Mt. 18, 21 - 35

Jan Renkema
Lezing
Ex. 32, 7 - 14

Zoals wij anderen vergeven

 

We horen uit Exodus het zo bekende verhaal van het gouden kalf. Het volk Israël, bevrijd uit de slavernij, had iets verschrikkelijks gedaan. Ze waren vreselijk ongerust omdat Mozes zolang wegbleef, daar hoog op de berg Sinaï. Leefde hij nog wel? Was hij niet verongelukt? Ze smolten hun sieraden om tot een gouden kalf en gingen daarvoor knielen.

 

Maar was dat nu echt zo verschrikkelijk? Want Aäron kondigde ook aan dat er daarna een feest voor de Heer zou zijn. Je kunt het ook zo zien: Het volk wilde een God die tastbaar is. Religie niet als abstractie maar concreet, aanraakbaar. Ze wilden God niet vervángen door een gouden beeld, maar symbolisch nabij maken. Op deze manier dicht bij God zijn. Maar toch, zo zochten ze naar een snelle oplossing voor een existentiële angst. En in die angst zat een reflex. Men viel terug op een beeld dat in de cultuur van die tijd symbool stond voor vruchtbaarheid. Maar wat is daar mis mee, met dat symbool? God had toch beloofd dat zij een vruchtbaar volk zouden zijn?

 

En toch, God is buiten zichzelf van woede, als je dat al zo kunt zeggen, ‘God buiten zichzelf’. God zegt in zijn woede eigenlijk: Ik ben totaal anders! Ik wil geen projectie in een symbool. Ik ben onzichtbaar, onkenbaar. Juist in die ‘wolk van niet weten’, daar ben ik aanwezig. God als Schepper wil zijn volk vernietigen. Hij wil nu alleen met Mozes verder. Als ik Mozes was geweest, had ik die belofte misschien wel angstig-schoorvoetend aanvaard. Maar nee, Mozes probeert God milder te stemmen opdat er geen dood en verderf volgt. 

 

Hoe doet Mozes dat? Daar kunnen wij nog veel van leren, als het gaat om het thema van vandaag: vergeving. Stel je voor dat je woedend bent en in gedachten de boel hier kort en klein wil slaan omdat je zwaar beledigd bent. Mozes doet dan drie dingen:

1 Hij verwijst naar het resultaat dat God al geboekt heeft: de bevrijding uit Egypte. Kijk eens wat hier allemaal tot stand is gebracht. Wilt u dat vernietigen!

2. Mozes zegt: Denk aan uw imago. De Egyptenaren zullen u weghonen. Eerst bevrijden en dan over de kling jagen. Wat bent u dan voor een God!

3. En Mozes zegt: Maar God denk aan uw belofte, die u gedaan hebt aan Abraham, Isaak en Jacob: een groot volk! 

 

En dan, ja dan vergeeft God zijn volk. Dus als ik niet geneigd ben om iemand te vergeven, dan hoop ik dat een ander mij erop wijst wat er allemaal al aan goeds is gebeurd. Dat een ander zegt: Maar zo haatdragend ben je toch niet. Dat een ander zegt: Maar je hebt toch beloofd je in te zetten voor bijvoorbeeld deze gemeenschap.

 

Vergeven, dat is het thema in beide lezingen. In het evangelie doet Petrus best een zinnig voorstel. Vergeven is heel moeilijk, dus als ik iemand 7 keer vergeef, dan is dat best wel oké. Nee, zo vlamt Jezus op, 70x7. En dan die gelijkenis. 

