Mar. 3, 20 – 33

Koos van Etten
Lezing
Genesis 3, 9 - 15

Jezus’ activiteit roept de vraag op: Wie is Hij toch?

Het is geen gemakkelijk verhaal in het evangelie van Marcus. Wat wil hij ons toch zeggen? Voor mij roept hij het beeld op over Jezus met de vraag: Wie is hij toch? Gaandeweg leren we Jezus kennen in zijn bezieling en vanwaar die bezieling komt. In het Marcusevangelie zijn we nog maar aan het begin, hoofdstuk 3. In dit gedeelte is het, alsof Marcus ons drie aspecten van Jezus wil laten horen, die voortdurend zullen terugkeren.

Het eerste is dat Jezus opkomt voor zieken; vooral wordt hij bewogen door mensen die bezeten zijn door een onreine geest. Hij weet hen te bevrijden van hun demonen en laat ze weer deelnemen aan het gewone maatschappelijke en religieuze leven van zijn tijd. Dat geeft adem, en werkt bevrijdend.

Een tweede aspect is, dat het optreden van Jezus weerstand oproept bij mensen en er conflicten ontstaan met bepaalde groepen. Hier wordt verteld van zijn familie en verwanten. Dat is de groep die hem het dichtst nabij is. Maar Jezus heeft de doop ondergaan bij Johannes in de Jordaan, heeft de stem van God gehoord: Jij bent mijn geliefde Zoon’, en is vol van Geest daarvan teruggekeerd. Nu is hij druk bezig met zieken en bezetenen, maar zijn familie snapt er niets van. Zij zien met lede ogen aan, hoe hij geen tijd heeft om te eten en hun reactie is: hij is gek geworden! Een andere groep mensen komt uit Jeruzalem; het zijn Schriftgeleerden, zeg maar deskundigen die komen inspecteren, en hun conclusie is : hij is zelf bezeten door een onreine geest. Zij erkennen zijn gezag niet; ze zien niet hoe hij door God geïnspireerd is om zo op te treden. Zij vinden dat hij door de duivel bezeten is en dat is heel pijnlijk. Dit conflict openbaart zich hier en zal hem blijven achtervolgen.

Er is nog een derde aspect: een groot aantal mensen is enthousiast geraakt, zij verdringen zich om hem heen en blijven luisteren naar zijn woord. Uit die groep heeft Jezus inmiddels de kring van de Twaalf gekozen die bij hem zullen zijn en hem willen volgen. Als op een bepaald moment zijn familie buiten staat en iemand naar binnen roept om hem te halen, zegt Jezus heel oprecht: Wie zijn mijn moeder en mijn broers? Terwijl hij de mensen aankijkt die in een kring om heen zitten, zegt hij: Zie hier, mijn moeder en mijn broers. Want wie de wil van God doet, is mijn broer, zuster en moeder.

Wie is toch die mens, die zo bezield is door heilige Geest? Hoe leren we Hem kennen? Ik herhaal de bovengenoemde drie aspecten, maar nu met het oog op ons samenleven. Het eerste is: de zieken die in ons midden zijn. Dat vind ik het gevoeligste aspect in deze weken. Wij worden bewogen door hen die na een gezondheidsonderzoek de uitslag te horen krijgen, en een chemokuur of een operatie zullen moeten ondergaan. Dat is niet niks.

Maar ik hoop, dat we in navolging van Jezus wegen kunnen vinden om hen te bevrijden van demonen of angstige dromen, en hen dicht bij het leven te houden of hen nabij kunnen zijn, ieder op eigen manier,. Daardoor laten we zien, dat we broers en zussen zijn van elkaar die elkaar willen ondersteunen. Want daartoe worden we uitgedaagd.

Een tweede aspect in ons samenleven is, dat we los moeten laten wat tot nu toe vertrouwd is geweest en bereid zijn tot een grote cultuuromslag. Dat is in ieder geval wat er op ons bordje komt in deze tijd binnen de gemeenschap. Daarover zijn veel gesprekken en discussies. In mijn retraite heb ik ervaren, dat het niet gemakkelijk is om het vertrouwde los te laten. Ik voelde in mijzelf twee bewegingen. Ik dacht eerst: de situatie komt van buitenaf naar mij toe. Er worden mensen ziek, ja, zelfs een huisgenoot sterft. Het zijn dus de anderen die dit proces van loslaten aan mij veroorzaken en dat doet zeer. Maar in tweede instantie merkte ik, dat er in mijzelf ook iets aan het veranderen is; dat ikzelf ouder word, minder energie heb en in feite moet loslaten. Pas toen ik de weerstand daartegen kon afgeven, kwam er vrijheid en ruimte.

Tenslotte het aspect van de familie. Ik moet denken aan de gemeenschapsdagen en Pinksteren. In die dagen is er veel gegroeid tussen ons aan broederschap en zusterschap. We hebben ons met elkaar verbonden en zijn als het ware één grote familie geworden, in naam van Jezus. Dat is heel positief. Maar, de weg gaat verder, en broederschap: wees er niet bang voor. Dat geeft hoop en perspectief.