Mt. 14, 22 – 33
- Lezing
- Jona 2, 2-11
Bemoediging voor kleingelovigen
Het is zomertijd, tijd van groei en bloei. Pasen en Pinksteren zijn voorbij. In deze periode is er alle ruimte om de inspiratie van die feesten in praktijk te brengen, uit te werken. Speelruimte, oefenruimte. Maar deze periode, die tot Kerstmis duurt, is een lange tijd. En dat brengt vroeg of laat onontkoombaar beproevingen met zich mee: waar is die inspiratie gebleven? Hoe ben ik hier beland? Waarom hebben we hiervoor gekozen?
Beproevingen horen bij keuzes. Jona werd beproefd; hij koos aanvankelijk voor weglopen, weigeren. Maar God liet hem niet met rust, hij kwam er niet onderuit om Gods oproep, zijn roeping, echt onder ogen te zien. Het kostte hem een strijd op leven en dood. Met de dood voor ogen keerde hij zich om en gaf hij zich gewonnen. Het redde zijn leven.
Edith Stein werd beproefd. Allang vóór ze voor de ultieme beproeving stond, haar deportatie naar Westerbork en verder door naar Auschwitz, werd zij beproefd in haar overtuigingen. Als Joods-orthodox meisje opgevoed, laat ze zich op volwassen leeftijd Rooms Katholiek dopen. Geen gebruikelijke stap. En als gerespecteerd wetenschappelijk onderzoeker streed ze met succes tegen de achterstelling van vrouwen in de wetenschap. Dankzij haar protesten verviel de regel dat vrouwen geen hoogleraar aan universiteiten zouden kunnen zijn. Haar moed en standvastigheid redde haar leven niet. Of toch? Niet haar fysieke leven. Maar zij leeft voort! Zij redde ‘leven’, liet veel leven na voor degenen na haar. Wát een heilige!
In Mattheus worden de leerlingen beproefd. Ze bevinden zich in de nacht, ver van het vaste land en in hoge golven door forse tegenwind. Ik weet hoe levensbedreigend dat kan voelen! En dan zien ze Jezus over het water naar hen toekomen. Maar dát bestond niet. Ze weigerden te geloven wat ze zagen, het was buiten hun kaders. Doodsbang schreeuwden ze dat het een geest was. Op Jezus reactie: ‘Wees niet bang, ik ben het’ (de Godsnaam) krijgt Petrus vleugels en durft hij op Jezus’ gezag buiten zijn kaders te treden: hij stapt overboord. Maar op het moment dat hij tegenkracht ervaart, wint de angst het van zijn vertrouwen en begint hij te zinken. Zoals Jona schreeuwt hij dan zijn nood uit en roept om redding. Waarop Jezus direct zijn hand uitsteekt en hem vastgrijpt. En die moeilijke vraag stelt: ‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’
Ja, waarom sluipt er twijfel binnen bij wat we zo zeker wisten? Waarom blíjft die vreugde van de diepe overtuiging niet bestaan? Waarom wankelt de zekerheid, waarmee keuzes worden gemaakt, na verloop van tijd. Waarom herkennen we Jezus soms opeens niet meer, maar lijkt Hij een geest. Het ene moment heb je vaste grond onder je voeten, het volgende moment zak je erdoor heen. Omdat, zoals Jezus zelf al antwoordt, we net als Petrus kleingelovig zijn. Zolang we vertrouwen op de Godsnaam “ik ben”, zullen we overleven. Dat laten Jona, Edith Stein en Jezus ons vandaag zien. Op het moment dat we dat vertrouwen loslaten, worden we een speelbal van de omstandigheden. Dan zal de eerste de beste storm ons in grote nood brengen.
De veranderde organisatiestructuur brengt de nodige deining teweeg, hier in onze gemeenschap. We worden beproefd in ons geloof. Houden we elkaar vast? Houden we er vertrouwen in dat God zal voorzien, ook al zien we het zelf een tijdje niet? Beproefd worden hoort in deze tijd; het is immers zomer, tijd om te spelenderwijs te ontdekken hoe onze weg levengevend verder kan gaan. In dit verband leefde Jezus ons trouwens ook nog iets belangrijks voor. Om standvastig te blijven op zijn zelfgekozen weg, zoekt hij de eenzaamheid. Hij gaat van tijd tot tijd een berg op om in afzondering te zijn. Om bij zijn Vader, zijn innerlijke Bron te zijn. Te bidden. Juist in drukke of woelige tijden is die afzondering, dat inbedden, dat ingebed zijn, extra nodig om vertrouwen te houden.
Beproevingen doorstaan maakt rijper en rijker.
Ontelbare leerlingen van Jezus gingen ons hierin voor.
Laat ons dat bemoedigen als de golven weer eens opspelen.