 

Wij zijn dienaren, wij zijn rentmeesters van deze wereld, met wie jaarlijks wordt afgerekend. Misschien wel hier jaarlijks met Pinksteren als we zeggen : ‘Hier ben ik’. Als we om ons heen kijken, zien we dat onze schuld gigantisch is in onze samenleving, in onze wereld. Er staat 10.000 talenten. En 1 talent is al de waarde van 20 jaar arbeidsloon. ‘Ik zal u alles terugbetalen’, zegt de dienaar. Maar dat kan hij helemaal niet: Een hele familie als slaaf verkopen en dan al zijn bezittingen. Dan nog is de schuld niet voldaan: 20 maal 10.000, dus 200.000 jaar werken. 

Hoe zien wij dat? Dat vinden wij moeilijk. Wij hebben er toch niet om gevraagd om geboren te worden? Toch wordt ons gevraagd om rekenschap af te leggen! Dat zou een goede zin zijn in ons avondgebed. Niet als een slaaf aan een dictator, maar aan God als onze Schepper. Soms kan de schuld niet worden voldaan. Soms kan het kwaad niet worden goedgemaakt. En toch worden wij dan losgemaakt van wat wij niet goed hebben gedaan. Zomaar, om niet! God laat ons vrij. Vergeven is vrijmaken, losmaken. Vergeven is dus ook voor ons een keuze ten opzichte van de ander! 

Vergeven is de schuld kwijtschelden. Dus niet: Jij hebt mij iets ergs aangedaan, we praten erover, en we zijn weer on speaking terms, en nu weer samen verder. Nee, jij hebt een schuld aan mij, en ik maak jou los van die schuld. Verder blijven jij en ik wie we zijn. Laten we het opnieuw proberen. En hoe groot is die schuld van de ander? Die is dan maar 100 denarie, best veel: 1 denarie is het dagloon van een arbeider. Dus het bedrag van bijna een half jaar werk. Maar die schuld valt in het niet bij die gigantische hoeveelheid van mijn schuld, van 200.000 jaar werken. 

Het verhaal eindigt in mineur. Als wij de ander niet vergeven gaan we eraan. Als wij de schuld die de ander bij ons heeft, niet losmaken van die ander en samen opnieuw beginnen, dan moeten wij onze schuld aan het leven alsnog dragen, in barre ellende, met foltering. 

We krijgen dus vandaag een heel ernstige waarschuwing. Hoe kunnen we daarmee verder? Misschien helpt ons de vrijmoedigheid waarmee Mozes met God sprak. Wij kunnen dat ook inoefenen. Ik besluit graag met een gewaagde interpretatie die ik ooit tegenkwam. 

Ga eens na: Hoe vaak hebben wij in ons leven al het Onzevader gebeden. Hoe vaak hebben wij gezegd, gepreveld, gedacht, gedachteloos meegesproken? ‘Vergeef ons onze schuld zoals wij ook aan anderen hun schuld vergeven.’ Hoe lezen wij dat woordje ‘zoals’? ‘Zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven.’ Vaak vatten we dat op als een aansporing aan onszelf: Vergeef ons onze schuld opdat wij ook aan anderen vergeven. Maar in dit gebed is een aansporing aan onszelf toch wat vreemd. Of lezen we het als een belofte? God, als u ons vergeeft dan vergeven wij ook de ander. Maar doen we dat dan ook? 

Je kunt dat ‘zoals’ ook heel vrijmoedig anders lezen. God, wilt u mij, mensenkind, als voorbeeld nemen? Wilt u mij vergeven zoals ik ook anderen vergeef. Lastig om de zin zo te lezen. Maar een heel concreet voorbeeld uit de keuken kan ons helpen. Ik kan dan aan iemand vragen: Wil jij de tomaten snijden zoals ik die snijd. Dus dan laat ik zien hoe ik het doe, als voorbeeld. Laten we, net als Mozes, met God in gesprek gaan, en onszelf vrijmoedig als voorbeeld durven stellen voor God wanneer wij om vergeving vragen. Misschien mag ook deze voorbeeld-betekenis oplichten als we weer samen het Onzevader zeggen. ‘Vergeef ons onze schuld zoals wij ook anderen hun schuld vergeven.’