aan de leerlingen verscheen, nadat Hij uit de dood was opgestaan.’ De derde keer. Drie, het getal van de volheid. In het Evangelie van Johannes is dit dan ook de laatste keer dat Hij verscheen. Het was voor de leerlingen voldoende. Zij hadden begrepen. Ze hadden de sprong van Pasen gemaakt en waren bij Hem uitgekomen. Wij worden uitgenodigd om ook te springen.