Mar. 10, 1 – 16

Leonie van Straaten
Lezing
Genesis 2, 18 – 24

Jij – mijn tegenover?

Enkele weken geleden zag ik een TED talk waarin verteld werd over een onderzoek dat al 75 jaar loopt onder een grote groep mannen. Dat is bijzonder, want wetenschappelijk onderzoek volgt een doelgroep zelden zolang. Aan het begin van het onderzoek - ze waren toen 18 jaar - is aan deze mannen gevraagd wanneer ze gelukkig zouden zijn in hun leven. De antwoorden cirkelden rond: als ik succesvol ben, of rijk, of carrière gemaakt heb. In de loop van het onderzoek zijn deze doelen verschoven en blijkt er één doel over te blijven: als mijn relaties goed zijn. Relaties en dan vooral de kwaliteit ervan, bepalen ons geluk en daarmee ook voor een groot deel de kwaliteit van ons leven.

Vrijdag ging de Nobelprijs voor de Vrede naar twee mensen die seksueel geweld aan de kaak stellen, Nadia Murad en Denis Mukwege: zij strijden tegen het ontaarden van menselijke relaties in een van de ernstigste vormen. Het is een grote bemoediging dat juist zij de Nobelprijs ontvangen. En het dwingt ons na te denken over relaties en daartoe nodigen de lezingen ons vandaag ook uit. Wat kunnen wij aan richting ontvangen?

Jezus leefde relaties, was altijd in verbinding. Met zijn leerlingen, met de Schriftgeleerden en Farizeeën. Hij ging niets uit de weg, omwille van verbond. Het fundament van zijn relaties was de relatie met God, die hij zijn Vader noemde. Ik zou ook kunnen zeggen, want dat geloof ik zo: Jezus was in verbinding met zijn diepste zelf, hij was thuis in zijn ziel, in zijn innerlijke ruimte.

We zijn niet bedoeld om alleen te blijven, dat is mooi. Toch blijkt het vaak erg moeilijk om werkelijk in relatie te leven. Er zijn zoveel mensen ongelukkig in hun relatie. Of in relaties met buren en familie. Misschien ligt dat voor een deel aan ons beeld over relaties. Want we verlangen allemaal wel iemand naast ons, op zijn tijd. Misschien niet permanent, misschien niet om mee te trouwen, maar een maatje om iets mee te doen, te ondernemen, een goed gesprek… het goede gevoel… Maar verlangen we ook echt naar een tegenover, zoals de Bijbel het ons vandaag vertelt? Een tegenover, iemand met wie ik oog in oog sta – waarvan ik steeds opnieuw de vreemdheid zie, de diepte niet kan peilen, met wie ik de verbinding moet blijven zoeken? Het gaat over iemand tegenover mij, met een open ruimte tussen ons in: dát is de partner zoals Genesis ons laat horen. De mens is uiteengelegd in mannelijk en vrouwelijk, met daartussenin ruimte voor God in de Hebreeuwse letter Heth die zowel in ish (mannelijk) als in isha (vrouwelijk) te vinden is. Een ruimte die voorkomt dat we voor elkaar als een verterend vuur worden – want dat gebeurt als die ‘h’ wordt weggeveegd….

‘Tegenover’ is een prachtig beeld! Maar niet zonder risico’s dus. Want als we vergeten die ruimte open te houden in een relatie, of het niet opbrengen, dan kantelt de ‘liefde voor de ander’ naar ‘bezittende liefde’: ‘de ander als ander’ wordt dan ‘die ander voor mij’. Dit grondpatroon uit de oerverhalen van de Bijbel versta ik niet als een kant-en-klaar recept voor een relatie, maar als een richtinggevend woord: heb aandacht voor de ruimte tussen jullie in. Heb moed om de ander als een aanvulling te aanvaarden en de vreugde daarvan te leren kennen! Het helpt mij om onder ogen te zien wanneer ik de ander toch weer tot een naaste maak, om tegenaan te leunen als ik het moeilijk heb - en weg te duwen als ik het zelf wel kan…

Als ik dit tot mij door laat dringen, is voor mij de realiteit van scheiding niet ver weg. En toch horen we dat de mens niet zal scheiden wat God verbonden heeft. Een heel moeilijke zin, die velen zwaar op de maag ligt. Hoe kun je dit verstaan? Je kunt er dichterbij komen door vragen stellen: was er in dit verbond wel ruimte voor God? Of waren wij elkaars bezit – als een verterend vuur voor elkaar? Is dit verbond wel ooit door God gesloten, of was het mensenwerk? Vragen die verstaanbaarder maken, waarom scheiding soms toch onvermijdelijk is. Want wat we allemaal wel weten: als een huwelijk een hel geworden is, dan is scheiden de enige goede stap, hoe verdrietig ook. Kwetsbare intimiteit kan beschadigd raken, dat is de realiteit die velen van ons helaas kennen. Toch is het hoopvol dat die kwetsbare intimiteit tussen mensen, man en vrouw, vrouw en vrouw, man en man, wel mogelijk is. Dat we daarnaar mogen blijven zoeken in ons leven – door schade en schande wijzer wordend. En vertrouwend op Gods barmhartigheid!

Laten we nog even verder luisteren naar Marcus. Jezus wordt door de vraag van de Farizeeën gestoord in zijn onderricht aan de mensen. Hij wordt op de proef gesteld door de vraag, waar zij zelf het antwoord heus wel op kennen. Zij willen hem onderuithalen, zijn populariteit bij de massa in diskrediet brengen. Misschien hem wel tot hun bezit maken… Dat soort gedrag zien wij helaas ook in onze tijd veelvuldig gebeuren, als we de politiek in de media volgen. Maar Jezus is een leraar die zijn onderricht niet alleen geeft, maar ook met zijn leven leeft. Hij is onderweg trouw aan zijn bestemming. Die geleefde trouw ligt verborgen in zijn antwoord: de scheidingsbrief is een tegemoetkoming en geen wet. Een tegemoetkoming om trouw te leven in alles wat zich aandient. Trouw aan jezelf, als het leven met de ander een hel geworden is – ook dat kan ‘trouw zijn’ betekenen. Die trouw ten einde toe leefde Jezus zelf. Hij geeft geen ideaalbeeld om na te leven, maar een uitgangspunt van eenheid in zichzelf en de trouw daaraan.

‘Wat kunnen we aan richting ontvangen?’ was de vraag waar ik vandaag mee begon. Het is in mijn ogen heel wat. Ik zie een grondpatroon van heilige ruimte tussen mij en de ander, en richtinggevend woorden: draag zorg voor die ruimte, blijf de ander als ander zoeken en zien, geef en ontvang barmhartigheid als je leven tot een hel wordt, houdt Jezus trouw aan zichzelf en aan de Vader voor ogen.

Jezus voor ogen houden: zo worden we vandaag genodigd rond deze Tafel. Hij is ons tegenover, Hij voedt ons met zijn levenswijze, en bemoedigt ons om elkaar steeds opnieuw aan te kijken met de vraag, de uitnodiging: jij, mijn tegenover?