Luc. 1, 1 – 4 + 4, 14 – 21

Annet van Straaten
Lezing
Ester 3, 1-9

Meditatie

De koning verleent hoge waardigheden aan de één en laat anderen ombrengen. Op basis waarvan? Naar wie luistert de koning? Het volk gehoorzaamt de koning, het knielt en buigt. Behalve één. En daarover wordt aan Haman vertelt.

Haman luistert naar zijn dienaren.

Mordekai gaf aanstoot. Hij boog en knielde niet voor de koning. Hij luisterde niet naar de dienaren, die hem daarover bevroegen. Hij zei enkel, dat hij een Judeeër was. Historische aartsvijand van de Agagieten. Het was op te vatten als een oorlogsverklaring aan Haman.

En Haman, degene die zo’n hoge waardigheid bezit, dat hij hoger zit dan alle andere rijksgroten aan het hof? Hij trapt er met beide voeten in: niet alleen Mordekai dood, maar zijn héle volk.

Twee mannen. Beiden staan zij in hun traditie en zijn daar trouw aan. Haman ontstak in woede, één en al woede, waar hij zich in verloor. Zijn waardigheid verloor.

Mordekai luisterde niet naar de dienaren, die hem bevroegen. Waarom niet? Hij luisterde naar iets anders. Naar Iemand anders. Hij is Judeeër en daar leeft hij naar, maar spreekt er niet over, want hij beseft het risico daarvan. Maar als het erop aankomt, buigt hij niet voor Haman. Dan zet hij zijn leven op het spel om trouw te blijven aan zijn overtuiging. Hij behoudt zijn waardigheid.

In het Evangelie keert Jezus in de kracht van de Geest keerde Jezus terug naar Galilea. De geestkracht die ook in Mordekai huisde? Er werd over hem gepraat in heel de streek. Hij werd alom geprezen en trad op als leraar in de synagogen. Jezus bezat inmiddels ook een zekere waardigheid, hij was bekend geworden.

Dan leest hij voor uit Jesaja en kiest hij een tekst die beloftevol is, die gaat over bevrijding, over vrijheid. Een Boodschap over een genadejaar, dat associaties met een Jubeljaar oproept: opnieuw mogen beginnen, met een schone lei. Alles kwijtgescholden krijgen en een nieuwe start mogen maken.

De boodschap roept spanningsvolle aandacht op: is dit echt waar? Kan dat? Het raakt aan het diepste verlangen: om vrij te mogen leven, met een nieuw begin. Toen en nu.

En dan zegt Jezus: het Woord dat je zojuist gehoord hebt, is thans in vervulling gegaan.

Hebben wij het Woord gehoord? Hebben wij het Woord in ons oor laten komen, is het binnengekomen? Welnu: het is zojuist gebeurd. Nu begint alles opnieuw. Het leven is open. Vanaf dit moment kun jij en jij en jij en ik, opnieuw beginnen.

Dit woord, als het echt binnenkomt, ontregelt de orde. Net zoals het niet-knielen van Mordekai. Het ontregelt mij: het gaat me te boven, deze boodschap. Én het lokt en doet me verlangen!

Deze boodschap die zoveel belooft, die raakt aan het heimwee diep in mij, van lang geleden, alsof het van de hele mensheid is, die roept óók verwarring op. Alles wat ik gewend ben, wordt in een ander licht gezet.

Maar het is in mijn oor gekomen, het kruipt in mijn bloed. Het vindt langzaam zijn weg naar mijn hart.

Ik zeg tot de Heer, Gij zijt mijn Heer. Gij gaat mij te boven, ik kan er niet bij, maar kies voor degenen die hier op aarde zijn zoals gij.