Luc. 2, 15 – 21
- Lezing
- Numeri 6, 22 – 27
Weet je het zeker?
In mijn kinderjaren voelde dat als iets heel bijzonders, een groot geheim, die doortocht van oud naar nieuw, het oude dat in het nieuwe verkeert, het lezen van psalm 90 vlak voor de klok van 12.00 uur, die begint met: ‘Heer u bent ons een toevlucht geweest van geslacht op geslacht’ en eindigt met ‘Bevestig het werk van onze handen Heer, het werk van onze handen bevestig dat’. En dan dat Nieuwe Jaar met die prachtige wens ‘veel heil en zegen’, waarbij mijn zus mij steevast haar goede voornemens in mijn oor fluisterde: zij zou voortaan altijd lief voor mij zijn.
Een nieuw jaar, alles is weer open, een nieuw begin. Paul van Ostaijen heeft een mooi gedichtje over een kleine jongen, die ’s morgens na het opstaan de dingen groet: dag tafel, dag stoel. Een nieuw jaar, alles mag weer als nieuw worden begroet en als nieuw aangeraakt, alsof het voor het eerst is. Als dat zou kunnen! Ook zoals wij hier zitten: dag God voor wie wij buigen, omdat u zoveel groter en oneindiger bent dan ons eigen hart, dag kapel, dag bijbel, dag licht, dag tafel, dag brood, dag mensen. Alles nieuw en open, voor ’t eerst weer met onze woorden aangeraakt.
En wat is het dan mooi als in de eerste lezing die zegen van Numeri op ons toekomt. Zegen die op ons rust en met ons meegaat dit nieuwe jaar in. God die zich naar ons toekeert, ons aanziet met het licht van zijn ogen. Dat we ons dit jaar in stilte, biddend mogen voorstellen: dat Gezicht dat ons aankijkt met ogen van liefde, dat we dat beeld in ons mogen dragen. Gezegend worden we in dit nieuwe jaar om tot zegen te zijn. Dat werd vandaag door de eerste lezing al in ons oor gefluisterd om aan het eind van deze dienst deze zegen, als was het voor het eerst, ook daadwerkelijk te ontvangen.
En wat al begonnen was in het oude jaar, het feest van nieuwe geboorte, gaat met ons mee het nieuwe jaar in. De herders in de nacht in het open veld hebben het van de engel gehoord: God geboren in wat het meest kwetsbare is: een weerloos kind. En na dat gebeuren van licht, van engelen in de nacht, van glorie aan God en vrede op aarde, ja dan springen deze herders op om te zien. Het gehoorde woord dat in beweging zet, dat gevolgd wordt door het verlangen om te zien.
Het woord dat gebeurd is, de herders die in beweging komen, om dan te vertellen, te getuigen van wat ze gezien hebben: − dat dit kind is de genade van God op aarde verschenen; − dat dit kind ons zal redden uit de greep van onze eigenmachtigheid; − dat dit kind is een tegenbeweging tegen machten die mensen ontmenselijken;
− dat dit kind is een liefde die zich geeft, liefde die plaats maakt.
Maria bewaarde de woorden in haar hart. Zo’n woord wat je raakt, zo’n woord van God dat gebeurt, zo’n woord wat een geheim in zich draagt, zo’n woord is kwetsbaar. Pas op, ga er niet mee op de loop, geef het niet te vroeg prijs, maar proef, smaak, overweeg. Zo’n kwetsbaar woord moet van binnen zijn werk kunnen doen om het uiteindelijk te kunnen leven, te worden tot een woord dat gebeurt. Zoals ook de kwetsbare woorden in de Kerstnacht, die door enkelen van ons gesproken werden, hun werk mogen doen in het nieuwe jaar: woorden over God die er altijd is, en dat opeens weer beseffen; de liefde zelf die je kunt omarmen; God, die zich over je ontfermt ook al ervaarde je het lange tijd niet; God die er is in heel de werkelijkheid in licht én donker. Ja, God die wordt geboren in ons eigen bestaan.
Terug naar de tekst, die vertelt dat het kind wordt besneden op de 8ste dag, dag van nieuw begin, schepping opnieuw. Besnijdenis een verbondsteken, zoals voor ons de doop. Je bent van niemand, je bent niet van jezelf.Je bent van niemand zijn/haar bezit, je bent van God, die je vrij laat om te worden wie je bent, je eigen unieke weg te gaan, je verantwoordelijkheid op je te nemen, je te wagen aan je broers en zusters, aan dit Verbond met God.
En dit nieuwgeboren kind draagt dit verbondsteken van de besnijdenis en zal het doen. Hij zal vrij zijn om te bevrijden, want Jezus is zijn Naam: Redder, een goddelijk gezicht, ook dit jaar, te zien onder ons.
Ja te zien onder ons! En dát geloven! En dat geloof meenemen het nieuwe jaar in. En die vraag in ons bewaren, waarmee we wat mij betreft het nieuwe jaar in kunnen: Weet je het zeker, dat je het waagt, dat je het risico neemt om God lief te hebben? Weten we het zeker, dat we het risico nemen om elkaar lief te hebben? Weet je het zeker? Ja, ik geloof! Laten we de liefde vieren!