Joh. 9, 1 – 41
- Lezing
- 1 Sam 16,1b + 6-7 + 10 - 13A
Jezus als het Licht van de wereld
Opnieuw hebben we een verhaal uit het Johannesevangelie, dat gaat over de tegenstelling tussen zien en blindzijn, met een diepere laag van: geloof je in Jezus of wijs je Hem af?
In het begin is het Jezus die ziet. Hij ziet een blinde, wordt van binnen bewogen en handelt direct. Hij spuwt op de grond, maakt slijk en strijkt dat op de ogen van de man. Ga je wassen in het Siloam-bad, zegt Jezus. Dat doet de man, hij gaat zich wassen en wonderlijk, komt ziende terug. Het is een soort genezingsverhaal, zou je zeggen. Maar op een dieper niveau is het een verhaal van de doop: de reiniging door het water. Jezus neemt het initiatief, de blinde laat het aan zich gebeuren. Het overkomt hem als een gebaar van Gods liefde, en er gaat een nieuwe wereld voor hem open. Symbool van wat ons ooit is overkomen in een eerste ontmoeting binnen de gemeenschap of elders, waarin we geraakt zijn door iemand die ons de Liefde liet zien en wij geroepen werden de weg met Jezus te gegaan.
Dan is er de tweede fase in dit verhaal. Daarin wordt de man, die blind was maar nu kan zien, ondervraagd; eerst door de buren en later door de Farizeeën, de Joodse leiders. Zij willen weten of hij het is die vroeger zat te bedelen; hoe zijn ogen dan geopend zijn en wie hem heeft genezen. Enthousiast begint de man zijn verhaal te vertellen: hoe blij hij is dat er iemand naar hem heeft omgezien en dat hij nu zelf kan zien. Maar de buren en de Joodse leiders zijn niet zozeer in hém geïnteresseerd als wel in de man die hem genezen heeft. Wie is die man? Een zekere Jezus? Weet hij dan niet dat het sabbat was, waarop je niet mag genezen? Dat kan toch niet. Die man komt niet van God! Gaandeweg moet de vroegere blinde zich steeds meer verantwoorden en stijgt de spanning. Hij wordt wel steeds krachtiger en leert te getuigen van Jezus. Ja, hij laat zich kennen als leerling van Jezus. Maar zijn tegenstanders worden steeds grover, verharden zich en wijzen Jezus af, ja, beschouwen hem zelfs als een zondaar. Het is een strijd tussen geloof en ongeloof, een hevige confrontatie.
Die tweede fase is vergelijkbaar met wat we in ons eigen leven kunnen tegenkomen. We zijn ooit leerling geworden van Jezus of staan b.v. op het punt om lid te worden in deze gemeenschap, zoals straks op Beloken Pasen met drie mensen. Al doende worden we uitgedaagd, bevraagd op wie we zijn of ter verantwoording geroepen. Dat geldt nog meer voor ons in deze geseculariseerde maatschappij; het is niet vanzelfsprekend om christen te zijn. Soms botsen we op elkaar, is er een hevige confrontatie of voelen we ons aangevallen. Verliezen we in zo’n situatie dan de moed óf worden we van binnen uit juist krachtiger? Dat gaat niet zo maar, nee, door de moeite en de worsteling heen. Ikzelf had b.v.
het gevoel, dat ik mij moest verantwoorden bij het bezoek aan de bisschop van Den Bosch. Nee, het werd geen confrontatie, gelukkig, hij was juist heel open. Maar van te voren had ik wel het gevoel: het komt er nu op aan. En nu nog: binnen de oecumene gaan we een weg, waarop we bevraagd kunnen worden en ons moeten verantwoorden.
Ten slotte is er een derde fase in het verhaal. Op een gegeven moment wordt de vroegere blinde uit de synagoge gegooid. Hij, als jood, uit zijn gemeenschap gestoten, los van zijn wortels, los van het verband. Je voelt: het is een pijnlijke situatie. Maar juist op dat moment komt Jezus weer binnen in het verhaal en vindt de man in zijn pijn. Dan ontstaat er een korte dialoog tussen Jezus en deze man. Ik dacht erbij: hij is aan het begin wel genezen en kan weer zien, maar Jezus was hij niet meer tegengekomen. Hij heeft de weg als leerling alléén moeten gaan. Maar nu staat hij oog in oog met Jezus en dat is ontroerend. Het is een echte ontmoeting. Hij voelt zich gesterkt in zijn pijnlijk lot, geeft zich in vertrouwen over aan Jezus en zal met Hem de weg verder gaan.
Zo’n pijnlijke situatie kan ook ons overkomen, als je het gevoel hebt dat je alleen komt te staan. Of als een huisgenoot door een ongeluk plotseling zijn heup breekt en in het ziekenhuis terecht komt. Of als een dierbaar familielid of vriend sterft. Als ons dat overkomt, hoop ik dat wij ook gesterkt mogen worden in ons geloof: door niet weg te zinken, maar ons bemoedigd te weten door Jezus. Hij zal ons voeren door het lijden en het dodende heen, naar het Licht van de verrijzenis.