Mt. 13, 24 – 30
- Lezing
- Jesaja 40: 12 -25;
Evangelie Matteus 13 : 24-30
Datum: 19 juli 2026 Overweging door Tineke C.M.Renkema-Boersma
Overal zien we, als we ons op pad begeven, dat de velden rijp zijn voor de oogst. De vrucht van wat eerder in het jaar werd gezaaid. Elk jaar opnieuw dit wonderlijk gebeuren van dat zaad gezaaid in de aarde, dat opkomt en groeit, totdat het kan worden geoogst en ons tot voedsel dienen kan.
De woorden van de profeet Jesaja sluiten aan bij dit jaarlijks terugkerend wonder, doordat zij iets lijken uit te drukken van de almacht van God. Wie God is, is met helemaal niets te vergelijken. Nog altijd weten wij niets van God Maar we zien het wonder van de immense groeikracht in de schepping gelegd. Goede grond voor de lezing uit het evangelie van vandaag volgens Matteus.
Jezus zit in een boot aan de oever van het meer. Hij vertelt en vertelt en vertelt. Hij zaait zijn woord en Hij doet dat op bijzondere wijze d.m.v. gelijkenissen. Zo zoekt hij ons hart.
HIJ vergelijkt het koninkrijk, dat rijk van Gods menslievendheid, met een mens, die uitgaat om te zaaien. Die mens, vertegenwoordiger van Gods liefde, zaait volop zaad dat goed is. Het zaad wordt door hem toevertrouwd aan de aarde. Ja, toevertrouwen. Hij kan niet anders dan toevertrouwen. De zaaier moet het loslaten, moet het uit handen geven. Een heilig moeten. Hoe belangrijk ook voor ons dat loslaten en toevertrouwen van dat wat groeikracht in zich draagt. Want alleen daar - in het verborgene - kan het zaad ontkiemen, om dan op te komen, te groeien en vrucht te dragen, zó dat de mens brood heeft om te leven!
Loslaten en toevertrouwen terwijl we weten dat er een vijand is. En die vijand zaait eveneens. Maar wat Hij zaait is onkruid. En we weten dat de eigenschap van onkruid is, dat het gaandeweg meer en meer ruimte in beslag neemt. En dat niet alleen. Het onttrekt ook veel voedsel aan de grond. Zo zal het uiteindelijk alle andere planten verdringen. Er blijft dan weinig over om te kunnen oogsten Met als gevolg : Weinig tot geen brood zijn om van te leven.
Wat is in deze gelijkenis het goede zaad? Waar staat het voor? Dat is het goede in ons, dat wat vrucht draagt,
Dát leven leven waartoe ieder van ons bestemd is. Waartoe zijn wij dan bestemd? Wij zijn bestemd om te leven de één én de ander, Om zelf te leven en de ander te doen leven en zo het leven te dienen. En wat is in deze gelijkenis dan het onkruid? Dat in ons waar we de levensruimte aan de ander ontnemen. Waar het ik de ruimte in beslag neemt, die toebehoort aan de ander. Waar het ik het jij overheerst. Waar ik het leven leef ten koste van die ander.
Terug naar gelijkenis: Wat te doen? Wat voor de hand ligt is, dat je het onkruid er zo snel mogelijk tussen uit wil halen. Nee, zegt Jezus, want de kans is groot dat je met het uittrekken van het onkruid ook de kwetsbare goede plant er uitrekt. Maar dat niet alleen, want als je te vroeg het onkruid er uithaalt, ontneem je je de mogelijkheid om goed te kunnen onderscheiden tussen wat goed is en kwaad en dat wat zich gaandeweg nog ten goede zou kunnen keren. En nog een ander risico bij het zo snel mogelijk willen verwijderen van het onkruid: Als je zo bezig bent met het kwaad met man en macht te bestrijden, loop je het risico, dat je daar bezet door raakt, zo dat er voor het doen van het goede geen ruimte overblijft. En ja, dan gaat het van kwaad naar erger.
Soms zien we het gebeuren, dat waar je zo intensief bezig bent het kwaad uit de weg te ruimen, dat er geen ruimte overblijft om te leven. Het kwaad neemt je in beslag. Er is dan sprake van het niet kunnen aanvaarden dat wij mensen gemengd bedrijf zijn, goed en kwaad in ons dragen.
Nee, horen we Jezus zeggen!,
Laat je niet geheel en al bezetten door het onkruid,
Laat beiden opgroeien tot de oogst.
Wacht! Wacht tot de oogst, tot de tijd daar is dat het mogelijk is werkelijk te onderscheiden tussen wat ten goede is, wat ten kwade.
Wacht tot de tijd rijp is om werkelijk te kunnen kiezen.
Wacht tot je bereid bent en instaat om afstand te nemen van wat geen leven geeft omwille van Leven met een hoofdletter En als het nog niet zover is:
Ja, wachten
Langzaam maar zeker toegroeien naar een gezond besef van goed en kwaad. En weten dat dat een gezond besef van kwaad een toegangspoort is tot de liefde. Wachten tot het mogelijk is de waarheid over onszelf onder ogen te zien.
Wachten tot de tijd rijp is om de zuiverende werking van Gods liefde te ondergaan.
En, als het nog niet zover is: oefenen en het verlangen laten groeien door elke keer opnieuw samen te zeggen: Was ons schoon, Heer
Wij mogen weten dat wij aanvaard zijn zoals wij zijn om langzaam maar zeker, meer en meer uit te groeien tot de mens zoals God bestemd en bedoeld.
Mag het zo zijn.